Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 14/9123 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2015 in de zaak tussen [eiser], wonende te [woonplaats], eiser en de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor buitenland, verweerder. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van verweerder van 23 september 2014 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2012 aan eiser opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (de aanslag). Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 februari
- Eiser is daar in persoon verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon A]. Tijdens de behandeling ter zitting heeft eiser verzocht om wraking van de rechter. De rechter heeft daarop het onderzoek ter zitting geschorst. Bij beslissing van 26 februari 2015 heeft de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Den Haag (wrakingnummer 2015/6) het verzoek tot wraking afgewezen. De rechtbank heeft vervolgens het vooronderzoek hervat. Het nadere onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 april
- Eiser is daar in persoon verschenen. Verweerder is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De rechtbank heeft op 8 april 2015, na sluiting van het onderzoek, nog een stuk van eiser ontvangen. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding het onderzoek te heropenen. Het stuk zal aan eiser worden geretourneerd. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen
- Over het belastingjaar 2012 is een bedrag van € 3.076 aan loonheffing ingehouden op het inkomen van eiser.
- Met dagtekening 24 juni 2014 heeft verweerder de aanslag opgelegd waarbij het bedrag aan verschuldigde inkomstenbelasting is berekend op nihil.
- Verweerder is bij de hier bestreden uitspraak op bezwaar tegemoetgekomen aan het bezwaar van eiser tegen de aanslag. Verweerder heeft de aanslag vastgesteld op nihil en een teruggaaf verleend van € 3.076 aan ingehouden loonheffing.
- Nu verweerder de aanslag reeds naar nihil heeft verminderd en teruggaaf heeft verleend van het gehele bedrag aan ingehouden loonheffing kan het beroep eiser niet in een betere positie brengen en is het beroep wegens het ontbreken van een belang niet-ontvankelijk verklaard.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. de Hek, rechter, in aanwezigheid van mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 april
- Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag. Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
- bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
- het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep.