Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 14/9925 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2015 in de zaak tussen [eisers], wonende te [Plaats], eiseres (gemachtigde: mr. M.N.M. van der Zande), en [P] , verweerder. Procesverloop Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2014 een verklaring arbeidsrelatie (VAR) loon uit dienstbetrekking gegeven. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de beschikking gehandhaafd. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 maart
- Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door [vertegenwoordigers] Overwegingen Feiten
- Eiseres verricht thuiszorgwerkzaamheden bij hulpbehoevenden en staat als zodanig in het handelsregister van de Kamer van Koophandel ingeschreven.
- Op 24 december 2013 heeft eiseres bij verweerder een aanvraag ingediend om afgifte van een VAR-Winst uit onderneming (VAR-WUO) voor het jaar
- In deze aanvraag staat als werkzaamheden vermeld: “verzorgen: ADL, wassen, douchen, aankleden, haren kammen, scheren, terminale zorg: medicijnen geven, morfine pomp, extra bolus geven, bloedsuiker prikken, injecteren, rapporteren etc”.
- Op de aanvraag onder 2 heeft verweerder met dagtekening 6 februari 2014 de in geding zijnde VAR-loon uit dienstbetrekking gegeven. Geschil
- In geschil is of het beroep ontvankelijk is en zo ja, of verweerder terecht een VAR-loon uit dienstbetrekking heeft gegeven voor de werkzaamheden van eiseres.
- Eiseres stelt dat zij een belang heeft bij het beroep en voorts dat zij haar werkzaamheden als zelfstandig ondernemer heeft verricht en aldus in aanmerking komt voor een VAR-WUO. Zij beroept zich hierbij op de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 september 2014 (ECLI:NL:GHARL:2014:7283). Verder stelt eiseres dat zij haar werkzaamheden verricht op basis van een overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 7:400 van het Burgerlijk Wetboek. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar en tot het geven van een VAR-WUO.
- Verweerder weerspreekt dat eiseres een belang heeft bij deze procedure en weerspreekt verder dat eiseres haar werkzaamheden verricht als zelfstandig ondernemer. Voor geval eiseres geen belang heeft concludeert verweerder – althans zo begrijpt de rechtbank – tot niet-ontvankelijk verklaring van het beroep. Zo daarvan geen sprake is, concludeert verweerder tot ongegrondverklaring van het beroep. Beoordeling van het geschil Ontvankelijkheid van het beroep
- Voordat de rechtbank over kan gaan tot de inhoudelijke behandeling van het beroep dient zij te beoordelen of eiseres een procesbelang heeft bij deze procedure in verband met de ontvankelijkheid van haar beroep. Eiseres heeft aangevoerd dat zij belang heeft bij het beroep vanwege de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar
- Verder merkt eiseres op dat zij overweegt een schadevergoeding te vragen in verband met gederfde inkomsten.
- De rechtbank verwerpt de standpunten van eiseres. De rechtbank stelt vast dat een VAR gericht is op het geven van rechtszekerheid vooraf. Een VAR heeft betrekking op een afgerond jaar, in dit geval 2014 en is niet automatisch van toepassing op het jaar
- Nu het jaar waarop de gegeven VAR betrekking heeft inmiddels is verstreken, is de rechtbank van oordeel dat eiseres geen belang meer heeft bij deze procedure. Dat eiseres overweegt in de toekomst alsnog een schadevergoeding te vragen brengt evenmin mee dat eiseres thans een belang heeft bij deze procedure; zij heeft immers geen verzoek gedaan tot schadevergoeding. Gelet hierop acht de rechtbank het beroep van eiseres niet-ontvankelijk. Proceskosten
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C.H.M. Lips, rechter, in aanwezigheid van mr. B. van Eeuwijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 april
- griffier voorzitter Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag. Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
- bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
- het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep.