Rechtbank den haag Team Handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/485271 / KG ZA 15/395 Vonnis in kort geding van 12 juni 2015 in de zaak van 1de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KPN B.V., statutair gevestigd en kantoorhoudende te Den Haag, 2. de besloten vennootschap naar het recht van het Verenigd Koninkrijk Motorola Solutions UK Limited, gevestigd en kantoorhoudende te Basingstoke (Verenigd Koninkrijk), 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] B.V., statutair gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam, eiseressen, advocaat mr. J.F. van Nouhuys te Rotterdam, tegen: de publiekrechtelijke rechtspersoon de Staat der Nederlanden (het Ministerie van Veiligheid en Justitie), zetelende te Den Haag, gedaagde, advocaat mr. J.H.C.A. Muller te Den Haag, waarin zijn tussengekomen: 1. de besloten vennootschap naar het recht van Oostenrijk Eurofunk Kappacher Gesellschaft mit Beschränker Haftung, statutair gevestigd te St. Johann (Oostenrijk), advocaat mr. D.B. Zieren te Rotterdam, 2. de rechtspersoon naar Duits recht Hytera Mobilfunk GmbH, gevestigd en kantoorhoudende te Bad Münder (Duitsland), advocaat mr. G. ’t Hart te Rotterdam. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘KMK’ (vrouwelijk enkelvoud), ‘de Staat’, ‘Eurofunk’ en ‘Hytera’. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties; - de brief van de Staat van 21 mei 2015; - de incidentele conclusie tot tussenkomst, subsidiair voeging, van zowel Eurofunk als Hytera; - de op 29 mei 2015 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door alle partijen pleitnotities zijn overgelegd. 1.2. Ter zitting is vonnis bepaald op heden. 2De incidenten tot tussenkomst dan wel voeging 2.1. Zowel Eurofunk als Hytera hebben gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen KMK en de Staat dan wel om zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Ter zitting hebben KMK en de Staat verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. Eurofunk en Hytera zijn vervolgens toegelaten als tussenkomende partijen, aangezien zij aannemelijk hebben gemaakt dat zij daarbij voldoende belang hebben. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen. 3De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 3.1. De Staat is op 7 april 2014 aangevangen met de aanbesteding volgens de procedure van de concurrentiegerichte dialoog voor de opdracht “Vernieuwing C2000-Communicatieinfrastructuur” (hierna: de aanbesteding). De aanbesteding bestaat uit vier percelen en is gericht op de vernieuwing van de hard- en software van de drie hoofdonderdelen van de bestaande C2000-communicatieinfrastructuur. Perceel 1 betreft de vernieuwing van hard- en software T2000, perceel 2 de vernieuwing van hard- en software P2000, perceel 3 de vernieuwing van hard- en software Radiobediensysteem en perceel 4 de geïntegreerde vernieuwing van hard- en software T2000, P2000 en Radiobediensysteem (dit betreft geen zelfstandig perceel, maar een optie om “in massa” een aanbieding te doen op de percelen 1, 2 en 3). 3.2. Kort gezegd bevat de aanbesteding, voor zover thans relevant, de volgende fasen, zo volgt uit hoofdstuk 7.2 van de Selectieleidraad van 7 april 2014 (hierna: de selectieleidraad). Na de mogelijkheid verzoeken tot inlichtingen in te dienen, waarop nota’s van inlichtingen worden verstrekt, dienen aanvragen tot deelneming te worden verzonden. Daarop volgt de mededeling tot een selectiebeslissing met een bezwaartermijn. Daarna wordt een voorlopig beschrijvend document aan de geselecteerde deelnemers tevens uitnodiging tot deelname aan dialoog verzonden, waarna de dialoog volgt. Hierna wordt een definitief beschrijvend document tevens uitnodiging tot inschrijving verstrekt, waarna door de geselecteerde deelnemers kan worden ingeschreven. Hierop volgt de mededeling tot een gunningsvoornemen met een bezwaartermijn. 3.3. In de selectieleidraad staat voorts vermeld: “(…) 7.22 Toepasselijk recht en geschillen (…) Een vordering in verband met enige handeling en/of beslissing van Aanbesteder in het kader van de Aanbesteding – daaronder begrepen bekendmakingen of het stellen van voorschriften in de Aanbestedingsdocumentatie, beslissingen tot selectie van Deelnemers en/of gunningsvoornemen – dient aanhangig te zijn gemaakt bij de Voorzieningenrechter te Den Haag binnen 20 dagen na verzending van bekendmaking daarvan aan Deelnemer of, bij gebreke van zo’n bekendmaking, binnen 20 dagen nadat Deelnemer met de desbetreffende handeling en/of beslissing van de Aanbesteder bekend werd of redelijkerwijs bekend had moeten zijn. Indien niet tijdig en op deze wijze een vordering aanhangig is gemaakt, vervalt elk recht van de Deelnemer om ten aanzien van de desbetreffende handeling en/of beslissing een vordering tegen Aanbesteder in te stellen. (…) 9.4 Geschiktheidseisen (…) TECHNISCHE BEKWAAMHEID EN/OF BEROEPSBEKWAAMHEID 9.4.7 Geschiktheidseis 6: referenties Perceel 1 Deelnemer dient in de afgelopen drie jaar één of meer referentieopdrachten te hebben uitgevoerd, die gezamenlijk de volgende criteria afdekken: (…) (…) (…) (…) Perceel 3 Deelnemer dient in de afgelopen drie jaar één of meer referentieopdrachten te hebben uitgevoerd, die gezamenlijk de volgende criteria afdekken: (…) (…) (…) (…) (…)” 3.4. De selectiefase van de aanbesteding heeft geleid tot de selectiebeslissing van 23 juni 2014. KMK is hierbij uitgenodigd om bij alle percelen deel te nemen aan de inschrijffase. In de brief staat voorts vermeld dat overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 7.22 van de selectieleidraad gedurende een periode van 20 dagen na dagtekening van de brief de mogelijkheid open staat een kort geding aanhangig te maken tegen de uitslag van de Prekwalificatie. De andere geselecteerde deelnemers zijn in deze beslissing niet bekend gemaakt. 3.5. Tijdens de inschrijffase golden de regels zoals vermeld in het Beschrijvend Document van de aanbesteding, waarvan de eerste versie is gedateerd op 15 juli 2014 en de definitieve versie op 20 november 2014 (hierna: het beschrijvend document). In beide versies staat onder meer, voor zover thans relevant, vermeld: “(…) 11.17 Melding onregelmatigheden Indien een Deelnemer meent dat informatie en/of een bepaling in het Beschrijvend Document en/of andere Aanbestedingsdocumenten onjuist, onrechtmatig of op andere wijze onregelmatig is, dient die Deelnemer binnen vijftien dagen nadat hij de beschikking heeft gekregen over het desbetreffende Aanbestedingsdocument Aanbesteder schriftelijk te attenderen op die vermeende onjuistheid, onrechtmatigheid of onregelmatigheid. Als een Deelnemer niet tijdig op de voorgeschreven wijze Aanbesteder aldus heeft geattendeerd, heeft die Deelnemer daarmee ieder recht jegens Aanbesteder verwerkt voor zover verband houdende met de vermeende onjuistheid, onrechtmatigheid of onregelmatigheid. (…)” 3.6. De dialoog is gevoerd in de periode juli 2014 – oktober 2014. Tijdens de dialoog heeft de Staat op 2 september 2014 schriftelijk aan de deelnemers bericht: “In verband met de transparantie over de Percelen heen en om Deelnemers beter in staat te stellen een passende Inschrijving te doen, heeft Aanbesteder besloten de Deelnemers per Perceel bekend te maken. De Deelnemers zijn: Perceel 1: KPN, Motorola, [X] (KMK); [Y] Hytera (…) Perceel 3: KMK, FREQUENTIS [Z] EUROFUNK (…)” 3.7. In januari 2015 zijn de inschrijvingen ingediend. Op perceel 1 hebben KMK en Hytera ingeschreven en op perceel 3 KMK en Eurofunk. 3.8. Op 5 maart 2015 is de voorlopige gunningsbeslissing schriftelijk aan de inschrijvers bekend gemaakt. Deze houdt in dat de Staat voornemens is om perceel 1 te gunnen aan Hytera en perceel 3 aan Eurofunk. Bij deze beslissing is een toelichting op de behaalde scores gevoegd. Een toelichting heeft daarna ook nog plaatsgevonden in een gesprek van 12 maart 2015. 3.9. KMK heeft in voormeld gesprek aangegeven dat zij betwijfelt of de referentieprojecten van Hytera en Eurofunk wel aan de gestelde eisen voldoen en heeft de Staat verzocht om bekend te maken op welke referenties Hytera en Eurofunk zich hebben beroepen. Zij heeft dit verzoek herhaald in een brief van 17 maart 2015. Daarbij heeft zij tevens meegedeeld, kort gezegd, te hebben geconstateerd dat Hytera en Eurofunk hun referentieopdrachten op hun openbare website vermelden en dat zij tot de conclusie komt dat Hytera noch Eurofunk aan de gestelde referentie-eisen kan voldoen. Dit heeft zij nader toegelicht, waarbij zij de Staat heeft verzocht om hierop te reageren. In een brief van diezelfde datum (welke brieven elkaar hebben gekruist) deelt de Staat mee dat de namen van de referentieprojecten niet zullen worden verstrekt vanwege het bedrijfsvertrouwelijke karakter daarvan. 4Het geschil 4.1. KMK vordert – zakelijk weergegeven – voor wat betreft perceel 1 de Staat te gelasten de opdracht te gunnen aan KMK, althans de Staat te verbieden de opdracht te gunnen aan Hytera of aan enig ander dan KMK, voor zover de Staat de opdracht nog in de markt wenst te zetten, subsidiair de Staat te verbieden de opdracht te gunnen aan Hytera of enig ander alvorens de Staat openheid heeft gegeven omtrent de wijze waarop zij de door Hytera ingediende referentieprojecten heeft beoordeeld en KMK gedurende een periode van twintig dagen in de gelegenheid is gesteld desgewenst opnieuw in kort geding bezwaar te maken tegen de voorgenomen gunning en de Staat te verbieden om de opdracht te gunnen voordat in dat kort geding vonnis is gewezen, meer subsidiair de Staat te verbieden de opdracht aan Hytera of enig ander te gunnen en de Staat te gebieden tot een herbeoordeling van de ontvangen inschrijvingen over te gaan, met inachtneming van dit vonnis, uiterst subsidiair de Staat te verbieden de opdracht aan Hytera of enig ander te gunnen en de Staat te gebieden de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden en voor zover zij de opdracht nog in de markt wenst te plaatsen, deze opnieuw aan te besteden conform de toepasselijke regels, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom. KMK vordert voorts hetzelfde voor wat betreft de opdracht voor perceel 3, met dien verstande dat daarbij voor Hytera Eurofunk dient te worden gelezen. 4.2. Daartoe voert KMK – samengevat – het volgende aan. De Staat heeft in de selectieleidraad onder meer als geschiktheidseis vermeld dat de deelnemer in de afgelopen drie jaar één of meer referentieopdrachten heeft uitgevoerd, die voor wat betreft ieder perceel voldoen aan bepaalde criteria. Zowel Hytera als Eurofunk heeft haar afgeronde en lopende opdrachten op haar openbare website gepubliceerd en geen van deze opdrachten voldoet aan de gestelde eisen, in die zin dat deze niet de gevraagde elementen bevat dan wel deze niet in de referentieperiode zijn uitgevoerd. Hytera noch Eurofunk bezit derhalve de gevraagde ervaring en zij dienen daarom te worden uitgesloten van de aanbestedingsprocedure. Indien de opdrachten toch aan hen worden vergeven, zoals de Staat voornemens is te doen, handelt de Staat in strijd met het beginsel van gelijke behandeling. Een redelijke belangenafweging staat aan toewijzing van het gevorderde niet in de weg. Van een tardief bezwaar van KMK is geen sprake. De beoordeling of de deelnemers voldoen aan de geschiktheidseisen maakt onderdeel uit van de gunningsbeslissing, zodat KMK daar thans tegen op kan komen. De contractuele vervaltermijn uit de selectieleidraad kan niet aan KMK worden tegengeworpen en ook een beroep op rechtsverwerking gaat niet op. 4.3. De Staat, Hytera en Eurofunk voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken. 4.4. Eurofunk vordert – zakelijk weergegeven –
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.