Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 14-8649 Zaaknummer: C/09/476700 Datum beschikking: 8 juli 2015 Alimentatie Beschikking op het op 5 november 2014 ingekomen verzoek van: [man], de man, wonende te [woonplaats], advocaat: mr. E.E. Nauta-Rijsdijk te Rotterdam. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [vrouw], de vrouw, wonende te [woonplaats], advocaat: mr. J. Dongelmans te Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas. Procedure De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift; het F9-formulier met bijlagen d.d. 31 maart 2015 van de zijde van de man; de brief d.d. 2 april 2015, met bijlagen, van de zijde van de vrouw. Op 3 juni 2015 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: partijen met hun advocaten. Van de zijde van de vrouw zijn pleitnotities en nadere stukken overgelegd. Van de zijde van de man zijn eveneens pleitnotities overgelegd. Verzoek en verweer Het verzoek van de man luidt thans – met wijziging van na te melden beschikking – met ingang van 1 januari 2013 de partneralimentatie op nihil te bepalen, althans op zodanig bedrag en met zodanige datum van ingang als de rechtbank juist acht, een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. De man stelt als grond voor dit verzoek een wijziging van omstandigheden waardoor de beschikking d.d. 28 maart 2012 niet langer voldoet aan de wettelijke maatstaven alsmede dat de beschikking van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft voldaan doordat van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Indien een verzoek of verweer gedeeltelijk of geheel is ingetrokken of aangepast, wordt in de beschikking uitsluitend melding gemaakt van het verzoek of verweer zoals dat thans luidt. Daartoe is opgenomen de tekst ‘zoals dat thans luidt’ of ‘thans nog’. De vrouw voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Zij heeft de rechtbank verzocht het verzoek van de man tot nihilstelling van de partneralimentatie die hij aan de vrouw moet betalen af te wijzen, met veroordeling van de man in de daadwerkelijk gemaakte kosten van deze procedure aan de zijde van de vrouw. Feiten - Partijen zijn gehuwd geweest van [datum] tot [datum]. - Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 28 maart 2012 is – voor zover hier van belang – bepaald dat de man met ingang van 1 januari 2012 een partneralimentatie dient te betalen van € 1.923,-- per maand, met ingang van 1 januari 2013 € 3.060,-- per maand en met ingang van 1 januari 2014 € 4.223,-- per maand. - Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 12 september 2013 is de door de man met ingang van 22 januari 2013 aan de vrouw te betalen partneralimentatie bepaald op € 1.975,-- per maand. - Bij beschikking van het Gerechtshof Den Haag d.d. 9 juli 2014 is de beschikking d.d. 12 september 2013 van deze rechtbank vernietigd voor zover deze de partneralimentatie betreft en is – voor zover hier aan de orde – het inleidende verzoek van de man (tot nihilstelling van de partneralimentatie) afgewezen en is de beschikking van deze rechtbank d.d. 28 maart 2012 bekrachtigd. - Als gevolg van de wijziging van rechtswege ingevolge artikel 1:402a van het Burgerlijk Wetboek (BW) bedraagt de door de man te betalen partneralimentatie thans € 4.256,78 per maand. Beoordeling Ontvankelijkheid Nu de man heeft gesteld dat er sprake is van een tweetal wijzigingsgronden, zoals genoemd in artikel 1:401, eerste en vierde lid BW, zal de rechtbank hem in zijn verzoek ontvangen. Onjuiste en onvolledige gegevens/wijziging van omstandigheden De man heeft gesteld dat de rechtbank in de beschikking d.d. 28 maart 2012 is uitgegaan van onjuiste en onvolledige gegevens betreffende zijn inkomsten op grond waarvan die beschikking dient te worden gewijzigd. De rechtbank is uitgegaan van een te hoog inkomen aan de zijde van de man, te weten van een inkomen van € 50.000,-- bruto per jaar in plaats van een inkomen van € 36.000,--, hetgeen volgens de man zijn werkelijke inkomen is. De vrouw heeft het door de man gestelde gemotiveerd betwist en heeft gesteld dat de man de hoogte van zijn inkomen onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt. De rechtbank is met de vrouw van oordeel dat de man onvoldoende gegevens heeft verstrekt en bij de hem verstrekte gegevens onvoldoende heeft gesteld hoe hoog zijn inkomen werkelijk was en is, zodat de rechtbank de man niet in zijn stelling volgt dat is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens. Voorts heeft de man gesteld dat er sprake is van een tweetal wijzigingen van omstandigheden, te weten dat de meerderjarige zoon van partijen, [naam], thans niet langer studeert en in zijn eigen levensonderhoud voorziet alsmede dat de voormalige echtelijke woning van partijen is verkocht en de vrouw thans woonruimte huurt, waardoor haar behoefte is gewijzigd. Nu de vrouw niet heeft betwist dat de meerderjarige zoon van partijen niet langer een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie van de man ontvangt en dat de vrouw thans woonruimte huurt, zal de rechtbank overgaan tot de inhoudelijke herbeoordeling van de behoefte en draagkracht. Behoefte van de vrouw Tussen partijen staat vast dat de woning van partijen in juni 2014 is verkocht en geleverd aan een derde. De vrouw huurt sinds februari 2014 een woning. De man heeft gesteld dat het inkomen van de vrouw thans hoger is dan voorheen en voorts dat de behoefte van de vrouw in beginsel verminderd zou moeten zijn als gevolg van de verkoop van de woning van partijen. De vrouw had er voor kunnen kiezen om een woning te huren met een lagere woonlast dan de huur van € 900,-- die de vrouw thans heeft en daarmee nagenoeg even hoog is als de lasten van de echtelijke woning, aldus de man. De man betwijfelt overigens of de vrouw werkelijk een huurlast heeft van € 900,--, nu zij huurt van bekenden. De vrouw heeft gemotiveerd betwist dat zij thans een lagere behoefte heeft dan ten tijde van de echtscheiding. Immers, de door de rechtbank in haar beschikking d.d. 28 maart 2012 bepaalde partneralimentatie is begrensd door de draagkracht van de man en niet door de behoefte van de vrouw. Ook met haar huidige, hogere inkomen is niet de gehele behoefte van de vrouw afgedekt, aldus de vrouw. De rechtbank volgt de man niet in zijn stelling dat de behoefte van de vrouw is gedaald dan wel zou moeten zijn gedaald als gevolg van de verkoop van de woning, nu de behoefte van de vrouw de huwelijksgerelateerde behoefte betreft. Het enkele feit dat de man de huidige woonlast van de vrouw te hoog vindt doet daar niet aan af. Nu voorts door de man niet is bestreden dat de hoogte van de partneralimentatie begrensd is door zijn draagkracht en dat de vrouw met de partneralimentatie en haar eigen inkomen niet volledig in haar behoefte kan voorzien zal de rechtbank voorbijgaan aan de stelling van de man met betrekking tot de hoogte van de behoefte van de vrouw. Geen bijdrage meer voor de meerderjarige Sven De rechtbank is met de vrouw van oordeel dat het gegeven dat de zoon van partijen thans meerderjarig is en geen bijdrage meer behoeft in de kosten van levensonderhoud en studie geen factor is die aan de zijde van de vrouw tot een wijziging in haar eigen behoefte leidt, zodat de rechtbank aan deze stelling van de man voorbijgaat. Achterstallige hypotheektermijnen en restschuld echtelijke woning De rechtbank merkt op dat hetgeen door partijen ter terechtzitting over en weer is gesteld aangaande de restschuld van de echtelijke woning en de niet betaalde hypotheektermijnen niet voorligt in de onderhavige procedure, nu dat een executiegeschil betreft. Draagkracht van de man in 2014 De rechtbank overweegt allereerst dat de laatste beslissing inzake de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie dateert van 9 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.