Rechtbank Den Haag Meervoudige kamer jeugdstrafzaken Parketnummer 09/817494-15 Datum uitspraak: 6 augustus 2015 Tegenspraak (Promis) De rechtbank Den Haag, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaken van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998, adres: [adres 1] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting met gesloten deuren van 23 juli 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. I. Doves en van hetgeen door de raadsvrouw van de verdachte mr. C. Ganzeboom, advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat: Feit 1 Hij op of omstreeks 21 januari 2015 te Den Haag ( [adres 2] ) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen kleding (onder andere van het merk Philipp Plein), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(
(20e)komen die van hem en [x] en dan zaterdag voor jou en [x] .’ Het wapen dat [medeverdachte 1] heeft gebruikt heeft hij op 18 februari 2015 bij de verdachte opgehaald. De verdachte heeft dit wapen, blijkens een whatsapp gesprek met ene [x] in de vroege ochtend van 18 februari 2015 gekocht voor 3 bar. [x] heeft nog een paar zilveren kogels liggen. Op 18 februari 2015 te 21.25 uur stuurt de verdachte een spraakbericht aan [x] : “Ik ga gewoon rembours doen, ik ga een wapen tegen die bezorger zijn hoofd aanhouden, (zegt iets onverstaanbaars) kanker ik dat gewoon doen schijt”. Op 19 februari 2015 rond 23.00 uur voert de verdachte nog een whatsapp gesprek met [x] , waarin de verdachte zegt ‘postbode berovers noemen ze ons’ en tevens zendt de verdachte een screenshot van een persbericht omtrent de overval op de [adres 3] mee. Op de laptop van de verdachte wordt op 16 februari 2015 een zoekslag gedaan naar Iphone 6 en op 19 februari 2015 is er gezocht naar een nieuwsitem met de titel ‘Postbode onder dreiging van wapen beroofd van pakketje [adres 3] Den Haag’. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 19 februari 2015 samen met [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [x] was en dat ze inderdaad uit de tram zijn gezet omdat hij geen ov-kaart had en dat [medeverdachte 3] toen zijn broer heeft gebeld om hen op te halen. Vervolgens heeft [medeverdachte 5] hen naar het huis van [medeverdachte 2] gereden, hebben ze gewacht, en hebben [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] de pakketbezorger beroofd. [medeverdachte 1] heeft het vuurwapen op de bezorger gericht en hij, verdachte, heeft de telefoon gekregen en direct in gebruik genomen. In de auto was het (nep)vuurwapen getoond. Bij de rechter-commissaris heeft de verdachte verklaard dat hij niet mee wilde doen, maar dat hij dit uiteindelijk toch heeft gedaan. Hij dacht dat hij als hij op een afstand zou blijven er niets mee te maken zou hebben. Hij stond met [medeverdachte 2] en [x] drie straten verderop. De verdachte wilde de Iphone 6 hebben. Ter terechtzitting heeft de verdachte bevestigd dat hij de Iphone 6 van de beroving in de [adres 3] heeft gekregen en meteen in gebruik heeft genomen. Verder verwijst de verdachte naar zijn eerdere verklaring en wil hij daar niets aan toevoegen. Ook ten aanzien van dit feit ziet rechtbank zich gesteld voor de vraag of de rol van de verdachte zodanig is dat er kan worden gesproken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en zijn medeverdachten, gericht op de totstandkoming van het delict en of de verdachte voorts een wezenlijke bijdrage aan de totstandkoming van het delict heeft geleverd. De rechtbank beantwoordt deze vragen bevestigend. Gelet op voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat de verdachte op de hoogte was van het plan om de pakketbezorger te overvallen, heeft hij het wapen dat bij de overval is gebruikt aan [medeverdachte 1] gegeven, zat hij in de auto op weg naar de beroving en ook erna en is hij degene die de Iphone 6 heeft gekregen en direct in gebruik heeft genomen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het onder 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Ten aanzien van feit 3 Gelet op het terzake van feit 1 en 2 overwogene is de rechtbank voorts van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat de verdachte in de periode van 20 januari 2015 tot en met 19 februari 2015 samen met anderen een alarmpistool (merk Bruno Sri) voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen. 3.5 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat Feit 1 Hij op 21 januari 2015 te Den Haag ( [adres 2] ) tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen kleding (onder andere van het merk Philipp Plein), toebehorende aan [aangever 1] , welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [aangever 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en bedreiging met geweld bestonden uit het richten van een (nep) vuurwapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd van die [aangever 1] en het trekken van een pakket uit de handen van die [aangever 1] ; Feit 2 Hij op 19 februari 2015 te Den Haag ( [adres 3] ) tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een Iphone 6, toebehorende aan [aangever 2] , welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [aangever 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en bedreiging met geweld bestonden uit het richten van een (nep) wapen althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd althans het lichaam van die [aangever 2] en het grissen en/of trekken van een pakket van die [aangever 2] ; Feit 3 Hij op meerdere tijdstippen in de periode van 20 januari 2015 tot en met 19 februari 2015 in Den Haag, tezamen en in vereniging met anderen, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen een wapen van categorie III, onder 4, althans een alarmpistool (merk Bruno Sri). Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. 4De strafbaarheid van de feiten Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. 5De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De straf/maatregel 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 7 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarden begeleiding door de jeugdreclassering, dat de verdachte naar school zal gaan en zich onder behandeling van De Waag (MST) zal stellen. Ook acht de officier van justitie een contactverbod met de medeverdachten gedurende de proeftijd noodzakelijk en vordert zij de dadelijk uitvoerbaarheid van de te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat aan de verdachte geen langere onvoorwaardelijke straf zal worden opgelegd, dan de tijd die hij al in voorarrest heeft doorgebracht. De raadsvrouw verzoekt de rechtbank het advies van de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad) te volgen voor zover dit een deels voorwaardelijke straf met algemene en bijzondere voorwaarden betreft. De raadsvrouw deelt mee het door de officier van justitie gevorderde contactverbod met de medeverdachten wel te begrijpen. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte en zijn mededaders hebben zich schuldig gemaakt aan gewelddadige berovingen van pakketbezorgers. Daarbij zijn de verdachten planmatig en gewiekst te werk gegaan. Immers, het beroven van een pakketbezorger met een door een van de verdachten onder valse identiteit besteld pakketje vergde de nodige voorbereiding. De verdachten hebben allereerst spullen uitgezocht die ze persé in bezit wilden krijgen, zoals dure merkkleding of de allernieuwst Iphone. Deze goederen zijn kostbaar en zeer gewild. Er is gesurft op de sites van de diverse verkopers/producenten om precies die producten uit te zoeken die de verdachten wilden hebben. Vervolgens is er online een bestelling gedaan (waarschijnlijk vanuit een publieke ruimte zoals de Haagse bibliotheek), met gebruikmaking van een vals emailaccount met een verzonnen naam, een (soms) verzonnen mobiel nummer, en een bestaand maar niet aan een van de verdachten te relateren adres. Op dit adres, dat bij de verdachten bekend was, werd de nietsvermoedende pakketbezorger opgewacht. Diverse bedrijven hebben een bestelling voor verzending gereed gemaakt en de door hen ingehuurde pakketbezorger met de nieuwe, kostbare goederen op pad gestuurd, niet wetend dat de pakketbezorger zou worden beroofd. De verdachten hebben bedacht dat het onder rembours bestellen - een begrip dat online is opgezocht - het meest profijtelijk was. Zo hoefde er immers op voorhand niets betaald te worden en was de ‘opbrengst/winst’ maximaal. Ook is er zorggedragen voor een vuurwapen of een daarop gelijkend voorwerp, geschikt voor afdreiging. Dit heeft een evident gevaarzettend karakter. Het pakket, en dus de komst van de te beroven pakketbezorger, is via de mobiele telefoons van de verdachten gevolgd via het Track & Trace systeem, waardoor de verdachten goed konden inschatten of het pakket al in aantocht was en wanneer ze moesten toeslaan. Door deze handelswijze hebben de verdachten - zij het met de nodige tijdrovende voorbereiding - precies datgene in handen gekregen waar ze hun zinnen op hadden gezet; nieuwe merkkleding en een nieuwe I Phone 6, helemaal compleet en in de originele doos. Van énige terughoudendheid bij het voorgenomen plan, dat immers inhield dat een hardwerkende pakketbezorger onverhoeds zou worden overvallen door een aantal verdachten onder bedreiging van een vuurwapen en van zijn pakket zou worden beroofd, is de rechtbank niets gebleken. Van enige aarzeling bij het bedreigen van die pakketbezorger op de openbare weg, of enige aarzeling bij het uitvoeren van dit gewelddadige plan, is de rechtbank evenmin iets gebleken. Het vooruitzicht dat de verdachten op deze wijze in het bezit zouden komen van de zo gewenste goederen was kennelijk allesoverheersend. Duidelijk is ook dat de minderjarige verdachten financieel niet in staat waren deze kostbare goederen zelf te kopen, en op deze wijze hebben de verdachten toch gekregen wat ze persé wilden hebben. Bij de impact die een dergelijke gewelddadige beroving op de pakketbezorger zou hebben, hebben de verdachten niet stil gestaan. Zij hebben alleen aan hun eigen geldelijk gewin gedacht. De hebzucht overheerste. Dit rekent de rechtbank de verdachten zwaar aan. Bovendien nemen door dit soort overvallen de gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij in het algemeen toe. De rechtbank weegt mee dat de verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel uit het uittreksel Justitiële Documentatie, nog niet eerder is veroordeeld, maar wel eerder een transactie aangeboden heeft gekregen. De rechtbank heeft acht geslagen op het rapport d.d. 18 juni 2015 betreffende het forensisch psychologisch onderzoek van de verdachte, opgesteld en ondertekend door drs. [x] (GZ- en kinder- en jeugdpsycholoog), met assistentie van drs. [y] (orthopedagoog). Blijkens dit rapport is er bij de verdachte sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van performale zwakbegaafdheid en is er ook een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling. Er zijn aanwijzingen voor NLD, een non-verbale leerstoornis. Genoemde gebrekkige ontwikkeling was ten tijde van het ten laste gelegde aanwezig. Op grond van de genoemde gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van betrokkene, de onvoldoende ontwikkelde sociale vaardigheden, de beïnvloedbaarheid (zeer gericht op vriendengroep, weinig binding met thuis) en de gebrekkige gewetensfunctie kan wat betreft het ten laste gelegde gesteld worden, dat betrokkene in staat wordt geacht om het ongeoorloofde van zijn handelen achteraf te beseffen, maar in verminderde mate in staat was om adequate gedragskeuzes te maken en de consequenties van zijn handelen te overzien. Het ten laste gelegde is betrokkene in verminderde mate toe te rekenen. De onvoldoende ontwikkelde sociale vaardigheden in combinatie met de beïnvloedbaarheid en zijn lage (performale) capaciteiten zijn een factor die van belang kunnen zijn voor de kans op recidive. Geadviseerd wordt om de ten laste gelegde feiten af te doen middels een taakstraf, als pedagogische reactie op het ongewenste gedrag. Daarnaast acht onderzoeker het van groot belang dat in eerste instantie nader neuropsychologisch onderzoek wordt gedaan naar NLD. Onderzoeker acht het ook gewenst dat er behandeling gaat worden ingezet op het versterken van de onderlinge relaties binnen het gezin, zodat betrokkene meer binding krijgt met thuis en minder behoefte heeft om zijn heil te zoeken bij ‘foute’ vrienden. Begeleiding van de jeugdreclassering is van groot belang. Een en ander kan worden opgelegd in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel. De rechtbank neemt de conclusies ten aanzien van de mate van toerekenbaarheid en de kans op recidive uit voornoemd rapport over en maakt deze tot de hare. De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het meest recente rapport van de Raad d.d. 15 juli
- De Raad ziet in tegenstelling tot wat het instrument aangeeft veel risicofactoren die de kans op herhaling vergroten. Het betreft echter een eerste politiecontact en de verdachte stelt zich momenteel goed begeleidbaar op. De Raad vindt jeugddetentie niet gepast. De beschermende factor, zoals schoolgang, zou in het gedrang komen bij een detentie waar [verdachte] minder kansen heeft op een adequate schoolgang en in aanraking zou komen met jongeren die hem op een negatieve manier kunnen beïnvloeden. De Raad beseft echter dat er sprake is van een ernstig misdrijf, waarbij er ernstig inbreuk is gedaan op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en adviseert zodoende een voorwaardelijke jeugddetentie. De Raad vindt daarnaast dat een strafrechtelijke consequentie gepast is. Zeker nu de verdachte nog steeds geneigd is zijn aandeel in het delict te bagatelliseren. De Raad adviseert zodoende een werkstraf als meest passende straf. De Raad is voorts van mening dat de huidige jeugdreclasseringsmaatregel gecontinueerd dient te worden. Er dient nog gesproken te worden over het delict met de verdachte ten behoeve van zijn morele ontwikkeling. Daarnaast is het belangrijk dat er een adequate invulling komt van de vrije tijd, waarbij de verdachte ook in aanraking komt met een andere, prosociale vriendengroep. Daarnaast verandert de verdachte na de zomer van school en vindt de Raad het belangrijk dat dit wordt begeleid en zo nodig wordt bijgestuurd. De Raad deelt ook de mening van de deskundige dat een systemische aanpak wenselijk is, daar er zorgen zijn binnen het systeem van de verdachte en vindt zodoende dat als bijzondere voorwaarde deelname aan MST van de Waag opgenomen dient te worden. De Raad adviseert dan ook de verdachte een taakstraf op te leggen in de vorm van een werkstraf en tevens een voorwaardelijke jeugddetentie, onder de geldende algemene voorwaarden en de bijzondere voorwaarden dat de verdachte gedurende een bepaalde termijn onderwijs volgt, meewerkt aan vervolgdiagnostiek ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van NLD, wordt verplicht zich onder behandeling van de Waag, MST (Multi systeem Therapie) te stelen. Verzocht wordt aan de gecertificeerde instelling, Jeugdbescherming West te Den Haag opdracht te geven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. De rechtbank onderschrijft het advies van de Raad voor zover dit het opleggen van een voorwaardelijke jeugddetentie met algemene en bijzondere voorwaarden betreft. De rechtbank is anders dan de deskundige en de Raad van oordeel dat een werkstraf geen passende afdoening is. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een drietal ernstige strafbare feiten die een vrijheidsbenemende straf rechtvaardigen. De rol van de verdachte is naar het oordeel van de rechtbank groter dan hij doet voorkomen en de verdachte heeft geen enkel inzicht getoond in zijn gedrag en de consequenties daarvan, ook ter terechtzitting niet. De verdachte en zijn mededaders hebben de overvallen goed voorbereid en gepland en geen enkel moment gedacht aan de gevolgen voor de slachtoffers. Het dient de verdachte te worden ingescherpt dat zijn gedrag absoluut niet toelaatbaar is. Hoewel de rechtbank rekening houdt met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte, is de rechtbank van oordeel dat de mate daarvan niet zodanig is dat deze hieraan in de weg staat. De rechtbank is dan ook van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur passend en geboden is. Teneinde de verdachte in de toekomst van strafbare feiten te weerhouden ziet de rechtbank wel aanleiding een deel van deze straf voorwaardelijk op te leggen. Daarbij zal als algemene voorwaarde onder andere het meewerken aan toezicht en begeleiding door de jeugdreclassering, huisbezoeken inbegrepen, worden opgelegd, in combinatie met de bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich dient te melden bij de jeugdreclassering, meewerkt aan vervolgdiagnostiek ten behoeve van het vaststellen en uitsluiten van NLD, zich onder behandeling stelt van De Waag (MST) en op geen enkele wijze contact heeft met zijn medeverdachten. De rechtbank ziet, gelet op de omstandigheid dat de verdachte first offender is, geen reden de dadelijk uitvoerbaarheid van de te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht te bevelen, nu niet is gebleken dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. 7De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel [aangever 2] heeft zich ten aanzien van feit 2 als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 800,-, bestaande uit immateriële schade, met vergoeding van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. [aangever 2] heeft zich ten aanzien van feit 2 als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 671,42, zijnde materiële schade, met vergoeding van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 7.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [aangever 2] ten bedrage van € 800,-, zijnde de gevorderde immateriële schade, hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Tevens heeft de officier van justitie geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [aangever 2] ten bedrage van € 20,- zijnde de rembourstoeslag, hoofdelijk en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in de vordering voor het overige, nu de goudkleurige Iphone 6 aan [aangever 2] zal worden teruggegeven en de bepaling van de waardevermindering te ingewikkeld is voor het onderhavige strafproces. 7.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft primair afwijzing van de vordering van de benadeelde partij [aangever 2] bepleit, nu de verdachte op geen enkel moment betrokken is bij de overval, en subsidiair niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in de vordering. Tevens heeft de raadsvrouw afwijzing van de vordering van de benadeelde partij [aangever 2] bepleit, nu de verdachte de telefoon net 1 dag in zijn bezit had, toen deze in beslag is genomen. De telefoon kan dan ook worden teruggegeven aan [aangever 2] . 7.3 Het oordeel van de rechtbank 7.3.1 Vordering benadeelde partij van [aangever 2] De rechtbank acht deze vordering, die betrekking heeft op een bedrag van € 800,-, als vergoeding ter zake van geleden immateriële schade tot dat bedrag naar billijkheid toewijsbaar. Hoewel namens de verdachte de vordering is betwist, is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 2 primair bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal de vordering derhalve hoofdelijk ten laste van de verdachte toewijzen tot een bedrag van € 800,-. De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente ten laste van de verdachte toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 6 augustus 2015 is ontstaan. Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 2 primair bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 800,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 6 augustus 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 2] . 7.3.2 Vordering benadeelde partij van [aangever 2] De vordering, voor zover deze betrekking heeft op de post Post NL rembourstoeslag, is - hoewel namens de verdachte betwist - naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 2 primair bewezenverklaarde feit. De rechtbank zal de vordering derhalve hoofdelijk ten laste van verdachte toewijzen tot een bedrag van € 20,-. De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente ten laste van de verdachte toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 19 februari 2015 is ontstaan. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de goudkleurige Iphone 6 aan [aangever 2] zal worden geretourneerd en de berekening van de waardevermindering van de telefoon te belastend is voor het onderhavige strafgeding. Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Nu de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 2 primair bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en de verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 20,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 19 februari 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 2] . De rechtbank zal de vorderingen van de benadeelde partijen [x] en [y] hoewel ook in de onderhavige zaak ingediend, niet in behandeling nemen, nu deze vorderingen niet zien op een aan de verdachte ten laste gelegd feit. 8De inbeslaggenomen goederen 8.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de op de lijst van in beslag genomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage A aan dit vonnis is gehecht) onder 1, 2, 3, 5, 6 en 7 genummerde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte en dat het onder 4 genummerde voorwerp aan [aangever 2] zal worden teruggeven. 8.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft teruggave van de goederen bepleit, voorzover daar geen afstand van is gedaan. 8.3 Het oordeel van de rechtbank Nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan de verdachte gelasten van de op de beslaglijst onder 1 , 2, 3, 5, 6 en 7 genummerde voorwerpen. Tevens zal de rechtbank de teruggave aan [aangever 2] gelasten van het op de beslaglijst onder 4 genummerde voorwerp. 9De toepasselijke wetsartikelen De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen: 36f, 77a, 77g, 77h, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312 van het Wetboek van Strafrecht; 26, 31 en 55 van de Wet wapens en munitie. Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. 10De beslissing De rechtbank: verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de hem bij - gewijzigde - dagvaarding onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt: 1en 2 primair: DIEFSTAL, VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, MEERMALEN GEPLEEGD 3: HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID, VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE EN HET FEIT BEGAAN MET BETREKKING TOT EEN VUURWAPEN VAN CATEGORIE III EN HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 31, EERSTE LID VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE, MEERMALEN GEPLEEGD verklaart het bewezene en de verdachte deswege strafbaar; verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij; veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 7 MAANDEN bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht; bepaalt dat een gedeelte van deze jeugddetentie, groot 2 MAANDEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden; stelt de proeftijd vast op 2 jaren onder de algemene voorwaarden dat de veroordeelde: - zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit; - ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden; - zijn medewerking zal verlenen aan het door de (jeugd)reclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde: - zich gedurende de proeftijd en op door de reclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo frequent en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht; - gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten [medeverdachte 5] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6] , zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht; - zal meewerken aan vervolgdiagnostiek ten behoeve van het vaststellen of uitsluiten van NLD; - zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van De Waag (Multi System Therapie) zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht; - geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling, de Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte; ten aanzien van feit 2: wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij hoofdelijk toe ten laste van de verdachte en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [aangever 2], een bedrag van € 800,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 6 augustus 2015 tot de dag waarop deze vordering is voldaan; veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededaders aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag; legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 800,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 6 augustus 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 2]; bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 16 dagen; bepaalt dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen; ten aanzien van feit 2: wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij hoofdelijk toe ten laste van de verdachte en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [aangever 2] een bedrag van € 20,-; vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 19 februari 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan; veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken; bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededaders aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag; bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding; legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 20,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 19 februari 2015 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangever 2] bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 1 dag; bepaalt dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen; gelast de teruggave aan de verdachte van de op de beslaglijst onder 1, 2, 3, 5, 6, en 7 genummerde voorwerpen, te weten:
- STK Computer K1:zwart; PACKARD BELL;
- 1.00 STK Computer K1:blauw HP 11;
- 1.00 STK Computer Kl: blauw ACER;
- 1.00 STK Telefoontoestel Kl: wit IPHONE 5;
- 1.00 STK Telefoontoestel; IPHONE 6; kapot scherm beschadigd;
- 1.00 STK Computer; HP; gelast de teruggave aan [aangever 2] van het op de beslaglijst onder 4 genummerde voorwerp, te weten:
- 1.00 STK Telefoontoestel Kl: goudkleur; IPHONE
- Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Koekman, kinderrechter, voorzitter, mr. M. Kramer, kinderrechter, en mr. M. van Loenhoud, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.M. de Witte, griffier. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 augustus
- Mr. Koekman is buiten staat dit vonnis te ondertekenen. Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit – voor zover niet anders weergegeven - delen van ambtsedige processen-verbaal van de politie Eenheid Den Haag, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer 2015023230, doorgenummerd als pagina 1 tot en met
- Proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , pagina 338/
- Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 100/
- Proces-verbaal Team Forensische Opsporing, Wapens, Munitie en Explosieven, pagina 20/
- Proces-verbaal van bevindingen, pagina 348/
- Proces-verbaal van bevindingen, pagina
- Proces-verbaal vaststellen gebruiker [medeverdachte 3] 3164921001, pagina 449/
- Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2] , pagina 275/
- Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2] , pagina
- Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 629/
- Proces-verbaal van bevindingen uitgelezen laptops [adres 7] , pagina
- Proces-verbaal van bevindingen uitgelezen laptops [adres 1] , pagina
- Proces-verbaal analyse historische verkeersgegevens [medeverdachte 4] , pagina
- Proces-verbaal analyse historische verkeersgegevens [verdachte] , pagina 1559/
- Proces-verbaal uitgelezen Iphone 6 [verdachte] , pagina 727/
- Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] , pagina 952/
- Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 23 juli 2015, eigen verklaring verdachte. Proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , pagina 390/
- Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 100/
- Proces-verbaal bevindingen, pagina 1077, en rapport dactyloscopisch onderzoek, pagina 1086/
- Proces-verbaal bevindingen, pagina 1077, en rapport dactyloscopisch onderzoek, pagina 1094/
- Proces-verbaal doorzoeking [adres 1] , met bijlagen, pagina 160/
- Proces-verbaal uitgelezen Iphone 6 [medeverdachte 3] , pagina 1317/
- Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2] , pagina 996/
- Proces-verbaal uitgelezen Iphone 6 [verdachte] , pagina 714/
- Proces-verbaal zaaksdossier 2.2, pagina
- Proces-verbaal uitgelezen Iphone 6 [medeverdachte 3] , pagina 1307/
- Proces-verbaal uitgelezen Iphone 6 [verdachte] , pagina
- Proces-verbaal uitgelezen Iphone 6 [verdachte] , pagina
- Proces-verbaal uitgelezen Iphone 6 [verdachte] , pagina 733/
- Proces-verbaal uitgelezen laptop [adres 1] , pagina
- Proces-verbaal uitgelezen laptop [adres 1] , pagina
- Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte] , pagina 955/
- Verklaring verdachte [verdachte] bij de rechter-commissaris d.d. 23 februari
- Proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 23 juli 2015, eigen verklaring verdachte.