RECHTBANK DEN HAAG zittingsplaats Haarlem Sector bestuursrecht zaaknummer: AWB 15 / 10126 uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van in de zaak tussen [eiseres] , eiseres, van Turkse nationaliteit (gemachtigde: mr. F. Kiliç), en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder. Procesverloop Eiseres heeft bij brief van 21 mei 2015 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op de aanvraag van 14 juli 2014 om een verblijfsvergunning voor verblijf als gezinslid bij haar partner. Verweerder heeft bij brief van 1 juni 2015 aan eiseres medegedeeld voornemens te zijn om naar aanleiding van de aanvraag van eiseres van 2 april 2015 een verblijfsdocument te verstrekken voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] . Eiseres heeft de rechtbank bij brief van 5 juni 2015 medegedeeld dat geen belang meer bestaat bij een uitspraak op het beroep nu verweerder heeft aangegeven aan eiseres een verblijfsvergunning te verstrekken. Wel verzoekt eiseres om verweerder te veroordelen in de kosten van de procedure bij de rechtbank, nu de procedure het gevolg is van het onrechtmatig handelen van verweerder. Verweerder concludeert in zijn brief van 4 juni 2015 tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Bij brief van 14 juli 2015 heeft verweerder desgevraagd bericht niet bereid te zijn tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht, nu op 14 juli 2014 geen sprake is geweest van een aanvraag. Partijen hebben desgevraagd toestemming gegeven voor afdoening van de zaak zonder zitting. Overwegingen Nu eiseres in het bezit is gesteld van de gewenste verblijfsvergunning is het procesbelang aan de onderhavige procedure komen te ontvallen. De rechtbank zal reeds daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Vervolgens wordt bezien of er aanleiding is voor een proceskostenveroordeling en vergoeding van griffierecht. Daartoe wordt het volgende overwogen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.