RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats ’s-Gravenhage NAV Rolnr.: 3278410 RL EXPL 14-23788 29 september 2016 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Infoscore Nederland B.V. algemeen rechtsopvolger van de besloten vennootschap Gothia B.V., gevestigd te Heerenveen,eisende partij,gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] ,gedaagde partij,niet verschenen. Verdere verloop van de procedure Bij tussenvonnis van 30 juni 2016, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd, is eisende partij in de gelegenheid gesteld een akte te nemen waarin zij kan ingaan op hetgeen in het tussenvonnis is overwogen en waarbij zij is verzocht diverse gegevens aan te leveren. Eisende partij heeft op de rol van 28 juli 2016 een akte genomen. Vervolgens is de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden. Overwegingen Eisende partij heeft bij dagvaarding gevorderd gedaagde partij te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 572,63 te vermeerderen met rente en kosten. Eisende partij heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd – verkort weergegeven – dat tussen gedaagde partij en T-Mobile Netherlands B.V. (hierna: de telecomaanbieder) een overeenkomst tot stand is gekomen en dat gedaagde partij toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van deze overeenkomst. De telecomaanbieder heeft de vordering op gedaagde partij gecedeerd aan (de rechtsvoorganger van) eisende partij. Nu de vordering door gedaagde partij niet is weersproken, zal deze worden toegewezen, met inachtneming van het volgende. Telefoonabonnement met toestel – koop op afbetaling Vaststaat dat tussen gedaagde partij en de telecomaanbieder een overeenkomst is gesloten waarbij aan gedaagde partij een telefoontoestel is verstrekt, zonder dat in de overeenkomst de prijs voor het telefoontoestel is opgenomen. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 13 juni 2014 (ECLI:NL:HR:2014:1385) bepaald dat een overeenkomst als de onderhavige, die ook wel wordt aangeduid als een ‘telefoonabonnement met toestel’, dient te worden aangemerkt als een koop op afbetaling zoals bedoeld in artikel 7A:2576 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en tevens, indien de overeenkomst is gesloten op of na 25 mei 2011, als een kredietovereenkomst als bedoeld in artikel 7:57 lid 1 aanhef en onder c BW, één en ander tenzij de telecomaanbieder stelt en zo nodig aannemelijk maakt dat de door de consument verschuldigde abonnementskosten niet (mede) strekken tot afbetaling van de telefoon. De kantonrechter zal het onderhavige telefoonabonnement met toestel toetsen aan de wettelijke vereisten voor koop op afbetaling. Koop en verkoop op afbetaling is, zo luidt artikel 7A:1576 lid 1 BW, de koop en verkoop, waarbij partijen overeenkomen dat de koopprijs wordt betaald in termijnen, waarvan twee of meer verschijnen nadat de verkochte zaak aan de koper is afgeleverd. Artikel 7A:1576 lid 2 BW bepaalt dat de overeenkomst niet van kracht is, voordat partijen de door de koper te betalen prijs hebben bepaald. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 12 februari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:236) bepaald dat, ter bescherming van het belang van de koper, duidelijk moet zijn wat de koopprijs van de door hem gekochte zaak is, en daarmee wat de omvang van de door hem verschuldigde termijnen, voor zover die daarop betrekking hebben. Die prijs moet in de overeenkomst afzonderlijk zijn bepaald. Nu dat in het onderhavige geval niet is gebeurd, wordt de overeenkomst tot koop en verkoop op afbetaling geacht niet tot stand te zijn gekomen en kunnen aan de overeenkomst, voor zover deze ziet op de koop op afbetaling, geen rechtsgevolgen worden verbonden. De telecomaanbieder zal aan gedaagde partij moeten teruggeven hetgeen hij op grond van de niet tot stand gekomen overeenkomst heeft ontvangen. Om die reden zal moeten worden bepaald welk gedeelte van de door gedaagde partij verschuldigde maandtermijnen geacht wordt te zijn bestemd voor de voldoening van de koopsom. De kantonrechter zal daarbij niet treden in hetgeen al door gedaagde partij is voldaan, maar slechts kijken naar het deel van de overeenkomst waar de vordering betrekking op heeft. Waardebepaling van het toestel Om te bepalen welk deel van de abonnementstermijnen betrekking heeft op het verstrekte telefoontoestel, kunnen twee uitgangspunten worden gehanteerd. In de eerste plaats kan worden uitgegaan van de geldende verkoopwaarde van het telefoontoestel ten tijde van het aangaan van de overeenkomst. Ten tweede kan worden uitgegaan van een vergelijkbaar sim-only abonnement. Eisende partij heeft gesteld dat het het meest zuiver is om een vergelijking te maken tussen onderhavige overeenkomst met een vergelijkbaar sim-only abonnement, dat wil zeggen een abonnement met hetzelfde aantal minuten en MB’s maar zonder telefoontoestel. Het bedrag dat de consument in dat geval maandelijks betaalt voor het toestel is dan gelijk aan het termijnbedrag uit de betreffende overeenkomst met toestel minus de maandelijkse prijs van een vergelijkbaar sim-only abonnement. De kantonrechter is echter van oordeel dat de geldende verkoopwaarde van het telefoontoestel ten tijde van het aangaan van de overeenkomst als uitgangspunt moet worden genomen, omdat dit een meer directe en neutrale wijze is om te bepalen wat de waarde van het toestel binnen het abonnement voor de consument is (geweest) op het moment van het aangaan van de overeenkomst. Als wordt uitgegaan van de sim-only vergelijking, kan niet worden uitgesloten dat de telecomaanbieder invloed uitoefent op de verdeling van de kosten die in rekening worden gebracht voor het telefoontoestel en kosten die in rekening worden gebracht voor de telecommunicatiediensten. Dit kan meebrengen dat de telecomaanbieder een voor haar gunstige verdeling kan vaststellen die geen reëel beeld van de werkelijke telefoonkosten geeft en daarmee ten nadele werkt van de consument. Berekening toe te wijzen bedragen vóór beëindiging overeenkomst Op basis van de door eisende partij verstrekte gegevens en op basis van de overgelegde facturen wordt de volgende berekening gemaakt. Vooropgesteld wordt dat, indien de aktes geen duidelijkheid verschaffen over de verschuldigde maandelijkse termijnen en de aan gedaagde partij verleende kortingen, zal worden uitgegaan van de overgelegde overeenkomst en de in het geding gebrachte facturen. De verkoopwaarde van het toestel bedraagt € 400,00, zodat op basis van een overeenkomst voor 24 maanden een bedrag van € 16,67 per maand in de abonnementstermijnen betrekking heeft op het verstrekte telefoontoestel. Uitgaande van de maandelijkse abonnementskosten van € 62,36, omvat het toesteldeel 26,73% van de totale maandelijkse abonnementskosten. De facturen van december 2012 tot en met mei 2013, die zien op reguliere abonnementstermijnen en eventuele gebruikskosten, bedragen samen € 524,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.