Rechtbank den haag Team Handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/513319 / KG ZA 16/773 Vonnis in kort geding van 5 oktober 2016 in de zaak van 1. de stichting Stichting Rivierduinen , statutair gevestigd te Leiden , 2. de stichting Stichting MEE Zuid-Holland Noord , statutair gevestigd te ’ s-Gravenhage , 3. de stichting Stichting ’s Heeren Loo Zorggroep , statutair gevestigd te Amersfoort , 4. de stichting Stichting Stek Jeugdzorg , statutair gevestigd te Capelle aan den IJssel , eiseressen, advocaten mr. P.F.C. Heemskerk en mr. E.J.H. Gielen te Utrecht, tegen: 1. de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Alphen aan den Rijn, zetelend te Alphen aan den Rijn, 2. de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Kaag en Braassem, zetelend te Roelofarendsveen, gedaagden, advocaten mr. P.H.L.M. Kuypers en mr. C. de Ruiter te Brussel (België), waarin is tussengekomen: 1. de stichting Stichting Cardea Jeugdzorg , statutair gevestigd te Leiden , 2. de stichting Stichting Gemiva-SVG Groep , statutair gevestigd te Gouda , 3. de stichting Stichting Horizon Jeugdzorg en Speciaal Onderwijs , statutair gevestigd te Rotterdam , 4. de stichting Stichting Ipse de Bruggen , statutair gevestigd te Alphen aan den Rijn , 5. de stichting Stichting Kwadraad , statutair gevestigd te Gouda , 6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Opvoedpoli B.V. , statutair gevestigd te Amsterdam , advocaat mr. P.W. Juttmann te Amsterdam. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ het Consortium , ‘de gemeenten’ en ‘ GO! voor jeugd ’. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding met producties; - de akte houdende een wijziging van eis; - de akte houdende een tweede wijziging van eis; - de door gedaagde overgelegde conclusie van antwoord met producties; - de incidentele conclusie tot tussenkomst c.q. voeging; - de bij de mondelinge behandeling door alle partijen overgelegde pleitnotities. 1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 september 2016. Ter zitting is vonnis bepaald op heden. 2Het incident tot tussenkomst c.q. voeging 2.1. GO! voor jeugd heeft gevorderd te mogen tussenkomen in de procedure tussen het Consortium en de gemeenten. Ter zitting hebben het Consortium en de gemeenten verklaard geen bezwaar te hebben tegen de tussenkomst. GO! voor jeugd is vervolgens toegelaten als tussenkomende partij, aangezien zij aannemelijk heeft gemaakt dat zij daarbij voldoende belang heeft. Voorts is niet gebleken dat de toewijzing van de gevorderde tussenkomst in de weg staat aan de vereiste spoed bij dit kort geding en de goede procesorde in het algemeen. 3De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 3.1. Op 1 januari 2015 is de verantwoordelijkheid voor integrale jeugdhulp overgeheveld van het Rijk en de provincie naar gemeenten. Nederlandse gemeenten zijn sindsdien verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken in het kader van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 3.2. De gemeenten Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem hebben in 2015 alle vormen van jeugdhulp ingekocht via het regionaal samenwerkingsorgaan Holland Rijnland volgens een perceel-indeling die gebruikelijk was in de jeugdzorg. Per 1 januari 2017 lopen verschillende contracten in regionaal verband af, reden waarom de gemeenten op 26 april 2016 de opdracht voor het aanbieden van jeugdhulp voor (ten minste) drie jaar hebben aangekondigd (hierna: de opdracht). De opdracht ziet op alle vormen van jeugdhulp aan jeugdigen die woonachtig zijn in de gemeenten, met uitzondering van de jeugdhulp waaraan een rechterlijke maatregel ten grondslag ligt. 3.3. De gemeenten wensen een overeenkomst te sluiten met één aanbieder. Het gunningscriterium is de economisch meest voordelige inschrijving. In het Aanbestedingsdocument van 26 april 2016 staat voorts vermeld: “1.2.1 Achtergrond en doelstelling van de Opdracht De Aanbesteder wil het voor zijn inwoners beter en anders doen in het sociaal domein. (...) Concreet betekent dit dat in de inkoop jeugdhulp een vernieuwing wordt beoogd die meer uitgaat van de oplossing die de inwoner nodig heeft in plaats van de producten die in het oude systeem van jeugdhulp bekend zijn. (...) Waar de inwoner ondersteuning nodig heeft, biedt Aanbesteder maatwerkoplossingen. Als resultaat van de veranderingen in het sociaal domein wordt de ondersteuning ook kostenefficiënter vormgegeven. (...) 1.2.4 Kern van de Opdracht Met de integrale Opdracht wordt beoogd om professionals maximaal de ruimte te geven in de jeugdhulp nieuwe Arrangementen te ontwikkelen met een minimum aan bureaucratie. (...) 1.2.4.5 Persoonsgebonden budget (Pgb) Het persoonsgebonden budget (Pgb) en zorg in natura (ZIN) zijn communicerende vaten. De afweging welke van beide vormen van bekostiging in specifieke situaties het meest passend zijn, is naar het inzicht van Aanbesteder aan de professionals en aan de opvoeders. De vraag van de Cliënt is hierbij altijd leidend. (...) Niet alleen is Pgb Jeugd een wettelijk recht, maar in de ogen van Aanbesteder ook een instrument om de Keuzevrijheid van Cliënten te kunnen honoreren. Vandaar dat Aanbesteder de Opdrachtnemer opdraagt om voor beide Gemeenten voor Pgb Jeugd een bedrag beschikbaar te houden binnen het plafondbudget van de integrale Opdracht. (...) 1.3 Het plafondbudget De Aanbesteder heeft voor het realiseren van de integrale Opdracht onderstaande meerjarige plafondbudgetten (er vindt geen jaarlijkse indexering plaats) vastgesteld per gemeente. 2017 2018 2019 Alphen aan den Rijn € 20.000.000 € 17.500.000 € 17.500.000 Kaag en Braassem € 3.120.000 € 2.930.000 € 2.930.000 Tabel 2: plafondbudget per jaar (...) Derhalve neemt Opdrachtnemer dus altijd een inhoudelijk en financieel risico door zich contractueel te verbinden aan het bereiken van de maatschappelijke doelen en effecten als beschreven in paragraaf 1.2.7. Wat betreft het financiële risico zij opgemerkt dat overschrijdingen en onderschrijdingen voor rekening komen van Opdrachtnemer. Aanbesteder verplicht Opdrachtnemer, gezien het maatschappelijke karakter van de integrale Opdracht, om eventuele onderschrijdingen ten goede te laten komen aan de uitvoering van de jeugdhulp (primaire hulptaken). Met het oog op politieke, wettelijke, economische, budgettaire, bestuurlijke of organisatorische ontwikkelingen en de hiermee samenhangende krimp of groei van de Opdrachtgever, dan wel de positie van de Opdrachtgever of taakstellingen, is het mogelijk dat zowel de inhoud als de omvang van de integrale Opdracht kan wijzigen. Dergelijke potentiële wijzigingen maken onderdeel uit van de integrale Opdracht.” 3.4. In Bijlage 1 bij het Aanbestedingsdocument, het Programma van Eisen, staat voor zover hier relevant vermeld: “Nr. Algemene eisen (...) (...) E-13 Acceptatieplicht Cliënten Opdrachtnemer is verplicht om gedurende de looptijd van de Overeenkomst alle noodzakelijke hulp die onder de werking van de Overeenkomst valt, te bieden aan een jeugdige en/of diens ouders ongeacht leeftijd, geslacht, afkomst, geaardheid, inkomen, gezondheidstoestand of aard van de hulpvraag. Opdrachtnemer mag daarbij geen Cliënten weigeren. E-14 Wachtlijsten Opdrachtnemer zal gedurende de looptijd van de Overeenkomst geen Wachtlijsten hanteren. Hij zal zich niet beroepen op maximaal bereikte capaciteit. Mochten zich plaatsingsproblemen voordoen, dan moet de Opdrachtnemer dit direct oplossen. Als een Wachtlijst dreigt te ontstaan, dient Opdrachtnemer dit onverwijld en terdege onderbouwd te melden aan de contractmanagers van Opdrachtgever. Opdrachtnemer dient deze melding vergezeld te laten gaan van een adequate oplossing. (...) (...) E-25 Keuzevrijheid Cliënten Opdrachtnemer borgt voortdurend de keuzevrijheid van Cliënten. Keuzevrijheid kan op meerdere manieren worden gerealiseerd. Opdrachtnemer draagt in ieder geval voor de realisatie van onderstaande manieren zorg: (...) Daarnaast dient iedere Cliënt te kunnen kiezen voor een persoonsgebonden budget als gelijkwaardig alternatief, mits aan de gestelde toekenningskaders wordt voldaan.” 3.5. Bij de aanbestedingsstukken is tevens een “Concept overeenkomst Jeugdhulp 2017-2019” gevoegd. Ook daarin zijn de acceptatieplicht voor de opdrachtnemer en de plafondbudgetten opgenomen. In de definitieve versie van de concept-overeenkomst staat voorts onder meer vermeld: “ Artikel 12. TEKORTKOMING 12.1 Indien Opdrachtnemer toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst zal Opdrachtgever daar middels een aangetekend schrijven melding van maken. Partijen zullen vervolgens met elkaar in overleg treden en SMART geformuleerde afspraken maken over de wijze waarop de tekortkoming ongedaan kan worden gemaakt. (...) Artikel 13. BIJZONDERE BEPALINGEN Verzekering, aansprakelijkheid en vrijwaring (...) 13.2 Opdrachtnemer is aansprakelijk voor alle schade die door Opdrachtgever wordt geleden als gevolg van een tekortkoming van Opdrachtnemer of een door Opdrachtnemer ingeschakelde Onderaannemer bij de uitvoering van de Overeenkomst. De in het kader van de Overeenkomst door Opdrachtnemer te vergoeden schade is per gebeurtenis beperkt tot een bedrag van € 3.000.000. 13.3. De in artikel 13.2 opgenomen aansprakelijkheidsbeperking is niet van toepassing indien de aansprakelijkheid verband houdt met aanspraken van derden op schadevergoeding of in geval van opzet of grove schuld aan de zijde van Opdrachtnemer, haar medewerkers of door Opdrachtnemer ingeschakelde hulppersonen. (...) 13.5 Opdrachtgever is niet aansprakelijk voor schade die – in welke vorm dan ook – door Opdrachtnemer wordt geleden als gevolg van of in verband met een onrechtmatige daad of een toerekenbare tekortkoming door Opdrachtgever onder de Overeenkomst, tenzij die schade het gevolg is van de grove schuld of opzet van Opdrachtgever of een van haar vertegenwoordigers.” 3.6. Het Consortium heeft gedurende de aanbestedingsprocedure, voor sluiting van de inschrijftermijn, diverse bezwaren geuit over de inhoud en de opzet van de aanbesteding. Bij brief van 16 juni 2016 heeft het Consortium gemeld dat het tijdig een inschrijving zal indienen, maar dat de gemeenten daaruit niet kunnen afleiden dat het Consortium met de voorwaarden van de inschrijving kan instemmen. 3.7. Holland Rijnland heeft in april 2016 een “Jaaroverzicht 2015 Jeugdhulp Holland Rijnland” opgesteld. In dat Jaaroverzicht staat onder meer vermeld: “aan het einde van het jaar is gebleken dat een deel van de aanbieders verspreid over alle percelen, overproductie heeft gedraaid, waarvoor zij niet door Holland Rijnland aanvullend zijn gefinancierd. (...) Vastgesteld moet worden dat de snelheid van budgetvermindering veel hoger is dan de mogelijkheden tot daadwerkelijke transformatie, waardoor het risico van afbraak groter wordt. (...) In 2015 is met kunst- en vliegwerk de relatie tussen visie, inhoudelijke doelen en financiële kaders min of meer in stand gebleven. 2015 laat slechts een lichte overschrijding van de budgetten zien, maar de verwachting is dat in 2016 deze relatie niet meer goed houdbaar is. (...) Vaststelling moet dan ook zijn dat de terugloop van budgetten veel sneller verloopt dan de mogelijkheden tot transformatie. De problemen zullen daardoor in 2016 verder toenemen. (...) Aanbieders hebben deels wel overproductie gedraaid waarvoor zij geen middelen ontvingen. Dat heeft tot gevolg dat die aanbieders op 1-1-2016 al begonnen met een overcapaciteit en nu, april 2016, al geen cliënten meer kunnen aannemen. De overproductie bij een aantal aanbieders in 2015 alsmede de bezuiniging van 10% in 2016 heeft ervoor gezorgd dat aanbieders verspreid over alle percelen al in april aangeven het niet meer te redden binnen de gestelde budgetplafonds. Er is hier geen sprake van een incident, maar van een structurele en chronische situatie: er zijn meer cliënten gekomen en de budgetten zijn sterk afgenomen.” 3.8. Vier inschrijvers, waaronder het Consortium en GO! voor jeugd hebben tijdig een inschrijving ingediend. Bij brief van 12 juli 2016 hebben de gemeenten aan het Consortium bericht: “Uw inschrijving is bij de beoordeling als tweede geëindigd. De Inschrijving van GO! voor jeugd is de Economisch Meest Voordelige Inschrijving gebleken. De Gemeenten zijn dan ook voornemens de opdracht te gunnen aan GO! voor jeugd (...). 4Het geschil 4.1. Het Consortium vordert, zakelijk weergegeven en na (tweede) wijziging van eis: primair: I. de gemeenten te gebieden de gunningsbeslissing van 12 juli 2016 in te trekken, de aanbestedingsprocedure te staken en gestaakt te houden en – voor zover zij de opdracht nog wensen te vergeven – over te gaan tot heraanbesteding met inachtneming van het aanbestedingsrecht, de Gids Proportionaliteit en dit vonnis; subsidiair: II. de gemeenten te gebieden de gunningsbeslissing van 12 juli 2016 in te trekken en de inschrijvingen opnieuw te beoordelen met inachtneming van de vereiste objectiviteit; meer subsidiair: III. de gemeenten te gebieden om niet tot continuering van de aanbesteding over te gaan dan nadat de appeltermijn is verstreken en (in voorkomend geval) in spoedappel op de vorderingen zal zijn beslist; uiterst subsidiair: IV. te bepalen dat de gemeenten na ommekomst van elk kalenderjaar financiële verantwoording afleggen over alle uitgaven die onder de hier aanbestede overeenkomst aan GO! voor jeugd zijn gedaan; alles op straffe van verbeurte van een dwangsom. 4.2. Daartoe voert het Consortium – samengevat – het volgende aan. Door de wijze waarop de gemeenten de aanbesteding hebben georganiseerd, handelen zij in strijd met de beginselen van transparantie, gelijkheid en proportionaliteit. De scope van de opdracht is onduidelijk, nu onder meer het volume van de huidige zorgaanvraag onbekend is bij de inschrijvers. De gemeenten hebben inschrijvers van onvoldoende informatie voorzien om een reële inschatting van de situatie en de risico’s te maken. Als gevolg hiervan hebben zittende inschrijvers een onrechtmatige kennisvoorsprong. De gemeenten hebben voorts in feite alle risico’s met betrekking tot de uitvoering van de opdracht naar de opdrachtnemer overgeheveld. Dat is disproportioneel. De opdrachtnemer moet onbeperkt zorg verlenen voor een vast bedrag (het plafondbudget). Dat plafondbudget is veel te laag om alle jeugdigen in de gemeenten te voorzien van passende zorg. De opdrachtnemer heeft geen invloed op de instroom van cliënten en een groot aantal onvoorziene omstandigheden kunnen tot een (forse) toename van het zorgvolume leiden . Als deze omstandigheden zich voordoen, komt dit voor rekening en risico van de opdrachtnemer. Er is in de aanbestedingsstukken geen ontsnappings- of ontluchtingsmogelijkheid opgenomen. Het budget kan niet worden aangepast, er mogen geen wachtlijsten ontstaan en opdrachtnemer moet het probleem zelf oplossen. Ook hebben de gemeenten de aansprakelijkheid voor schade die bij de uitvoering van de opdracht ontstaat ten onrechte volledig bij de opdrachtnemer gelegd. Daarnaast is de aanbestedingsdocumentatie onduidelijk en voor meerderlei uitleg vatbaar. De subgunningscriteria die worden gehanteerd zijn subjectief en onvoldoende bepaald, terwijl de beoordeling van de inschrijving op een dusdanige wijze is georganiseerd dat de benodigde objectiviteit niet wordt gewaarborgd. Naast het voorgaande hebben de gemeenten te weinig punten aan de inschrijving van het Consortium toegekend en aan de inschrijving van GO! voor jeugd meer punten toegekend dan gerechtvaardigd is. 4.3. De gemeenten en GO! voor jeugd voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken. 4.4. GO! voor jeugd vordert – zakelijk weergegeven – de gemeenten te gebieden de opdracht te gunnen aan GO! voor jeugd , althans te verbieden aan een ander te gunnen dan aan GO! voor jeugd . Verkort weergegeven stelt GO! voor jeugd daartoe dat zij er belang bij heeft dat de opdracht definitief aan haar gegund wordt en derhalve bij afwijzing van de vorderingen van het Consortium , nu die definitieve gunning daardoor in gevaar kan komen. 4.5. Voor zover nodig zullen de standpunten van het Consortium en de gemeenten met betrekking tot de vorderingen van GO! voor jeugd hierna worden besproken. 5De beoordeling van het geschil 5.1. Partijen twisten over (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.