Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 16/1133 uitspraak van de meervoudige kamer van 25 oktober 2016 in de zaak tussen [eiseres] , eiseres (gemachtigde: mr. drs. R. Brouwer), en de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [kantoorplaats], verweerder. Procesverloop Verweerder heeft aan eiseres over het tijdvak 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd ter grootte van € 711.500 en bij daartoe strekkende beschikkingen een boete opgelegd van € 4.920 en € 102.070 heffingsrente in rekening gebracht. Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 2 januari 2016 de naheffingsaanslag en de heffingsrente verminderd tot respectievelijk € 564.527 en € 80.986 en de boete gehandhaafd. Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Eiseres heeft vóór de zitting een nader stuk ingediend. Dit stuk is in afschrift verstrekt aan verweerder. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 september 2016. Namens eiseres is de gemachtigde verschenen, bijgestaan door [persoon 1] , [persoon 2] , [persoon 3] en [persoon 4] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon 5] , bijgestaan door [persoon 6] , [persoon 7] , [persoon 8] , [persoon 9] en [persoon 10] . Ter zitting heeft tevens de mondelinge behandeling plaatsgevonden van het beroep van eiseres betreffende de aan haar opgelegde naheffingsaanslag omzetbelasting voor het jaar 2008, zaaknummer SGR 16/1132. Al hetgeen is aangevoerd en overgelegd in die zaak, wordt ook geacht te zijn aangevoerd en overgelegd in deze zaak. Overwegingen Feiten 1. Op 13 augustus 2013 is verweerder begonnen aan een boekenonderzoek bij eiseres. Van dit onderzoek is op 26 november 2015 het controlerapport uitgebracht waarin onder meer het volgende is vermeld: “2.2 Verloop boekenonderzoek Op 15 april 2013 is de aankondigingsbrief voor een boekenonderzoek aan [eiseres] verzonden. Op 15 april 2013 is in overleg met (…) STEP afgesproken, dat STEP niet alleen een steekproef zou trekken ten behoeve van de door STEP ingediende suppletie maar ook voor het door [verweerder] uit te voeren boekenonderzoek. Op 8 mei 2013 heeft STEP daarvoor een aanvullende opdracht ontvangen van [eiseres]. (…) 4 Steekproef 4.1 Uitgangspunten Op 13 december 2012 heeft Step namens [eiseres] een suppletie voor de aangiften BCF en BTW voor de jaren 2007 tot en met 2011 ingediend. [Eiseres] heeft aan STEP een aanvullende opdracht gegeven om de suppletie door STEP te laten toetsen door middel van een steekproef. In overleg tussen [eiseres] en [verweerder] is besloten om STEP een steekproef te laten uitvoeren op alle BTW mutaties van 2008 ter toetsing van de genoemde suppletie én als basis voor de door [verweerder] uit te voeren controle over 2008. (…) Uit de tabel volgt een materialiteit van (…) € 240.000. (…) Ter voorkoming (…) is (…) afgesproken om de controletolerantie te stellen op 60% van de materialiteit zijnde € 144.000. Hierbij bedraagt het interval € 48.000. (…) 4.2.6 Outplacement Het boekstuk (…) betreft een factuur voor (…) de begeleiding van een wethouder naar een andere baan. De op de factuur vermelde BTW bedraagt € 1.387. (…) De foutfractie voor de voorbelasting bedraagt 0,02. (…) 4.2.8 Tennisvereniging (…) De gemeente heeft de BTW ad € 1.743,22 in eerste instantie als kostprijsverhogend geboekt. De omzetbelasting begrepen in de factuur wordt door STEP ten onrechte in haar suppletie gecorrigeerd in de te claimen voorbelasting (…). De foutfractie voor de voorbelasting bedraagt 1. (…). 4.2.9 Sportpark [naam van sportpark 1] De omzetbelasting vermeld op de facturen (…) is door de gemeente volledig gecompenseerd. (…) € 15.087,67 BTW betreft de aanleg van een hockeyveld van kunstgras (…) en (…) € 9.238 BTW betreft de aanleg van nutsvoorzieningen (…). (…) De foutfractie voor de vooraftrek bedraagt 0. (…). 4.2.10 Sportpark [naam van sportpark 2] Het boekstuk (…) betreft een factuur van voetbalvereniging (…) voor verrichte beheer- en onderhoudswerkzaamheden (…). De voetbalvereniging brengt (…) € 42.221,97 (exclusief € 8.022,18 BTW) in rekening. De gemeente verwerkt de BTW als vooraftrek in de aangifte omzetbelasting. (…). De foutfractie voor de vooraftrek bedraagt 1. (…). 4.2.11 Sportpark [naam van sportpark 3] Het boekstuk (…) betreft een factuur voor de aanleg van een kunstgrasveld (…). De (…) BTW ad € 79.272,20 is in eerste instantie als kostenverhogend geboekt. In de suppletie van STEP is de BTW van de factuur alsnog volledig aangemerkt als vooraftrek. (…) Omdat de factuur 2 keer getrokken is bedraagt de foutfractie voor de fiscale behandeling 2. De foutfractie voor de voorbelasting bedraagt 2. (…). 4.2.12 Zwembad [naam van zwembad] (…) De op de facturen vermelde BTW respectievelijk € 811,30 en € 1.550,40 is als vooraftrek in de aangifte omzetbelasting verwerkt. (…) De foutfractie voor de voorbelasting bedraagt 2. (…). 4.3 Steekproefevaluatie (…) De maximale fout binnen de populatie bedraagt € 1.763.674 en overstijgt daarmee het bedrag van de materialiteit (€ 240.000). Onder deze omstandigheden kan de onderzochte populatie – als gevolg van de daarin voorkomende fouten – niet worden goedgekeurd. (…) 4.4 Gevolgschade per belastingmiddel (…) De gevolgschade kan berekend worden door per middel de som van de berekende foutfractie te vermenigvuldigen met het interval ad € 48.000. 4.5 Gevolgen voor 2007 en 2009 tot en met 2012 Gezien de aard en omvang van de bevindingen is het aannemelijk dat fouten zich ook in de jaren 2007 en 2009 tot en met 2011 hebben voorgedaan. Voor zover [verweerder] dit na kon gaan hebben er bij de gemeente (nagenoeg) geen veranderingen plaats gevonden in de aard en omvang van de activiteiten, de administratieve organisatie en het personeel. In 2012 zijn er voor wat betreft de sportactiviteiten wel aanzienlijke wijzigingen door gevoerd. Principieel biedt [verweerder] aan [eiseres] gedurende het onderzoek gelegenheid om onderzoek te doen naar de exacte omvang van het bedrag aan fouten voor de jaren 2007 en 2009 tot en met 2011. Aangezien [eiseres] hiervan geen gebruik wil maken zal op basis van de uitkomsten van getrokken steekproef over 2008 per belastingmiddel de gevolgschade voor 2007 en 2009 tot en met 2011 berekend worden door middel van een zogenaamde extrapolatie.” 2. Paragraaf 5.1.2 van het controlerapport bevat een overzicht van de over 2007 tot en met 2011 na te heffen bedragen. Dit overzicht vermeldt een foutpercentage van 44,56. Voor het jaar 2009 is vermeld dat € 905.977 op aangifte aan voorbelasting is teruggevraagd en daarvan via een suppletieaangifte € 290.095 weer is aangegeven. De naheffing over 2009 wordt aldus nader vastgesteld op € 290.095 + (44,56% van (905.977 -/- 290.095))= € 564.527. Geschil 3. In geschil is of de naheffingsaanslag naar het juiste bedrag is opgelegd. Meer specifiek is in geschil: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.