Rechtbank DEN HAAG Meervoudige kamer Rekestnummer: FA RK 14-10026 Zaaknummer: C/09/479705 Datum beschikking: 9 november 2016 Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken Beschikking op het op 19 december 2014 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. J. Bouwhuis te Leiden. Als belanghebbenden worden aangemerkt: [de vader] de vader, wonende in de Verenigde Staten van Amerika, advocaat: mr. M.A. Baeten te Amsterdam, en drs. J.A.M. Hendriks, kantoorhoudende te Leiderdorp, de bijzondere curator over de minderjarigen: - [eerste mj] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Verenigde Staten van Amerika, feitelijk verblijvende bij gezinshuisouders van De Hoenderloo Groep; - [tweede mj] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Verenigde Staten van Amerika, verblijvende bij de moeder; - [derde mj] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , Verenigde Staten van Amerika, verblijvende bij de moeder. Procedure Bij beschikking van 26 augustus 2015 van deze rechtbank is een bijzondere curator benoemd en zijn partijen verwezen naar het omgangshuis Cardea Jeugdzorg te Leiderdorp voor het begeleiden van elektronisch contact tussen de vader en de minderjarigen [tweede mj] en [derde mj] en is een beslissing ter zake van de zorgregeling, de contact- en informatieregeling, het hoofdverblijf, de dwangsom en de proceskosten aangehouden. De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder thans ook: - de F-formulieren van 5 januari 2016, 11 augustus 2016 en 11 oktober 2016, laatste met bijlagen van de zijde van de vader; - de F-formulieren van 14 januari 2016, 19 januari 2016, met een bijlage, 16 augustus 2016 en 7 oktober 2016, beide met bijlagen van de zijde van de moeder; - de brief van 12 januari 2016 en het verslag van 29 juni 2016 van de bijzondere curator; - het eindverslag Omgangsbegeleiding van Cardea Jeugdzorg van 1 augustus 2016; - het aanvullend zelfstandig verzoek van de vader van 30 september 2016 met bijlagen; - het verweerschrift van de moeder op het zelfstandig verzoekschrift van de vader. De minderjarige [eerste mj] heeft in raadkamer van 12 oktober 2016 mondeling haar mening aan de rechtbank te kennen gegeven. Op 12 oktober 2016 is de behandeling ter terechtzitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de moeder met haar advocaat, de advocaat van de vader met de tolk [naam tolk] , terwijl de vader via een internetverbinding met een tablet de zitting vanuit de Verenigde Staten heeft gevolgd. Tevens waren [medewerker RvdK] namens de Raad voor de Kinderbescherming (nader: de raad) en drs. J.A.M. Hendriks, als bijzondere curator aanwezig. Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd. Beoordeling Bij beschikking van 26 augustus 2015 heeft de rechtbank voor recht verklaard dat partijen gezamenlijk gezag uitoefenen over de minderjarigen, het verzoek van de vader tot verlening van vervangende toestemming tot inschrijving van [eerste mj] voor online scholing afgewezen, de bijzondere curator benoemd en haar verzocht te rapporteren en antwoord te geven op de in de beschikking opgesomde vragen en daarin de meningen, wensen en belangen van de minderjarigen voor wat betreft de zorg- en contactregeling weer te geven. Tevens zijn partijen verwezen naar Cardea voor het begeleiden van het elektronisch contact tussen de vader en [tweede mj] en [derde mj] . De beslissing ten aanzien van de zorgregeling, de contact- en informatieregeling, het hoofdverblijf, de dwangsom en de proceskosten is aangehouden. De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist. Op 12 augustus 2016 heeft het Jeugd- en Gezinsteam Voorhout aan de Jeugdbeschermingstafel van de Regio Holland Rijnland gevraagd om een beschermingsonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming. Zij zijn van mening dat de ontwikkeling van [eerste mj] ernstig is bedreigd mede gezien de langdurig verstoorde relatie tussen haar en de moeder. Een gezinsvoogd zou een ondersteunende en waar nodig een sturende rol kunnen bieden. Sinds 13 september 2016 verblijft [eerste mj] op vrijwillige basis in de Gezinsgroep Populier van De Hoenderloo Groep. Bij aanvullend verzoek heeft de vader gevraagd om met het eenhoofdig gezag over [eerste mj] te worden belast. Verslag bijzondere curator Uit het verslag van de bijzondere curator volgt dat een zorgregeling tussen [tweede mj] en [derde mj] en de vader op dit moment niet in hun belang is. Beide meisjes staan zeer negatief tegenover de vader en wensen geen contact met hem. De bijzondere curator meent dat het blijven trekken aan de kinderen om toch mee te gaan in een mogelijk skypecontact met de vader contraproductief lijkt te werken. Daarnaast zou het uitvoeren van de zorgregeling in de vakanties zoals overeengekomen in het ouderschapsplan voor beide meisjes een uiterst angstwekkende ervaring kunnen zijn. Een mogelijk eerste contact weer tussen de vader en de twee jongste kinderen zou beter onder begeleiding in Nederland kunnen plaatsvinden. Gelet op de gevoelens van onveiligheid bij deze beide jongste meisjes ten opzichte van de vader zou, volgens de bijzondere curator, eerst iets moeten worden gedaan op het niveau van de ouders om deze gevoelens voor de kinderen weg te nemen. [eerste mj] heeft wel al zeer frequent contact met de vader via sociale media en ervaart momenteel veel steun van de vader zodat het niet in haar belang is om dit contact te stoppen. Ze toont zich negatief over de moeder en heeft bij de bijzondere curator geïnformeerd of een contactverbod van de moeder tot de mogelijkheden behoort. Ze zou het liefst bij haar vader in Amerika of zijn familie in Israël willen wonen. [eerste mj] verbleef ten tijde van het onderzoek van de bijzondere curator op de gesloten psychiatrische afdeling bij Curium te Leiden en lijkt daar uitbehandeld te zijn. De bijzondere curator acht het gelet op haar gevoelens van depressiviteit, haar neiging tot zelfbeschadiging en het feit dat zij zelfmoordpogingen heeft gedaan, van belang dat op korte termijn duidelijkheid komt over waar haar nabije toekomst zal zijn. Gelet op de uitgesproken wensen van [eerste mj] stelt de bijzondere curator voor om een advocaat tot bijzondere curator voor haar te benoemen, zodat zij in dit opzicht meer ondersteuning kan krijgen. Verder kan zij zich goed voorstellen dat Curium, via het Centrum Jeugd en Gezin, om een raadsonderzoek vraagt voor [eerste mj] , teneinde te bekijken in welke situatie [eerste mj] in de toekomst het meest veilig kan opgroeien, bij de vader in Amerika, bij familie in Israël of in een (beschermde) instelling in Nederland. Een ondertoezichtstelling lijkt wenselijk, omdat de ouders niet met elkaar lijken te kunnen communiceren hetgeen voor [eerste mj] in het geheel niet in haar belang is. Eindverslag Cardea Uit het eindverslag van Cardea blijkt dat het niet is gelukt een (positief) elektronisch contact op te bouwen tussen de vader en de twee jongste kinderen. Hiervoor is nodig dat beide meisjes van hun moeder de ruimte en toestemming ervaren om dit contact aan te gaan. Moeder geeft aan angst voor vader te ervaren en wil op dit moment geen contact met vader. Moeder is inmiddels gestart met een behandeling voor haarzelf en Cardea adviseert haar dringend deze behandeling voort te zetten zodat zij weer in gesprek kan met de vader. De moeder zal ook psycho-educatie nodig hebben over het belang voor kinderen om contact te hebben met beide ouders en begeleid moeten worden in hoe ze de kinderen kan benaderen en begeleiden om zich weer open te stellen voor contact met hun vader en hoe zij dit kan stimuleren. Cardea vindt het raadzaam dat partijen vervolgens met behulp van een mediator afspraken maken over contacten tussen de vader en de kinderen. Standpunt vader en aanvullend verzoek ten aanzien van [eerste mj] De vader stelt dat alles in het werk moet worden gesteld om het contact tussen hem en [tweede mj] en [derde mj] weer op gang te brengen. Hij wil graag door de psychologen/orthopedagogen van beide meisjes betrokken worden bij de behandelingen en wenst geïnformeerd te worden over de wijze waarop gewerkt wordt aan het herstel van het vertrouwen van de kinderen in hun vader. Ten aanzien van [eerste mj] meent de vader dat gehoor moet worden gegeven aan haar wens om bij hem in Amerika te verblijven, een en ander in nauw overleg en in samenwerking met de nodige instanties (ook in Amerika). De vader verzoekt mede in verband met de wens van [eerste mj] aanvullend om hem, met uitsluiting van de moeder, te belasten met het gezag over [eerste mj] . Standpunt moeder en verweerschrift naar aanleiding van zelfstandig verzoek vader De moeder betwist dat zij de twee jongste kinderen negatief beïnvloedt ten aanzien van hun contact met de vader. Zij geeft aan dat zij hen niet gemotiveerd krijgt om contact te hebben met hem. Zij vindt het niet in het belang van de kinderen om thans contact met hun vader te hebben, althans niet onbegeleid. Ten aanzien van [eerste mj] acht de moeder het niet in het belang van [eerste mj] dat zij naar Amerika vertrekt en de vader met het eenhoofdig gezag wordt belast. Volgens haar is van belang dat [eerste mj] hier in Nederland een goede behandeling krijgt. I Ontzegging recht op omgang/nakoming zorg- en contactregeling Op grond van artikel 1:253a BW kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank kan op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan omvatten een toedeling aan ieder van de ouders van de zorg- en opvoedingstaken of (met overeenkomstige toepassing van artikel 1:377a, derde lid, BW), een tijdelijk verbod aan een ouder om met het kind contact te hebben. De rechter ontzegt het recht op omgang slechts – voor zover hier van belang – indien contact ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, indien de ouder kennelijk ongeschikt of niet in staat moet worden geacht tot contact of indien contact anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. [tweede mj] en [derde mj] Hoewel het voor de identiteitsontwikkeling van kinderen van belang is dat zij op enigerlei wijze contact met beide ouders onderhouden, is de rechtbank van oordeel dat contact tussen de vader en [tweede mj] en [derde mj] op dit moment ernstig nadeel zou opleveren voor hun ontwikkeling. De rechtbank baseert dit op de bevindingen zoals weergegeven in de voormelde verslagen van de bijzondere curator, Cardea en het verhandelde ter terechtzitting. Alhoewel de moeder weerspreekt dat zij de twee jongste minderjarigen beïnvloedt in het contact met hun vader, lijkt het erop dat haar eigen angst en weigering om in gesprek te gaan met de vader, ook door middel van beeldcontacten via het internet, het voor de minderjarigen op dit moment niet mogelijk maken om open te staan voor contacten met hun vader. Zoals ook door de bijzondere curator is aangegeven acht de rechtbank het in het belang van de minderjarigen nodig dat eerst het contact tussen de ouders weer tot stand komt. Evenals Cardea, acht de rechtbank het van groot belang dat de moeder met haar behandelend therapeut gaat werken aan haar weerstand om in contact te treden met de vader. Tegelijkertijd krijgen beide meisjes thans therapie bij orthopedagogen, waarin ook aandacht dient te worden besteed aan hetgeen hen zo angstig heeft gemaakt en waarin wellicht getracht kan worden deze angst weg te nemen. Op de lange termijn kunnen er dan weer mogelijkheden zijn om het contact op te bouwen. De rechtbank is derhalve van oordeel dat er op dit moment sprake is van een ontzeggingsgrond in de zin van artikel 1:377a, lid 3, BW. Om die reden zal de rechtbank het contact tussen de vader en [tweede mj] en [derde mj] verbieden en het verzoek van de vader tot nakoming van de zorg- en contactregeling ten aanzien van beide meisjes afwijzen. [eerste mj] De rechtbank acht het thans niet in het belang van [eerste mj] om nu (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.