Rechtbank DEN HAAG Meervoudige kamer Rekestnummer: FA RK 16-1223 Zaaknummer: C/09/505630 Datum beschikking: 17 november 2016 Gezagsuitoefening Beschikking op het op 17 februari 2016 ingekomen verzoek van: [de moeder] , de moeder, wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. drs. E.J. Kim-Meijer te Den Haag. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de vader] , de vader, wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. M.A. Heeringa te Den Haag. Procedure Bij beschikking van 25 mei 2016 heeft deze rechtbank een beslissing over het hoofdverzoek van de moeder om vervangende toestemming tot verhuizing naar Spanje met de minderjarige en over de bijbehorende nevenverzoeken van de moeder en de vader aangehouden om de in die beschikking vermelde redenen. De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder thans ook: - de brief van 19 september 2016, met aanvullende zelfstandige verzoeken en met bijlage van de zijde van de vader; - de brief van 1 oktober 2016, met aanvullend verzoek en met bijlagen van de zijde van de moeder. Op 12 oktober 2016 is de behandeling ter terechtzitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de moeder en de vader, beiden met hun advocaat. Van de zijde van zowel de moeder als de vader zijn pleitnotities overgelegd. Beoordeling De rechtbank handhaaft al hetgeen bij de hiervoor genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist. Standpunt en aanvullende verzoeken van de vader Bij brief van 19 september 2016 heeft de vader samengevat gesteld dat de moeder de afgelopen maanden niet steeds ten volle de geldende zorgregeling is nagekomen en dat zij ook niet bereid bleek om haar toezegging om de minderjarige in de maand augustus 2016 in ieder geval gedurende een hele week aaneengesloten bij de vader te laten doorbrengen gestand te doen. Ook wil de moeder niet meewerken aan de inschrijving van de minderjarige op een Nederlandse basisschool. Het is voor de vader duidelijk dat de moeder hoe dan ook met de minderjarige naar Spanje wil verhuizen. Haar wens mag echter niet ten koste gaan van de band tussen vader en zoon. Zolang er geen vervangende toestemming voor verhuizing aan de moeder is verleend vindt de vader het in het belang van de minderjarige dat de minderjarige in de Nederlandse setting blijft meedraaien en ook naar school gaat. Primair verzoekt de vader de verzoeken van de moeder af te wijzen en (kort gezegd): aan de huidige, bij beschikking van het Gerechtshof Den Haag (hierna: het Hof) van 9 maart 2016, vastgestelde zorgregeling een dwangsom te verbinden van € 2.000,-- per keer dat de moeder nalaat hieraan te voldoen; te bepalen dat naast de bestaande zorgregeling zal gelden dat de vakanties en feestdagen bij helfte worden gedeeld, met als minimale verdeling: zomervakantie: in de oneven jaren de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder en in de even jaren andersom; herfstvakantie: in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder; kerstvakantie: in de even jaren de eerste week inclusief 1e kerstdag bij de vader en de tweede week inclusief Oud & Nieuw bij de moeder en in de oneven jaren andersom. voorjaarsvakantie: in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder; meivakantie: in de oneven jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder en in de even jaren andersom - vervangende toestemming te verlenen die de toestemming van de moeder vervangt om de minderjarige in te schrijven op de [naam basisschool] te [plaats] en de moeder te bevelen de minderjarige dagelijks naar school te laten gaan op straffe van een dwangsom van € 2.000,-- voor iedere keer dat zij hem niet naar school laat gaan. Subsidiair heeft de vader verzocht te bepalen dat: de minderjarige de hoofdverblijfplaats bij de vader heeft; dat de huidige zorgregeling tussen de vader en de minderjarige gaat gelden voor de moeder en de minderjarige met verdeling van de vakanties en feestdagen bij helfte, althans een regeling door de rechtbank in goede justitie te bepalen, indien de moeder zonder de minderjarige naar Spanje verhuist om bij haar nieuwe partner te zijn; vervangende toestemming te verlenen die de toestemming van de moeder vervangt om de minderjarige in te schrijven op de [naam basisschool] te [plaats] en de moeder te bevelen de minderjarige dagelijks naar school te laten gaan op straffe van een dwangsom van € 2.000,-- voor iedere keer dat zij hem niet naar school laat gaan. Meer subsidiair heeft de vader verzocht: de verzoeken van de moeder niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren indien de rechtbank de verzoeken van de moeder zou toewijzen; aan de bestaande huidige zorgregeling een dwangsom te verbinden van € 2.000,-- per keer dat de moeder nalaat aan de beschikking van het Hof van 9 maart 2016 te voldoen; te bepalen dat naast de bestaande zorgregeling zal gelden dat de vakanties en feestdagen bij helfte worden gedeeld, met als minimale verdeling: zomervakantie: in de oneven jaren de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder en in de even jaren andersom; herfstvakantie: in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder; kerstvakantie: in de even jaren de eerste week inclusief 1e kerstdag bij de vader en de tweede week inclusief Oud & Nieuw bij de moeder en in de oneven jaren andersom. voorjaarsvakantie: in de oneven jaren bij de vader en in de even jaren bij de moeder; meivakantie: in de oneven jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder en in de even jaren andersom - vervangende toestemming te verlenen die de toestemming van de moeder vervangt om de minderjarige in te schrijven op de [naam basisschool] te [plaats] en de moeder te bevelen de minderjarige dagelijks naar school te laten gaan op straffe van een dwangsom van € 2.000,-- voor iedere keer dat zij hem niet naar school laat gaan. Standpunt en aanvullend verzoek van de moeder De moeder heeft in haar brief van 1 oktober 2016 aanvullend verzocht haar vervangende toestemming te verlenen om de minderjarige op de Spaanse school [naam basisschool] te [plaats] (Spanje) te mogen plaatsen, wanneer zij vervangende toestemming krijgt met de minderjarige naar [plaats] te Spanje te mogen verhuizen. De moeder geeft aan dat zij de vader meer dan eens heeft uitgenodigd naar Spanje te komen om haar woonplaats en die van haar nieuwe partner te leren kennen en om de school van de minderjarige te leren kennen, doch dat de vader hieraan geen gehoor heeft gegeven. Ze verwijst ter onderbouwing hiervan naar de door haar overgelegde whatsapp berichten. Beoordeling rechtbank De rechtbank dient, gelet op artikel 1:253a BW, een zodanige beslissing te nemen als haar in het belang van de minderjarige wenselijk voorkomt. Uit vaste jurisprudentie (HR 25 april 2008, LJN:BC5901) volgt dat hieruit niet mag worden afgeleid dat het belang van het kind bij geschillen over gezamenlijke gezagsuitoefening altijd zwaarder weegt dan andere belangen. Bij de beoordeling dient de rechtbank alle omstandigheden van het geval in aanmerking te nemen en tegen elkaar af te wegen. Hoewel het belang van het kind een overweging van de eerste orde dient te zijn, neemt dat niet weg dat, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, andere belangen zwaarder kunnen wegen. Internationale verhuizing naar Spanje De rechtbank stelt voorop dat de moeder in beginsel het recht heeft om elders haar leven opnieuw in te richten met de minderjarige en met haar nieuwe partner. Dat recht van de moeder wordt echter begrensd door onder meer het recht van de vader op zo veel mogelijk onverminderd contact met de minderjarige in een vertrouwde omgeving. Op grond van de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting en alle belangen en omstandigheden van het geval tegen elkaar afwegend, is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming voor haar verhuizing met de minderjarige naar Spanje nu moet worden afgewezen. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Hoewel niet zonder meer doorslaggevend, blijft het belang van het kind in conflicten zoals deze een overweging van de eerste orde. De vader heeft naar het oordeel van de rechtbank terecht benadrukt dat hij ruim twee jaar in rechte heeft moeten strijden. Eerst om de minderjarige te mogen erkennen, daarna om mede met het gezag te worden belast en vervolgens om mede via Ouderschap Blijft alsnog een zorgregeling van twee aaneengesloten dagen per week te verkrijgen zoals die geldt sinds het arrest van het Hof van 9 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.