RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: NL16.2980 V-nummer: [nummer] proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 3 november 2016 in de zaak tussen [naam], eiser, gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark, en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder, gemachtigde: mr. M.M.E. Jasper. Procesverloop Bij besluit van 20 oktober 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 november
- Eiser is verschenen bij zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
- De rechtbank doet na afloop van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak. De rechtbank overweegt het volgende.
- Naar het oordeel van de rechtbank is het opmerkelijk dat eiser veel heeft aangevoerd maar niets heeft gedocumenteerd. Eiser kan zijn paspoort, visum en dienstplichtoproepen niet produceren en heeft evenmin met documenten onderbouwd dat hij een kippenfokkerij en geldproblemen had. De dienstplichtweigering/ontduiking is evenmin gedocumenteerd. De verklaringen die eiser hierover heeft afgelegd zijn vaag en niet consistent. Verweerder heeft dat uitvoerig uiteengezet in het bestreden besluit en de rechtbank volgt dat. Ook blijkt uit pagina 44 van het algemeen ambtsbericht over Algerije van juni 2005 dat er voor mannen die voor militaire dienst worden opgeroepen restricties gelden met betrekking tot uitreizen, zodat het niet zo gemakkelijk is om het land te verlaten. De verwijzing naar corruptie, ter verklaring van zijn uitreis, is onvoldoende. Reeds hierom heeft verweerder de verklaringen van eiser over de dienstplichtweigering ongeloofwaardig kunnen vinden.
- Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat eiser voor de problemen ontstaan door de geldlening voor de kippenfokkerij wel degelijk bescherming had kunnen vragen bij de overheid. De rechtbank komt niet toe aan de beoordeling van de inhoud van de algemene informatie die is overgelegd ter ondersteuning van de vrees bij terugkeer naar Algerije, omdat eiser zijn individuele relaas niet aannemelijk kan maken.
- Het beroep is ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A.B. Koens, griffier, op 3 november
- Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.