Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/520286 / KG ZA 16-1277 Vonnis in kort geding van 1 december 2016 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres, advocaat mr. G.E. Star Busmann te Amsterdam, tegen: [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, advocaat mr. K.T.B. Salomons te Den Haag. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'de vrouw' en 'de man'. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, met producties; - de brieven van de man van 10 en 15 november 2016, met producties; - de brief van de vrouw van 11 november 2016, met productie; - de op 17 november 2016 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd. 1.2. Ter zitting is vonnis bepaald op heden. 2De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. Partijen zijn op 11 maart 1972 met elkaar gehuwd, na het maken van huwelijkse voorwaarden. Bij beschikking van deze rechtbank van 16 juli 2002 is tussen hen de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op 16 juli 2002 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. 2.2. In het kader van de afwikkeling van hun echtscheiding hebben partijen op 20 juli 2002 een overeenkomst ondertekend, die - onder meer - het volgende inhoudt: " Die afspraken houden het volgende in [gedaagde] verhuurt het appartement [adres] aan [eiseres] aangezien zij na de echtscheiding aldaar wil blijven wonen, De huurprijs bedraagt € 350,-- per maand zolang [gedaagde] in leven is. Na diens verscheiden zal de huurprijs het zelfde bedrag per maand blijven bedragen. [eiseres] heeft het onvoorwaardelijke recht om tot haar overlijden in het betreffende appartement te blijven wonen; dit recht eindigt eveneens als [eiseres] het appartement verlaat en zich metterwoon elders vestigt. Het huurrecht beperkt zich uitsluitend tot [eiseres] zelf. Het is niet overdraagbaar noch ook is onderverhuur toegestaan. [eiseres] wendt voor de betaling van de huurpenningen een verrekening met aan het legaat ter grootte van € 100.000,-- dat in de formele echtscheidingsovereenkomst is toegezegd en in het testament van [gedaagde] is opgenomen." 2.3. Partijen hebben op 15 april 2003 een Aanvullend echtscheidingsconvenant ondertekend. Voor zover hier van belang luidt dat convenant als volgt: "KOMEN PARTIJEN OVEREEN: dat de ondergetekende sub 1, de heer [gedaagde] , in het kader van de afwikkeling van voormelde echtscheiding zich verplicht om bij testament een bedrag van éénhonderd duizend euro (€ 100.000,00) te legateren aan zijn ex-echtgenote mevrouw [eiseres] , de ondergetekende sub 2." 2.4. De man heeft een testament laten opmaken, waarin het hiervoor bedoelde legaat van een bedrag van € 100.000,-- ten behoeve van de vrouw is opgenomen. 2.5. Op 12 januari 2016 heeft de man een nieuw testament laten opmaken. Hierin is het in het aanvullende convenant vermelde legaat niet, althans niet ongewijzigd, opgenomen. 2.6. Op 11 oktober 2016 heeft de vrouw de man verzocht en (zo nodig) gesommeerd om binnen zeven dagen de intrekking van het legaat onherroepelijk ongedaan te maken. Hieraan heeft de man geen gevolg gegeven. 3Het geschil 3.1. De vrouw vordert (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.