Rechtbank DEN HAAG Meervoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 16-2534 Zaaknummer: C/09/508436 Datum beschikking: 25 november 2016 Alimentatie Beschikking op het op 1 april 2016 ingekomen verzoek van: [de vrouw] , de vrouw, wonende te [woonplaats] , advocaat: voorheen mr. C. de Jongh te Roelofarendsveen, thans mr. M.Y.M. Renken te Leiden. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man] , de man, wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. E.M.H. Alkemade te Den Haag. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift tevens (voorwaardelijk) verzoekschrift; - het verweer tegen het (voorwaardelijk) zelfstandig verzoek; - de brief met bijlagen d.d. 14 oktober 2016 van de zijde van de man; - de brief met bijlagen d.d. 17 oktober 2016 van de zijde van de vrouw. Op 27 oktober 2016 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: partijen en hun advocaten. Verzoek en verweer Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat de rechtbank de man veroordeelt tot betaling van een partneralimentatie van € 3.100,00 bruto per maand met ingang van 1 oktober 2015, maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen tot de datum waarop deze verplichting ingevolge het tussen partijen gesloten convenant komt te vervallen, zijnde 1 september 2019, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man heeft verweer gevoerd tegen het verzoek. Tevens heeft hij zelfstandig verzocht: voorwaardelijk, indien de rechtbank een beslissing geeft in de hoofdzaak: de vrouw te veroordelen om binnen twee weken na deze beschikking de man een bedrag van € 2.996,00 te betalen bij gebreke waarvan binnen de gestelde termijn, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover tot aan de dag van voldoening; meer voorwaardelijk, in het geval de alimentatieverplichting van de man voortduurt: de door partijen op 17 juli 2009 ondertekende overeenkomst, voor zover daarbij is bepaald dat de man vanaf 1 januari 2010 ten behoeve van het levensonderhoud van de vrouw een bedrag zal betalen van € 3.100,00 per maand, zulks ongeïndexeerd, tot 1 september 2019, te ontbinden, dan wel het door de man te betalen bedrag te bepalen op enig ander bedrag, lager dan € 3.100,00 per maand en voor een kortere periode dan tot 1 september 2019, een en ander met veroordeling van de vrouw in de kosten van dit geding. De vrouw heeft verweer gevoerd tegen de zelfstandige verzoeken van de man. Feiten Partijen hebben gedurende 21 jaar een affectieve relatie gehad. Bij notariële akte van 18 december 2000 hebben zij een samenlevingscontract gesloten. Partijen zijn ouders van drie kinderen, waarvan er twee thans nog minderjarig zijn. De relatie van partijen is begin 2009 geëindigd. Zij woonden laatstelijk samen in de woning aan de [adres] die (geheel) in eigendom toebehoort aan de man. - In een op 17 juli 2009 door hen ondertekend convenant – dat zij met behulp van De Scheidingsplanner te Den Haag hebben opgesteld – hebben zij de gevolgen van de verbreking van hun samenleving geregeld. Voor zover van belang vermeldt het convenant: Artikel 2: Partneralimentatie 2.1 Partijen zijn ervan op de hoogte dat zij op basis van de wet over en weer geen alimentatie verschuldigd zijn. Partijen wensen echter een partneralimentatie ten behoeve van de vrouw overeen te komen. Partijen verklaren 157 tot en met artikel 159 van boek 1 Burgerlijk Wetboek, meer in het bijzonder artikel 158 van boek 1 BW over de alimentatieovereenkomst, van overeenkomstige toepassing op de beëindiging van hun samenleving. 2.2 In afwijking van het in art. 1:160 BW bepaalde eindigt de alimentatieverplichting van de man niet bij samenleven van de vrouw met een ander als waren zij gehuwd, of als hadden zij hun partnerschap laten registreren, maar zal deze doorlopen gedurende tien jaar vanaf 1 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.