vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/481736 / HA ZA 15-125 Vonnis van 24 februari 2016 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PRETIUM B.V., statutair gevestigd en kantoorhoudende te Haarlem , 2. [eiser sub 2], wonende te [woonplaats] , 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DELPHI COMMUNICATIONS B.V., statutair gevestigd en kantoorhoudende te Haarlem , eisers, advocaat mr. D.P. Kuipers te Den Haag, tegen PETRUS JACOBUS CORNELIS OLSTHOORN, wonende te [woonplaats] , gedaagde, advocaat mr. M. Herens te Amsterdam. Partijen zullen hierna Pretium , [eiser sub 2] , Delphi (tezamen: Pretium c.s. in meervoud) en Olsthoorn genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 16 januari 2015; - de akte overlegging producties (1 t/m 18) van de zijde van Pretium c.s. ; - de conclusie van antwoord, met productie; - het tussenvonnis van 20 mei 2015, waarbij een comparitie van partijen is gelast; - de aanvullende producties (19 t/m 21) van de zijde van Pretium c.s. ; - het proces-verbaal van comparitie van 19 november 2015, waarop partijen, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet hebben gereageerd. 1.2. De rechtbank heeft aanleiding gezien deze zaak te verwijzen naar de meervoudige kamer. Van deze meervoudige kamer maakt deel uit mr. M.J. Alt-van Endt, ten overstaan van wie de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden. De meervoudige kamer doet, zoals ter zitting met partijen is afgesproken, uitspraak op basis van de thans voorhanden stukken met inbegrip van het proces-verbaal. De rechtbank heeft partijen hierover bij brief van 16 februari 2016 geïnformeerd. 1.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten Partijen 2.1. Pretium is een aanbieder van telecommunicatie die sinds 1996 op de Nederlandse markt actief is als aanbieder van vaste telecommunicatiediensten. 2.2. Delphi was tot 1 juli 2014 actief als dienstverlener in fondsenwerving. In de loop der jaren is zij werkzaam geweest voor onder meer de Hartstichting, Wakker Dier, de Maag Lever Darmstichting, de Stichting Vluchteling en de Nierstichting. 2.3. Delphi en Pretium behoren tot de DEM -groep, waarvan [eiser sub 2] directeur is. 2.4. Olsthoorn is een professionele freelancejournalist, onder meer werkzaam voor Intermediair, NRC Handelsblad, Webwereld, Villamedia en Emerce. Daarnaast publiceert hij op de door hem opgerichte websites www.netkwesties.nl en www.leugens.nl . Pretium in het nieuws, eerdere rechtszaken 2.5. Pretium is in het verleden meermalen negatief in het nieuws geweest, bijvoorbeeld bij consumententelevisieprogramma’s als Tros Radar en Kassa van de VARA. Pretium heeft tegen diverse publicaties en uitzendingen rechtszaken aangespannen. Zij heeft deze meermalen verloren. Vgl. bijvoorbeeld: - Hoge Raad 8 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6165 (uitzendingen van Tros Radar op 22 en 29 september en 20 oktober 2008, naar aanleiding van klachten over de telefonische wervingsmethode van Pretium ); - Hoge Raad 16 december 2011, ECLI:NL:HR:2011:BU3924 (artikel in Kassa Magazine van december 2008): - Hoge Raad 30 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX8441 (uitzendingen van Kassa over de telefonische wervingsmethode van Pretium op 7 en 14 februari, 7 maart en 4 april 2009); - Gerechtshof Amsterdam 21 april 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:1515 (uitzending Kassa van 10 maart 2012 over de telefonische wervingsmethode van Pretium ) en - Gerechtshof Amsterdam 5 maart 2013, ECLI:NL:GHAMS:2012:BZ5009 (publicatie in de Volkskrant en op internet van 9 maart 2012 over de telefonische wervingsmethode van Pretium ). Onderzoek van Olsthoorn 2.6. In de zomer van 2012 is Olsthoorn gestart met een onderzoek naar een eventuele verbandtussen Pretium en Delphi . Aanvankelijk betrof dit het onderwerp databasemarketing. Hij heeft dit onderzoek meermalen op een laag pitje gezet en hij heeft dit in de zomer van 2014 weer opgepakt. Verzoeken Olsthoorn om interview met [eiser sub 2] 2.7. Op 9, 10 en 25 juli 2012 heeft Olsthoorn - via medewerkers van [eiser sub 2] - [eiser sub 2] telefonisch benaderd met het verzoek hem te mogen interviewen. De telefoongesprekken zijn weergegeven in de van die gesprekken gemaakte transcripten. Op 25 juli 2012 heeft Olsthoorn gesproken met [eiser sub 2] ’ medewerker [A] . Olsthoorn vertelde onderzoek te hebben gedaan naar Pretium , daar nog mee bezig te zijn en diverse feiten bij Pretium te moeten checken of het recht op wederhoor te moeten geven. Desgevraagd deelde Olsthoorn mee freelance journalist te zijn en met [eiser sub 2] over Pretium te willen spreken. Afgesproken werd dat Olsthoorn , ter voorbereiding van een eventueel interview, op papier zou zetten welk onderzoek hij tot dan toe had verricht, waarover hij [eiser sub 2] wilde spreken en wat het doel van dat gesprek was. 2.8. Op 13 augustus 2012 heeft [A] telefonisch aan Olsthoorn medegedeeld van hem het verzoek om een interview te hebben ontvangen, maar nog een aantal aanvullende vragen te hebben. Afgesproken werd dat Olsthoorn per e-mail nog nadere informatie zou zenden. 2.9. Olsthoorn heeft die avond aan Pretium c.s. per e-mail het navolgende document gestuurd: “Beweringen uit diverse bronnen waaronder anonieme interviews voor wederhoor (…) 2. Delphi heeft speciaal voor Goede Doelen de marketing database Apollon ontwikkeld. Het is een uniek instrument om huisbestanden te valideren, alle fondsenwervende activiteiten goed te kunnen volgen en eventueel bij te sturen. De koppeling met externe databases verfijnt dat inzicht verder. 3. Delphi vermarkt – exclusief voor de charitatieve markt – het Overlijdensregister®. Het Overlijdensregister registreert ruim 80% van alle overledenen in Nederland en dat is ruim twee keer zoveel dekking als het bestaande Postfilter. (…) 3. Dem Holding concentreert zich op zeer oude van dagen voor zowel de goede doelen klanten van Delphi als voor Pretium . Die zijn het meest bevattelijk voor de marketing van de diverse dochterondernemingen. (…) 5. Nalatenschappen vormen een steeds belangrijker bron van inkomsten dus een belangrijker doelgroep voor Delphi . Pretium abonnementen lopen vaak nog even door na de dood van personen. (…) 13 [eiser sub 2] houdt van rechtszaken (…) 18 Hij was de Kop van Jut bij Radar en Kassa. Die wilden naar geen enkel redelijk argument meer luisteren (…)” 2.10. Op 22 augustus 2012 hebben Pretium c.s. per e-mail aan Olsthoorn meegedeeld dat aan zijn verzoek om een interview met [eiser sub 2] geen medewerking zou worden verleend. 2.11. In juli 2014 heeft Olsthoorn per e-mail contact opgenomen met (een, hem bekende, kantoorgenoot van) de advocaat van Pretium c.s. : “Dag [… ] , Telefonisch lukt niet, dus maar even per mail. [eiser sub 2] is met Pretium in de [media, rb] altijd als boeman is neergezet. Ik heb daar nader onderzoek naar gedaan en wil hem graag uitgebreid spreken (…) Kortom hem voluit laten praten. Denk jij dat dit een zinnig voorstel is? vriendelijke groet, Peter Olsthoorn Journalist (…)” 2.12. Hierop hebben Pretium c.s. met de hierna vermelde sommatie gereageerd. Interviews met relaties van Pretium c.s. 2.13. In een door hemzelf opgesteld gespreksverslag van een gesprek tussen hem en [B] van Wakker Dier heeft Olsthoorn vastgelegd dat onder meer gesproken is over de manieren waarop met Delphi werd samengewerkt, of Delphi de bestanden van Wakker Dier ook zelf zou kunnen gebruiken, de band van Delphi met Pretium en de reputatie van Pretium . Hierbij antwoordde [B] desgevraagd dat zij uitgesloten acht dat Delphi bestanden van Wakker Dier gebruikt: “Daar hebben we strenge contracten voor getekend met boeteclausules ingeval onze adressen toch worden gebruikt. (…) Je moet soms je bestanden delen met andere partijen om bijvoorbeeld acties te kunnen voeren. (…) We voeren ook wel fake adressen in om na te gaan of bestanden toch niet stiekem worden gebruikt, maar dat is geen waterdichte methode. Je moet samenwerken op basis van vertrouwen. We hebben een langdurige relatie met Delphi .” Na de mededeling door Olsthoorn dat bekend is dat Delphi eigendom is van [C] en dat hij ook mede-eigenaar is van Pretium Telecom , dat met grote regelmaat de pers haalt met beschuldigingen van extreem klantonvriendelijk gedrag, verklaarde [B] volgens dit verslag: “Maar de bedrijfsvoering is niet gelieerd. Het zijn aparte bedrijven.” Op de vraag van Olsthoorn of het niet wat naïef is om als goed doel samen te werken met een bedrijf dat banden heeft met een onderneming met een dergelijke reputatie, antwoordde [B] , nog steeds volgens dit verslag: “We werken al jaren in tevredenheid samen. Er zijn goede contracten, we hebben goed juridisch advies. Als ons mondeling en schriftelijk wordt gegarandeerd dat het niets met elkaar van doen heeft, dan gaan we daar op af.” 2.14. In een door Olsthoorn opgesteld gespreksverslag van een gesprek tussen hem en [D] van de Hartstichting heeft Olsthoorn vastgelegd dat onder meer gesproken is over de samenwerking met Delphi , de band van Delphi met Pretium en de reputatie van Pretium . Hierbij deelde [D] volgens dit verslag mede dat de samenwerking met Delphi prima is en dat de omstandigheid dat het bedrijf een zuster is van Pretium Telecom geen bezwaar is. “Het zijn echt aparte entiteiten. Ze staan juridisch en operationeel los van elkaar. In de contracten met Delphi staat expliciet opgenomen dat Delphi zich aan zowel de ‘Wet Bescherming Persoonsgegevens’ houdt, als aan de ‘Code Listbroking’, de ‘Code Telemarketing’ en de ‘Code Email Marketing’ van de Dutch Marketing Association. (…)” Op de mededeling van Olsthoorn dat Pretium veelvuldig negatief de pers haalde met ouderen, een belangrijke doelgroep van de Hartstichting voor wie de omgang met Pretium slecht voor het hart was, antwoordde [D] , nog steeds volgens dit verslag: “Wij zien Delphi niet als bureau dat gespecialiseerd is in database marketing van ouderen, maar als een specialist in fondsenwerving op meerdere doelgroepen.” Verder deelde [D] , volgens dit verslag, mede voor nalatenschappen niet samen te werken met Delphi , maar wel voor de werving van nieuwe donateurs en het behoud van bestaande donateurs, alsmede dat databanken niet worden gedeeld. 2.15. In een door Olsthoorn aan [E] toegestuurd gespreksverslag van hemzelf met [E] , werknemer van Pretium in de periode 2006-2009, heeft Olsthoorn geschreven dat onder meer gesproken is over zijn werkzaamheden voor Pretium en de werkwijze van dat bedrijf: “Als supervisor van het service center was ik verantwoordelijk voor de inkomende gesprekken. Dat waren vragen van klanten over producten en diensten, en de aanmeldingen [en, rb] opzeggingen.(…) Demente abonnees? Die verhalen kwamen er en volgens de coulanceregeling konden mensen van hun contract afkomen bij bewijs dat ze handelingsonbekwaam waren geweest bij het aangaan van de verbintenis. (…) Bovendien [hielden, rb] we van gesprekken voice-logs bij. (…) Meestal wisten mensen heel goed dat ze een verbintenis aangingen. (…) We hadden ook kwaliteitsteams die steeds bezig waren om de conversaties te verbeteren. (…) Als telemarketeer proef je ook wanneer de persoon aan de andere kant het niet begrijpt en dan zou je dus niet op [een, rb.] verbintenis moeten aansturen. Ik heb er altijd in een prettige sfeer gewerkt. Ja, turbulentie was er natuurlijk wel na die tv-uitzendingen van Radar en kassa. (….) Mijn beeld is niet dat we voornamelijk ouderen als klant hadden, maar dat beeld is wel ontstaan in de media. Dat was ook een vertekend beeld (…) Ik heb regelmatig met [ [eiser sub 2] , rb.] [eiser sub 2] gesproken (…) Bang voor hem? Nee, nooit geweest ook. (…) Volgens mij zijn er nooit mensen beschadigd. Flink wat medewerkers zijn ook teruggekeerd bij Pretium nadat ze al waren vertrokken. (…)” 2.16. [F] , ex-directeur van Delphi Fondsenwerving , één van de onderdelen van de DEM -groep, heeft op 1 april 2015 per e-mail aan Pretium c.s. bericht onlangs weer opgebeld te zijn door Olsthoorn en met hem een gesprek te hebben gevoerd. Hij heeft bij die e-mail een kopie van het daarvan door hem opgemaakte gespreksverslag gevoegd. Dit verslag houdt onder meer het volgende in (waarbij het cursief gedrukte de vragen van Olsthoorn zijn en het recht gedrukte de verklaring van [F] betreft, rb): “(…) Nu heb ik eerder - ongeveer twee jaar geleden – een aantal klanten van Delphi gesproken – zoals Hartstichting en uitgelegd dat er een relatie was met Pretium . Dat wisten ze allemaal wel en daar lagen ze niet echt van wakker, want het waren totaal gescheiden activiteiten. Dat heeft [C] mij ook nog eens op het hart gedrukt.” Hebben goede doelen ooit opgezegd omdat ze erachter kwamen dat Delphi iets met Pretium van doen had? “Nooit, althans niet voor zover ik weet. Ik was er maart kort directeur. Dat die bedrijven onafhankelijk waren kan ik alleen maar onderschrijven.” Welke klanten had Delphi nog op het moment dat het stopte? “Een breed scala van klanten zoals die ook op de website stonden: Maag Lever Darm Stichting, hartstichting, International Campaign for Tibet, Wakker Dier, Jantje Beton, Nierstichting en allerlei partijen eigenlijk.” Dat waren gerenommeerde klanten die ook zeer tevreden waren over Delphi … “Dat lijkt me logisch, want het was ook een prachtig bedrijf dat heel goed werk deed.” Delphi hielp met databestanden en campagnevoering. Hoe ging dat in zijn werk? “Vergelijkbaar met wat elk reclamebureau doet. (…)” Gebruikte u ook externe bestanden of louter bestanden die het goede doel zelf aanbracht? “Het meest voor de hand ligt niet meer bij adressen gebruiken, die je kunt huren van handelaars. (…) De goede doelen gaan steeds meer zelf data vergaren met hun activiteiten. (…)” Een hypothese van mij is - door verschillende mensen tegengesproken - dat Pretium zich vooral richtte op ouderen en Delphi eveneens vanwege de goede doelen en nalatenschap. [eiser sub 2] begon ook in 1995 met de Nederlandse Federatie [Senioren, rb.] met exploitatie van ouderen. Dus het leek me logisch dat juist dat de link was tussen Delphi en Pretium … “Nee, dat kan ik wel uitleggen, De traditionele donateur in Nederland is per definitie een oudere. (…) Dat goede doelen zich op de ouderen richten is daar een gevolg van. (…) Waarom [eiser sub 2] bij ouderen terechtkomt heeft op zich niet te maken met het feit dat hij naar ouderen op zoek is. Maar zijn product, vaste telefonie, is per definitie - zeker nu - voor een oudere doelgroep. (…) Dus daar is ook geen overlap van oudere doelgroepen van goede doelen en van hem te maken want daar is nooit iets met adressen of bestanden gebeurd. (…)” Waarom niet, want het zou toch handig zijn dat te combineren? “Het mag gewoon niet. Als er iets is waar [eiser sub 2] strak in is - misschien zoekt hij het randje op van het telefoniegebeuren, maar hij gaat er nooit overheen. Met data en privacy ook niet. Je kon echt niet bij ons in de database allerlei namen en adressen zoeken. (…)” Maar Pretium en Delphi kunnen adressen huren van de ANWB? “Ja, als de ANWB daar voor kiest en dat voorbehoud met hun leden heeft geregeld, (…) Maar de huur van die adressen gebeurde volstrekt gescheiden. (..)” Pretium was vaak in het nieuws vanwege telemarketing die net over het randje ging en Delphi nooit. Hoe komt dat? “Wij begeleidden dat nauwkeurig en als een goed doel ergens niet op zit te wachten is het wel imagoschade. Verkoop is wat anders dan het verwerven van de welwillendheid van de donateur. Als die nee zegt, ga je niet doorduwen want dan krijg je een groot probleem. (…)” Heeft u als Delphi last gehad van de Pretium -publiciteit? “Nee. Er was volgens mij geen goed doel dat niet wist dat Delphi in dezelfde groep zat en geen goed doel dat niet wist dat het volkomen gescheiden was. (…) U was operationeel directeur bij Pretium . Het bedrijf ging dus nooit over de schreef? “Dat was Pretium van het lidmaatschap, niet Telecom. [eiser sub 2] zocht natuurlijk het randje op, dat weet ik ook wel. Maar hij gaat in mijn ogen er nooit overheen.” Heeft u meneer [eiser sub 2] ook persoonlijk meegemaakt? “Ja en ik vond het in de persoonlijke omgang ook een prima vent. (…)” Er zijn veel verhalen van woede-uitbarstingen van mijnheer [eiser sub 2] , maar daar heeft u persoonlijk nooit last van gehad? ”Dat heb ik wel eens gezien, maar daar kan ik me niet zo over opwinden.” (…) Is [eiser sub 2] een absoluut heerser of gaat hij normaal met mensen om zoals dat bij ieder bedrijf geacht wordt het geval te zijn? “Daar kan ik niet zo eenvoudig antwoord op even. Hij is de enige eigenaar, heeft het helemaal opgebouwd en hij is de baas, dus wat hij wil, gebeurt. Dat hij bepaalt, vind ik niet zo gek. Maar ik had bij Delphi redelijke vrijheid om te werken naar eigen inzicht. (…)” Relaties van Pretium c.s. die niet hebben meegewerkt 2.17. Op 30 december 2013 heeft Olsthoorn een LinkedIn-bericht gestuurd aan [G] , een zakenrelatie van Pretium c.s. , met het verzoek hem een berichtje te sturen. 2.18. Op 31 december 2013 heeft [G] per e-mail aan Pretium meegedeeld: “(…) Yesterday I have been contacted by Peter Olsthoorn , who claims to follow your advice. Do you actually know this guy? And if so, why me? (…)” 2.19. Daarop werd per e-mail namens Pretium door [C] geantwoord: “(..) There’s a crazy reporter chasing us both. I’ll call and compare notes.(…)” Noch [G] noch [C] heeft met Olsthoorn gesproken. 2.20. In december 2014 hebben twee zakenrelaties van Pretium c.s. , te weten [H] van Flex-e B.V. en [I] van Topquest, aan Pretium c.s. gemaild dat zij waren benaderd door Olsthoorn met vragen over de samenwerking met en de werkwijze (klantenwerving) van Pretium . 2.21. [H] berichtte op 3 december 2014 hierover als volgt: “(…) Nog even ter bevestiging. Gisterenmiddag werd ik gebeld door ene Peter Olsthoorn (journalist). Hij wilde van mij weten of ik een samenwerking had met de organisatie Pretium . Hij had via via te horen gekregen dat Flex-e een samenwerking had met Pretium gaf hij in de eerste instantie aan. Achteraf bleek dat hij gewoon aan het vissen was naar antwoorden waar hij vervolgens op wilde voortborduren. Hij vroeg naar het script en de voicelog en hoe de verdere procedure verloopt. Ik heb hem natuurlijk niets prijsgegeven. (…)” 2.22. [I] berichtte op 3 december 2014 het volgende: “(…) Zoals telefonisch aangegeven ben ik de afgelopen weken benaderd door verschillende partijen om mijn verhaal te doen over de werving van klanten door Pretium . Ik ben benaderd door Vara/kassa en door twee journalisten. Waarvan ik er van een de naam weet omdat hij op mijn LinkedIn pagina is geweest ( Peter Olsthoorn ). Ik wil echter benadrukken dat ik deze personen GEEN informatie heb gegeven en heb ook niet met ze dingen besproken. (…)” Desgevraagd namens Pretium c.s. berichtte [I] diezelfde dag in een volgende email voorts: “(…) Zij waren vooral geïnteresseerd in hoe Pretium de klantenwerving deed en hoe de relatie was tussen ons en Pretium en of ik wilde meewerken aan een onderzoek hierover. De journalist was vooral geïnteresseerd in de manier van werving en of ik mijn kant van het verhaal wilde vertellen als callcenter eigenaar. (…)” 2.23. Op 19 december 2014 heeft [J] , een oud-medewerker van Pretium , per e-mail aan Pretium c.s. geschreven: “(…) Zoals gevraagd de informatie over het telefoongesprek met Peter Olsthoorn . Hij belde vandaag, 19-12-2014, om 16.59. Het gesprek duurde misschien een halve minuut. Hij zei zijn naam, dat hij journalist was, en vroeg of ik met hem over Pretium wilde praten; ‘U hebt daar gewerkt.’ Ik zei iets in de trant van: ‘Nou nee, mijnheer Olsthoorn , ik denk niet dat ik iets met u te bespreken heb.’ Hij probeerde het nog eens en zei dat hij dacht dat ik daar misschien [wel, rb] over wilde praten omdat ik er heb gewerkt; dat had hij op LinkedIn gezien. Daar ging ik gewoon niet op in. Ik liet een stilte vallen en zei toen dat ik niet dacht dat wij iets te bespreken hadden, wenste hem een prettige avond en hing op. (…)” 2.24. In 2015 hebben relaties van [eiser sub 2] , te weten [K] , [L] en de voornoemde [F] , oud-directeur van Delphi Fondsenwerving , per e-mail aan Pretium c.s. bericht door Olsthoorn te zijn benaderd. 2.25. [K] deelde mee dat Olsthoorn had gezegd bezig te zijn met het schrijven van een portret over Pretium en op zoek te zijn naar familieleden. [K] heeft verder niet met Olsthoorn gesproken. 2.26. [L] meldde dat Olsthoorn weer contact met hem aan het zoeken was en op de bedrijfsvoicemail stond, maar dat hij hem verder niet te woord ging staan. Sommatie 2.27. Op 1 augustus 2014 heeft de advocaat van Pretium c.s. aan Olsthoorn geschreven: “De heer [eiser sub 2] heeft mij gevraagd te reageren naar aanleiding van uw pogingen om hem via mijn kantoor te spreken te krijgen. U geeft in uw email aan mijn kantoorgenoot mr. [kantoorgenoot] van 11 juli jl. aan dat u onderzoek hebt gedaan naar de wijze waarop door de media aandacht is besteed aan de heer [eiser sub 2] en dat u de heer [eiser sub 2] graag uitgebreid zou willen spreken, onder meer over de periode die hij in de Verenigde Staten heeft doorgebracht. Namens de heer [eiser sub 2] bericht ik u dat hij geen medewerking verleent aan het door u verzochte uitgebreide interview.1 Het “onderzoek”, waaraan u refereert, komt er feitelijk op neer dat u inmiddels meer dan twee jaar tal van personen in de omgeving van de heer [eiser sub 2] op indringende wijze benadert en confronteert met suggestieve vragen en stellingen. Het gaat onder meer om werknemers en ex-werknemers van Pretium en met haar verbonden bedrijven, om zakelijke relaties en om personen uit de persoonlijke omgeving van de heer [eiser sub 2] . Veel van de door u benaderde personen hebben gedetailleerd verslag gedaan van de wijze waarop u opereert. In een aantal gevallen is het met u gevoerde telefoongesprek ook opgenomen. U handelt in strijd met de journalistieke normen en zorgvuldigheidsvereisten. Uit de verslagen en bandopnames komt het beeld naar voren van een eenzijdige zoektocht naar belastend materiaal onder valse voorwendselen. U schroomt daarbij niet herhaaldelijk ernstige beschuldigingen aan het adres van Pretium en/of de heer [eiser sub 2] als een feitelijk gegeven op te dienen aan de betrokken persoon in een poging bevestiging van de desbetreffende beschuldiging uit te lokken. Dit laat zich omschrijven als een vorm van journalistieke stalking. De wijze waarop u te werk gaat vormt een onrechtmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de heer [eiser sub 2] , die zich niet laat rechtvaardigen door een beroep op de vrijheid van meningsuiting c.q. nieuwsgaring. Zowel de heer [eiser sub 2] als Pretium lijden schade door uw onrechtmatige gedragingen, zowel immaterieel als materieel. Namens de heer [eiser sub 2] en Pretium stel ik u hierbij aansprakelijk voor deze schade en sommeer ik u per omgaande bedoelde gedragingen te staken. Indien blijkt dat u opnieuw derden in de omgeving van Pretium en/of de heer [eiser sub 2] op onrechtmatige wijze benadert, dan zal daarvan strafrechtelijk aangifte worden gedaan en behouden de heer [eiser sub 2] en Pretium zich het recht voor zonder nadere aankondiging een juridische procedure tegen u te starten ter verkrijging van een verbod en vergoeding van de geleden en nog te lijden schade. Het spreekt voor zich dat het u niet vrijstaat om materiaal dat u onder valse voorwendselen en op onrechtmatige wijze hebt verkregen met betrekking tot de heer [eiser sub 2] en/of Pretium te gebruiken voor een publicatie. Pretium en de heer [eiser sub 2] behouden zich alle rechten voor om u zonodig in rechte aan te spreken. 1 De weigering van de heer [eiser sub 2] om mee te werken aan een interview mag op geen enkele wijze worden opgevat als het afzien van het recht op wederhoor.” Nog geen publicatie 2.28. Tot op heden heeft Olsthoorn niet over Pretium c.s. gepubliceerd. 3Het geschil 3.1. Pretium c.s. vorderen I. een verklaring voor recht dat Olsthoorn onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld door:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.