RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 15 / 7128 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 januari 2016 in de zaak tussen [eiser] , te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: mr. S. Kanhai), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) verweerder (gemachtigde: drs. P.F.G. Hermans). Procesverloop Bij besluit van 13 januari 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder de uitkering die eiser ontving op grond van de Ziektewet (ZW) per 2 februari 2015 stopgezet. De uitkering wordt per 3 maart 2015 beëindigd. Bij besluit van 24 augustus 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2015. Eiser is verschenen, vergezeld door zijn begeleider [persoon A] en bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser, voorheen werkzaam als magazijnmedewerker voor 40 uren per week, heeft zich op 3 februari 2014 ziek gemeld met rugklachten. Hij ontving op het moment van ziekmelden een uitkering op grond van de Werkloosheidswet. Aan eiser is na deze ziekmelding een ZW-uitkering toegekend. 2. Het bestreden besluit berust op het standpunt dat eiser op 2 februari 2015 meer dan 65 % van het maatmanloon kan verdienen. Om die reden heeft verweerder de ZW-uitkering van eiser met in achtneming van een uitlooptermijn van een maand en een dag na 2 februari 2015, te weten op 3 maart 2015 beëindigd. 3. Eiser heeft hiertegen -kort samengevat- aangevoerd dat hij vanwege chronische rug(pijn) klachten niet in staat is om werkzaamheden te verrichten. Verweerder heeft hier onvoldoende onderzoek naar gedaan. Op basis van een MRI-scan heeft zijn behandelend neuroloog [neuroloog] hem voor een operatie aan de rug naar de neurochirurg verwezen. Eiser verzoekt de rechtbank om medische informatie in te winnen bij zijn behandelend neuroloog of om hem als medisch deskundige te horen. 4.1 Op grond van artikel 19aa ZW, voor zover hier van belang, heeft de verzekerde die geen werkgever heeft jegens wie hij, bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte recht heeft op loon, nadat na de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken een tijdvak van 52 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, recht op ziekengeld indien de verzekerde: a. ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, als bedoeld in artikel 19 en b. als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur. 4.2 Op grond van artikel 19ab ZW, voor zover hier van belang, wordt het percentage van het maatmaninkomen dat de verzekerde kan verdienen, als bedoeld in artikel 19aa, vastgesteld op basis van een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek. 5.1. In het kader van de eerste Eerstejaars Ziektewet beoordeling is eiser uitgenodigd voor het spreekuur op 2 december 2014 bij de verzekeringsarts waar hij zowel lichamelijk als psychisch is onderzocht. De verzekeringsarts heeft tevens dossierstudie verricht en hiermee kennis genomen van brieven van de huisarts. Na bestudering van de medische gegevens en het eigen onderzoek is de verzekeringsarts tot de conclusie gekomen dat eiser locomotorische beperkingen heeft. Hij acht eiser beperkt ten aanzien van zwaar tillen, sjouwen, trekken en klimmen. Ook is eiser voor lang lopen en lang staan beperkt en bij lang zitten heeft eiser ook klachten. De verzekeringsarts heeft de beperkingen vastgelegd in een FML. 5.2. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.