Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/506445 / KG ZA 16/271 Vonnis in kort geding van 25 maart 2016 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres, advocaat mr. M.C.J. van den Brekel te Rotterdam, tegen: de stichting Stichting Haagse Wijk- en Woonzorg, gevestigd te Den Haag, gedaagde, advocaat mr. L.V. Sloot te Den Haag. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiseres] ’ en ‘HWW Zorg’. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 8 maart 2016, met producties 1 t/m 38; - de door gedaagde bij brief van 11 maart 2016 toegezonden producties 1 t/m 6; - de door gedaagde bij brief van 14 maart 2016 toegezonden producties 7 en 8; - de op 15 maart 2016 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd. 1.2. Mr. Sloot heeft ter zitting bezwaar gemaakt tegen de door mr. Van den Brekel bij faxberichten van 14 maart 2016 toegezonden aanvullende producties 39 t/m 49 en 50. De voorzieningenrechter heeft deze producties buiten beschouwing gelaten, nu deze stukken niet overeenkomstig de artikelen 1.3. en 6.2 van het Procesreglement kort gedingen rechtbanken, kantonzaken zijn ingediend. 1.3. Ter zitting is vonnis bepaald op heden. 2De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. HWW Zorg is een wijkgerichte zorgorganisatie die in 2009 is opgericht. HWW Zorg beschikt over 11 locaties (verpleeghuizen en woonzorgcentra) in Den Haag. Daarnaast beschikt een aantal wijkzorgteams over een eigen locatie. HWW Zorg heeft ten doel het verlenen van zorg en behandeling en/of het verschaffen van gelegenheid tot zorg en behandeling. Bij HWW Zorg zijn ongeveer 2200 medewerkers werkzaam. HWW Zorg heeft twee organen: een Raad van Bestuur (RvB) en een Raad van Toezicht (RvT). 2.2. De RvT heeft tot taak toezicht te houden op het besturen door de RvB en op de algemene gang van zaken binnen HWW Zorg. De RvT bestaat uit minimaal 5 en maximaal 9 personen. De RvT houdt toezicht op onder meer: - de realisatie van de statutaire en andere doelstellingen van HWW Zorg; - de strategie en risico’s verbonden aan de activiteiten van HWW Zorg; - de financiële verslaglegging; - de kwaliteit en veiligheid van de zorg. 2.3. In artikel 15 van de statuten van HWW Zorg is het volgende bepaald: “ 3. De Raad van Toezicht benoemt, schorst en ontslaat de leden van de Raad van Bestuur, dit op basis van een door de Raad van Toezicht vast te stellen profielschets(en). (…) 5. De Raad van Bestuur is eindverantwoordelijk voor en belast met het besturen van de Stichting. Dit houdt onder meer in dat hij verantwoordelijk is voor de realisatie van de statutaire en andere doelstellingen van de Stichting, de strategie en het beleid en de daaruit voortvloeiende resultatenontwikkeling en voor de kwaliteit en veiligheid van de zorg. De Raad van Bestuur legt hierover verantwoording af aan de Raad van Toezicht. (…) 7. De Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor het beheersen van de risico’s verbonden aan de activiteiten van de zorgorganisatie en voor de financiering van de zorgorganisatie. De Raad van Bestuur rapporteert hierover aan en bespreekt de interne risicobeheersings- en controlesystemen met de Raad van Toezicht. ” 2.4. [eiseres] is per 1 oktober 2011 benoemd tot voorzitter van de RvB van HWW Zorg en is met ingang van diezelfde datum op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst getreden van HWW Zorg. In de arbeidsovereenkomst is – voor zover van belang – het volgende bepaald: 8.1. De Stichting zal mevrouw [eiseres] niet schorsen dan nadat zij aanwijzing heeft dat mevrouw [eiseres] een handeling heeft verricht of nagelaten die een dringende reden in de zin van artikel 7:677 en 7:678 van het Burgerlijk Wetboek kan opleveren. 8.2. Ingeval de Stichting, vertegenwoordigd door de Raad van Toezicht, een voornemen heeft tot schorsing van mevrouw [eiseres] over te gaan zal zij alvorens een daartoe strekkend besluit te nemen hem/haar in de gelegenheid stellen zich te verantwoorden, waarbij hij zich kan laten bijstaan door een advocaat. 8.3. Ingeval de Stichting, vertegenwoordigd door de Raad van Toezicht, tot schorsing van mevrouw [eiseres] overgaat, zal op een redelijke termijn doch uiterlijk binnen 7 dagen nadien, worden beslist of de schorsing wordt opgeheven dan wel wordt - onder handhaving van de schorsing – overgegaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden in de zin van artikel 7:677 en artikel 7:678 van het Burgerlijk Wetboek. (….) 8.5. De Stichting kan anders dan in de voorgaande leden aangegeven mevrouw [eiseres] op non-activiteit stellen indien door deze non activiteitstelling aan een onhoudbare situatie binnen de Stichting een einde wordt gemaakt en de oorzaak van deze onhoudbare situatie gelegen is in de persoon van mevrouw [eiseres] . De Raad van Toezicht van de Stichting zal alle mogelijkheden onderzoeken om de non-activiteit op te heffen, echter indien in redelijkheid niet verwacht kan worden dat de betrekkingen binnen de Stichting door terugkeer van mevrouw [eiseres] kunnen worden hersteld zal de Stichting een procedure tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst initiëren. 2.5. In het verslag van het jaargesprek tussen de RvB en de RvT van 9 februari 2015 is onder meer het volgende vermeld: “(…) BP geeft aan dat 2014 een prima jaar is geweest, vergelijkbaar met 2013. Er zijn goede resultaten bereikt zowel op het gebied van kwaliteit als financieel. (….) Lettie heeft daarin als bestuurder een grote rol gespeeld en BP complimenteert haar daarvoor. De RvT is unaniem in de waardering daarvoor en er is vertrouwen in de toekomst om dit zo voort te zetten. (….) Strategisch beleid (…) BP geeft aan dat de nieuwe visie een aantal malen besproken is met de RvT en dat het proces erg langzaam gaat. Bij de aanstaande behandeling in de RvT is bijna anderhalf jaar aan de strategievorming gewerkt. LvA licht toe dat gebleken is dat de verwachtingen van de RvT niet helder waren. BP is van mening dat de verwachtingen binnen de RvT vooral afweken van die van de RvB en het MT, met name over het niveau van uitwerking van de visie in planbare acties. (…) BB vult aan dat de RvT heeft aangegeven dat de nieuwe visie door vertaald wordt naar HWW, naar welke keuzen HWW maakt over doelgroepen en marktgebieden en wat dat betekent voor vastgoed, ICT e.d. (….) Financiële positie (…) BP merkt op dat hij vindt dat er beter gestuurd moet worden op het operationele resultaat en de kasstroom, dat heeft hij vorig jaar ook al gevraagd en is ook vastgelegd in de afspraken tijdens het vorige jaargesprek. Hij vindt dat dit nog onvoldoende “in het hart zit” bij HWW. Ook bij de maandrapportages moet hij drie achtereenvolgende RvT vergaderingen de vraag stellen of de kasstroom boven of onder de prognose of begroting zit. Hij krijgt nu het gevoel dat het gedaan wordt “omdat de RvT dag graag wil” maar het is écht belangrijk en weliswaar nu nog geen probleem, maar HWW zou er tijdig aan moeten beginnen: “het dak repareren als de zon schijnt. (…) LvA beaamt dat dit niet echt “in het hart zit” (….) Maar niettemin zal zij ervoor zorgen dat deze twee onderwerpen in de volgende maandrapportages nadrukkelijker aandacht gaan krijgen (…..)”. Vastgoedbeleid BP geeft aan dat de Vastgoedstrategie langzaam tot stand komt. Dit was gepland voor de eerste helft van 2014. BB geeft aan dat het eerste concept al in de AC besproken is maar nog niet aan de eisen van een vastgoed strategie voldoet. Met name de vervolgstappen moeten nog worden uitgewerkt. (…)” 2.6. De RvT heeft op 27 mei 2015 het besluit genomen de RvB uit te breiden naar een tweehoofdig bestuur. Vervolgens heeft de RvT het functieprofiel van de (tweede) bestuurder besproken en enige tijd daarna is een wervingsprocedure gestart. 2.7. In het verslag van de vergadering van de Auditcommissie Finance & Control (AC) RvT, Haagse Wijk- en Woonzorg van 17 november 2015 is onder meer het volgende vermeld: “(….) De AC heeft een aantal zorgen bij het jaarplan (en dan met name bij de begroting): Het realisme van de begroting in relatie tot de realisatie in 2015. (…) Daarnaast wordt een spanning geconstateerd tussen exploitatie en investeringen. Met name heeft de AC twijfels bij het gebruiken van de helft van het resultaat op de NHC ter dekking van knelpunten in de exploitatie. Hierbij vraagt de AC aandacht voor de lange termijn continuïteit die minstens even belangrijk is als het op korte termijn rendement realiseren. (..) Het dekken van structurele tekorten met incidentele dekking (…) Op grond van deze zorgen onthoudt de AC zich van advies over het jaarplan aan de RvT; deze zorgen dienen wat de AC betreft in de RvT vergadering verder bediscussieerd te worden. (…) 2.8. Op 19 november 2015 heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) een bezoek gebracht aan één van de locaties van HWW Zorg, naar aanleiding van een klacht van een vertegenwoordiger van een cliënt. De IGZ was kritisch over hetgeen op die locatie werd aangetroffen. [eiseres] heeft diezelfde dag per e-mail de RvT geïnformeerd over het bezoek van de IGZ. De IGZ heeft een conceptrapport opgesteld naar aanleiding van het bezoek en dit rapport aan [eiseres] toegestuurd. 2.9. In de vergadering van de RvT van 16 december 2015 is de begroting 2016 uitgebreid besproken. De begroting werd als niet houdbaar op lange termijn beoordeeld, onder meer omdat structurele kosten werden gedekt uit andere posten zoals huisvesting. In het verslag van de vergadering is onder meer het volgende vermeld: “(….) BB licht het negatieve advies van de AC toe en geeft aan dat de begroting en het jaarplan is inderdaad besproken in de auditcommissie. (….) Zichtbaar is ook dat alle voorgestelde wijzigingen en op- en aanmerkingen zijn verwerkt, zowel het financiële deel als ook de onderbouwing is in het document in positieve zin verbeterd en adequaat aangepast en is er een duidelijke verbeterslag zichtbaar bij het vastgoed en ICT. Waar ook uitvoerig over is gesproken is het risico van het gebruiken van incidentele inkomsten voor structurele kosten. Ondanks deze verbeteringen is de auditcommissie F&C er nog steeds niet van overtuigd dat het terug brengen van de flex en uitzendkrachten realistisch is, mede gezien de resultaten in de maandrapportages 2015 en met name uit de oktoberrapportage blijkt dat dit nog niet gelukt is. (…) MR vindt het ook zorgelijk dat het niet lukt om het inzetten van flex- en uitzendkrachten terug te dringen. Daarnaast is zij van mening dat het aanwenden van structureel geld ook moet worden aangewend waar het voor bedoeld is. YtB geeft aan zeer veel vraagtekens te hebben over deze begroting. (…) BP vat samen dat de RvT vooralsnog de begroting 2016 niet goedkeurt (….)” 2.10. Op 3 februari 2016 hebben selectiegesprekken plaatsgevonden met vier kandidaten voor de functie van lid van de RvB. In de afrondende bespreking met de selectiecommissie zijn twee kandidaten geselecteerd voor het vervolg. Deze keuze is bevestigd in de RvT. Daarbij zat niet de voorkeurskandidaat van [eiseres] . 2.11. In de e-mail van 4 februari 2016 heeft [eiseres] aan [medewerker wervingsbureau] , werkzaam bij wervingsbureau Van der Laan & Company, het volgende geschreven: “(….) Zoals je weet heeft de RvT van HWW besloten tot een tweehoofdige RvB, ondanks dat er geen vraag voor was uit de organisatie en ondanks een negatief advies van de RvB, de CCR en slechts een schamel positief advies van de OR met 7 tegen 6 stemmen voor. Het MT is geen advies gevraagd maar heeft laten weten de voorkeur te hebben voor geen verandering in de top. Een wankele basis dus. Niettemin heeft de RvT toch gemeend dit te moeten doorzetten en zijn we nu in de volgende fase van het zoeken van kandidaten, met jullie ondersteuning. (….) Hoewel het helaas denk ik te laat is, jij zei wel dat je pas vrijdag zou bellen met [P.] over de uitslag, maar in de RvT-vergadering van gisteravond meldde hij gisteravond aan de RvT dat er gekozen is om twee kandidaten door te laten gaan (en dus niet [Y.] ), zou ik je willen vragen of jij in de advisering aan de RvT toch nog eens heel nadrukkelijk zou willen wijzen op het essentiële belang van een goed samenwerkende RvB en dus een klik tussen de personen. Een sterk duo kan de beste prestaties bieden voor HWW. [Y.] voldoet volledig aan het profiel, dat kan niemand ontkennen en vanuit dat gegeven zou mijn mening als RvB toch doorslaggevend moeten zijn in het belang van HWW? Ik hoop dat het je nog lukt om er invloed op te hebben, in elk geval hartelijk bedankt alvast voor je inspanningen. Ik was al niet echt blij met een tweehoofdige RvB (en niet alleen ik binnen HWW), maar toen ik [Y.] sprak kreeg ik er helemaal zin in. Het zou jammer zijn om dat te laten lopen. Alvast bedankt, (…..)” 2.12. Op 11 februari 2016 heeft de voorzitter van de RvT, de heer [P.] , en de heer [X.] , lid van de RvT, met [eiseres] een gesprek gehad over de gang van zaken betreffende de selectie van kandidaten voor de functie van (tweede) bestuurder. 2.13. Tijdens een gesprek op 15 februari 2016 heeft de RvT het vertrouwen in [eiseres] opgezegd. 2.14. Bij brief van 17 februari 2016 heeft de RvT [eiseres] het voornemen tot ontslag van haar als statutair bestuurder meegedeeld. In deze brief is onder meer het volgende vermeld: “De Raad van Toezicht (RvT) heeft zich beraden op uw positie als voorzitter van de Raad van Bestuur. Aanleiding hiervoor is een aantal kwesties die hebben gespeeld tussen de RvT en u. Deze kwesties zijn onder te verdelen in enerzijds inhoudelijke kwesties en anderzijds kwesties betrekking hebbend op de communicatie tussen de RvT en u. (…..) 1. Begroting 2016 De RvT heeft geen goedkeuring gegeven aan de begroting 2016. De begroting is twee maal behandeld in de RvT alsmede in de Auditcommissie Finance & Control. (….) Het advies was om de onderbouwing sterk te verbeteren. Bij de tweede behandeling beoordeelde de RvT de onderbouwing nog steeds als onvoldoende, mede in het licht van de toen bekende cijfers over de actuele exploitatie. (….) De voorzitter van de RvT heeft na de eerste behandeling aan u aangeboden om nader te overleggen over het proces rondom de begroting en met name te bezien hoe in de toekomst dergelijke ernstige situaties te vermijden zouden zijn. U achtte een gesprek niet zinvol en hebt dit aanbod van de voorzitter van de RvT afgewezen. Vervolgens is de begroting van 2016 wederom afgekeurd. (…) 3. Besluit tweede bestuurder Vanaf het begin van uw aanstelling is door de RvT vastgehouden aan de constructie van een tweehoofdig bestuur. (…) Sindsdien bent u zich echter passief blijven verzetten tegen een meerhoofdig bestuur (“het is het RvT besluit”) en hebt daarmee niet loyaal meegewerkt aan de uitvoering van dit RvT besluit. (….) 4. Vastgoedbeleid Het Vastgoedbeleid is al langer onderwerp van zorg; er wordt te weinig progressie gemaakt, ondanks dat de vastgoedportefeuille op leeftijd is en in de toekomst behoorlijke investeringen nodig zijn. Begin 2014 zou de vastgoedstrategie zijn opgesteld en dit was eind 2015 nog niet op orde. Het vastgoedbeleid is ook aan de orde geweest in het jaargesprek met u over 2014. 5. Financiële rapportage (…) In 2014 is door de RvT gevraagd om meer aandacht te geven aan het operationele resultaat en de kasstromen, omdat deze van groot belang zijn voor de bedrijfsvoering (….). Slechts onder grote druk van de RvT is daar enige aandacht voor gekomen (ook in rapportages) en is ook in 2015 nog onderwerp van gesprek geweest. (….) De financiële resultaten 2015 geven aan wat de consequenties zijn van onvoldoende sturing op dat gebied vanuit de RvB. 6. Visie en Strategievorming In 2014 en 2015 is de Visie van HWW zorg opgesteld, evenals de uitwerking daarvan in een Meerjarig Beleidsplan. (….) Pas na aanzienlijke druk van de RvT is dit Meerjaren Beleidsplan tot stand gekomen. De zorg van de toekomst zal veel meer gebruik maken van ICT toepassingen, zowel om hogere kwaliteit van zorgverlening te bereiken als meer efficiency. U deelde die overtuiging niet en er is slechts in beperkte mate aandacht aan besteed. Dat heeft er mede toe geleid dat in het profiel van de tweede bestuurder innovatie en vernieuwing van groot belang werd geacht. 7. IGZ Recent is een zeer kritische concept-rapportage van de IGZ over de kwaliteit van de zorgverlening binnen de Stichting bekend gemaakt. Weliswaar is deze rapportage op dit moment nog niet definitief, maar het signaal dat van deze concept-rapportage uitgaat is zeer verontrustend. Communicatie en werkverhouding De communicatie met u verloopt al tijden moeizaam. Reeds sinds 2012 is de werkrelatie tussen de RvT en binnen de RvT (in wisselende samenstelling) onderwerp van gesprek. (…) Zowel door de gerezen inhoudelijke, als de communicatieve-/samenwerkingskwesties is de RvT feitelijk belemmerd in de toezichthoudende taak. Daarnaast is evident sprake van een verschil van inzicht over het te voeren beleid is sprake van een vertrouwensbreuk. (….) Gezien de inmiddels ontstane situatie acht de RvT uw aanwezigheid als bestuurder binnen de organisatie niet langer gewenst. De RvT is van oordeel dat inmiddels een onhoudbare situatie is ontstaan.(….)” 2.15. Op 17 februari 2016 heeft de RvT de Ondernemingsraad (OR) en de Centrale Cliënten Raad (CRR) om advies gevraagd over het voorgenomen ontslagbesluit. 2.16. Bij brief van 18 februari 2016 heeft [eiseres] zich via haar advocaat verzet tegen de op non-actiefstelling. 2.17. Op 18 februari 2016 is [eiseres] in de gelegenheid gesteld bij een vergadering van de CCR haar zienswijze te geven op het voorgenomen ontslagbesluit. 2.18. [eiseres] is op 23 februari 2016 door de OR gehoord over het voorgenomen ontslagbesluit van de RvT. 2.19. Op 22 februari 2016 heeft de RvT alle medewerkers van HWW Zorg geïnformeerd over het voorgenomen besluit tot ontslag van [eiseres] als statutair bestuurder. 2.20. Op 26 februari 2016 is [eiseres] , in het bijzijn van haar advocaat, gehoord door twee leden van de RvT, waarbij zij in de gelegenheid is gesteld zich te verweren tegen het voorgenomen ontslag. 2.21. Bij besluit van 29 februari 2016 heeft de RvT [eiseres] geschorst/op non-actief gesteld als statutair bestuurder en meegedeeld dat zij niet zal worden toegelaten tot het werk. 2.22. Bij brieven van 1 maart 2016 heeft zowel de OR als de CCR negatief geadviseerd over het voorgenomen ontslagbesluit. 2.23. Bij besluit van 2 maart 2016 heeft de RvT [eiseres] als statutair bestuurder ontslagen. 2.24. Per e-mail van 3 maart 2016 heeft de RvT alle medewerkers van HWW Zorg geïnformeerd over de benoeming van een interim-bestuurder. 2.25. Op 14 maart 2016 heeft HWW Zorg bij deze rechtbank (team kanton) een verzoekschrift ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [eiseres] . 3Het geschil 3.1. [eiseres] vordert – zakelijk weergegeven –:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.