RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 15/8174 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2016 in de zaak tussen [eiseres], te [woonplaats], eiseres (gemachtigde: R.M. Duijn), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) (gemachtigde: A.M. Snijders). Procesverloop Bij besluit van 13 april 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder eiseres per 5 mei 2015 een loongerelateerde WGA-uitkering (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) krachtens de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (Wet WIA) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 80 %. Bij besluit van 8 oktober 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De gronden zijn later ingediend. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2016. Eiseres is verschenen, vergezeld van haar zuster en bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. De rechtbank gaat bij de beoordeling uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiseres, voorheen werkzaam als medewerkster bejaardenzorg in een zorgcentrum voor 20,84 uren per week is op 7 mei 2013 uitgevallen met maag- en rugklachten. Eiseres is gaan werken in een re-integratie functie als administratief assistent voor 18 uren per week. In juli 2014 is eiseres uitgevallen voor dit werk in verband met een neurologische aandoening. Eiseres is gaan werken als gastvrouw voor 15 uren per week, verdeeld over drie dagen. Eiseres heeft op 12 februari 2015 een Wet WIA-aanvraag ingediend, wat heeft geleid tot de onder ‘Procesverloop’ genoemde besluitvorming. 2. Het bestreden besluit berust op het standpunt dat eiseres op de in geding zijnde datum niet meer geschikt is voor het verrichten van haar eigen arbeid maar wel voor het uitoefenen van andere, voor haar geselecteerde, functies. Op basis van die functies is het verlies aan verdiencapaciteit volgens verweerder 47,24 %, waarmee indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 80 %. 3. Eiseres heeft hiertegen -kort samengevat- aangevoerd dat er onvoldoende rekening is gehouden met haar medische beperkingen. Er is geen rekening gehouden met de bekkeninstabiliteit. Voorts heeft eiseres refluxklachten. Tevens heeft eiseres artrose aan haar handen en heeft zij meerdere malen een minor stroke gehad. Ter onderbouwing van haar beroep heeft eiseres brieven van de maag-darm en leverarts, een brief van de manuele therapeut en een brief van de huisarts overgelegd. Eiseres heeft ter zitting om een uitkering ingevolge de Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA) verzocht. 4.1. Naar aanleiding van haar Wet WIA aanvraag is eiseres uitgenodigd voor het spreekuur bij de verzekeringsarts op 5 maart 2015, waar een psychisch onderzoek heeft plaatsgevonden. De verzekeringsarts heeft voorts dossierstudie verricht en hiermee onder meer kennis genomen van een verslag van een neuropsychologisch onderzoek van 18 december 2014. De verzekeringsarts heeft voorts informatie verkregen van de MDL-arts van 24 augustus 2010. Uit zijn rapport van 5 maart 2015 blijkt dat op basis van zijn onderzoek, de informatie van de behandelaar en het verslag van het neuropsychologisch onderzoek de verzekeringsarts tot de conclusie is gekomen dat er kan worden uitgegaan van een duurzame belastbaarheid, waarbij beperkingen van toepassing zijn ten aanzien van buigen, gebogen werken, zwaar tillen en dragen. Voorts acht de verzekeringsarts eiseres aangewezen op werk zonder hectiek, piekbelasting en continu hoge werkdruk. De verzekeringsarts heeft de beperkingen vastgelegd in een functionele mogelijkhedenlijst (FML). 4.2. De verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.