Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats ’s-Gravenhage FJ Zaaknr.: 4891414 RP VERZ 16-50188 Uitspraakdatum: 17 mei 2016 Beschikking van de kantonrechter in de zaak van: [verzoekster] , wonende te [woonplaats] , verzoekende partij, verder te noemen: [verzoekster] , gemachtigde: mr. M.J. van Dasselaar, tegen de stichting Stichting Scholengroep Spinoza, gevestigd te Voorburg, verwerende partij, verder te noemen: Spinoza, gemachtigde: mr. M.R.A. Dekker. 1Het procesverloop 1.1 [verzoekster] heeft de kantonrechter bij verzoekschrift, bij de griffie ingekomen op 8 maart 2016, aanvankelijk verzocht de opzegging van de arbeidsovereenkomst tussen partijen te vernietigen, en - kort samengevat - Spinoza te veroordelen tot doorbetaling van loon c.a., betaling van een billijke vergoeding, betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, betaling van een transitievergoeding en uitbetaling van niet-genoten vakantiedagen. Spinoza heeft een verweerschrift ingediend. Bij brief van 12 april 2016 heeft [verzoekster] haar verzoek gewijzigd. Thans verzoekt [verzoekster] nog veroordeling van Spinoza tot betaling van een billijke vergoeding en een transitievergoeding. 1.2 Op 18 april 2016 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaats gevonden. Verschenen zijn [verzoekster] in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde, en namens Spinoza de heer [JW] , bijgestaan door mr. Dekker. Daarbij zijn door [verzoekster] pleitaantekeningen overgelegd. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zich in het procesdossier bevinden. Spinoza heeft tijdens de mondelinge behandeling nog een productie overgelegd. 2De feiten 2.1 Spinoza is een stichting die scholen voor voortgezet onderwijs exploiteert. 2.2 [verzoekster] , geboren op [1958] , is sinds [1994] in dienst bij (de rechtsvoorgangers van) Spinoza, laatstelijk in de functie van [functie] tegen een salaris van € [xx] bruto per maand, exclusief vakantietoeslag en verdere emolumenten. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO VO van toepassing. 2.3 Spinoza heeft met toestemming van het UWV de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] per 1 maart 2016 wegens langdurige arbeidsongeschiktheid opgezegd. 3Het verzoek 3.1 [verzoekster] verzoekt de kantonrechter thans om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Spinoza te veroordelen tot betaling aan [verzoekster] van een billijke vergoeding ten bedrage van € 12.709,-, dan wel een door de kantonrechter te bepalen bedrag, en een transitievergoeding ten bedrage van € 25.418,-, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van deze bedragen tot aan de dag der algehele voldoening. 3.2 [verzoekster] legt aan haar verzoek naast de vaststaande feiten ten grondslag dat Spinoza zich rond het einde van de arbeidsovereenkomst niet als goed werkgever heeft gedragen. Spinoza heeft zonder overleg en zonder nadere toelichting een te hoog deel van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van [verzoekster] in mindering gebracht op haar salaris. Spinoza heeft aanvankelijk niet gereageerd op het verzoek van [verzoekster] om haar vakantiedagen uit te betalen. Spinoza heeft bovendien geweigerd om aan [verzoekster] de transitievergoeding uit te betalen. [verzoekster] maakt daarom op de voet van artikel 7:682 lid 1 sub c BW aanspraak op een billijke vergoeding die zij stelt op de helft van de voor haar geldende transitievergoeding. [verzoekster] erkent dat het ontslag als zodanig niet is toe te rekenen aan ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Spinoza. De onderhavige procedure en de weigerachtigheid van Spinoza om zich als goed werkgever te gedragen veroorzaken echter bij [verzoekster] zoveel spanning dat haar medische klachten zijn verergerd. Daarom meent [verzoekster] dat Spinoza ten opzichte van haar ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Voorts maakt [verzoekster] aanspraak op uitbetaling van de transitievergoeding die zij stelt op een bedrag van € 25.418,-. 4Het verweer 4.1 Spinoza voert verweer tegen het verzoek en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Zij voert daartoe – samengevat – het volgende aan. Voor toekenning van een billijke vergoeding bestaat in casu geen grond. Van ernstig verwijtbaar handelen in de zin van artikel 7:682 BW aan de zijde van Spinoza is geen sprake geweest. De eindafrekening is inmiddels gecorrigeerd voor wat betreft de verrekening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering van [verzoekster] en de vakantiedagen. Spinoza acht zich gelet op artikel 2 van het Besluit overgangsrecht transitievergoeding (hierna: het Besluit) niet gehouden om de transitievergoeding aan [verzoekster] te betalen. [verzoekster] ontvangt een bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, de AAOP-uitkering, die aan te merken is als een vergoeding of voorziening als bedoeld in dat artikel. De transitievergoeding is daarom niet verschuldigd. Spinoza stelt verder dat toekenning van de transitievergoeding in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artikel 6:248 BW onaanvaardbaar is gelet op de recente plannen van minister Asscher om de werkgever niet langer te verplichten om de transitievergoeding te betalen indien deze zich aantoonbaar goed heeft ingespannen om de arbeidsongeschikte werknemer weer aan het werk te krijgen. Spinoza wijst er op dat de transitievergoeding voor werkgevers in het onderwijs extra moeilijk op te brengen is gezien de zogenaamde “lumpsum-financiering” waarin geen rekening wordt gehouden met dergelijke betalingsverplichtingen. Als de transitievergoeding betaald moet worden, gaat dat direct ten koste van het onderwijs aan de leerlingen. De CAO VO wordt om deze redenen per 1 juli 2016 aangepast. 5De beoordeling 5.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.