vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/485709 / HA ZA 15-382 Vonnis van 25 mei 2016 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TOKO MC B.V., gevestigd te Amsterdam, eiseres, advocaat mr. M. Cota te Den Haag, tegen 1 [gedaagde sub 1] , wonende te [woonplaats 1] , gedaagde, advocaat mr. B.W.G. Orth te Huizen, 2. [gedaagde sub 2], wonende te [woonplaats 2] , gedaagde, advocaat mr. A.M. van der Vliet te Amsterdam, 3. [gedaagde sub 3], wonende te [woonplaats 3] , gedaagde, advocaat mr. A.M. van der Vliet te Amsterdam, 4. [gedaagde sub 4], wonende te [woonplaats 1] , gedaagde, advocaat mr. A.M. van der Vliet te Amsterdam. Partijen zullen hierna Toko, [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaardingen van 17 maart 2015, met 103 producties; de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 1] , met 14 producties; de conclusie van antwoord van [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] , met 4 producties; het tussenvonnis van 22 juli 2015, waarbij een comparitie van partijen is bevolen; het proces-verbaal van comparitie van 14 december 2015 en de daarin genoemde correspondentie en producties 104 tot en met 116 van Toko. 1.2. Het proces-verbaal van de comparitie is buiten aanwezigheid van partijen opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken over het proces-verbaal voor zover het feitelijke onjuistheden betreft. Partijen hebben van deze gelegenheid gebruikgemaakt. De brieven van [gedaagde sub 1] van 7 januari 2016 en van Toko van 8 januari 2016 zijn aan het proces-verbaal gehecht en maken onderdeel uit van het procesdossier. 1.3. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Stichting MC (opgericht 22 januari 2008) is voortgekomen uit een fusie tussen theatergroep Made in da Shade en Cosmic Theater. Het doel van de Stichting MC is het (doen) ontwikkelen en (doen) overbrengen van een intercultureel theateridioom, dat aansluit bij de beeldcultuur/cultuurbeleving van de grootstedelijke samenleving in de 21ste eeuw. Stichting MC huurt daartoe bedrijfsruimte in Cultuurpark [X] te [plaats 1] (hierna: [X] ). 2.2. [gedaagde sub 1] is vanaf de oprichting bestuurder en algemeen directeur van Stichting MC. 2.3. [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] zijn sinds 31 december 2009 vicevoorzitter respectievelijk voorzitter van de per die datum ingestelde raad van toezicht van Stichting MC (hierna: raad van toezicht). [gedaagde sub 4] is sinds 1 augustus 2010 lid van de raad van toezicht. 2.4. Toko is een horecaonderneming. Enig aandeelhouder en bestuurder is [BV 1] , van welke vennootschap [A] op zijn beurt enig aandeelhouder en bestuurder is. Tot 3 juli 2012 was [BV 2] ., van welke vennootschap [B] op zijn beurt enig aandeelhouder en bestuurder is, ook aandeelhouder en bestuurder van Toko (50%). [A] en [B] exploiteerden voor de oprichting van Toko (in 2010) al enkele jaren een modern Caribisch restaurant in [plaats 2] onder de naam “Toko 94”. 2.5. Stichting MC maakt vanaf de oprichting gebruik van een subsidie van de gemeente Amsterdam onder de naam Kunstenplan 2009-2012 van ongeveer € 750.000,= per jaar. Ook ontvangt zij een subsidie van de rijksoverheid van ongeveer € 1.200.000,= per jaar. 2.6. In 2009 is Stichting MC gestart met de bouw van een theater en een productiehuis in de [X] met de naam “Theater MC”. Daarvoor heeft zij van de gemeente Amsterdam een subsidie ontvangen van € 3.000.000,= en later nog € 1.000.000,= geleend. 2.7. Stichting MC heeft de exploitatie van de horeca-activiteiten in Theater MC uitbesteed aan Toko. Op 31 januari 2010 hebben Stichting MC en Toko daartoe een samenwerkingsovereenkomst (hierna: SWOK) gesloten. Die luidt, voor zover hier van belang: “[…] Overwegende: […] c. MC [dit is Stichting MC, toevoeging rechtbank] wenst met betrekking tot de exploitatie van de horecavoorziening in het Productiehuis samen te werken met TokoMC b.v., die heeft verklaard d. deze horeca voor eigen rekening en risico te exploiteren. Daarnaast hebben partijen afspraken gemaakt over de verzorging door TokoMC B.V. van de horeca rondom de theatervoorstellingen in het Productiehuis; […] f. Voor MC is in het kader van de gemaakte afspraken met Toko MC B.V. van essentieel belang dat TokoMC B.V. zich bewust is van het bijzondere karakter van de horecafunctie in het Productiehuis. […] Dit brengt onder meer met zich dat met betrekking tot de horecawerkzaamheden die TokoMC b.v. voor MC zal gaan verrichten vergaande afstemming tussen partijen zal plaatsvinden; […] h. MC en TokoMC b.v. zijn overeengekomen dat deze overeenkomst te allen tijde door MC tussentijds kan worden beëindigd in geval voornoemde functie en afstemming door TokoMC b.v. niet langer kan worden gerealiseerd; […] Verklaren overeen te komen als volgt: […] 2.3. Deze overeenkomst heeft een looptijd van vijf jaar, ingaande op de in artikel 2.1. bedoelde dag. TokoMC b.v. heeft een optie voor verlenging van de overeenkomst met nogmaals vijf jaar. […] 2.4. Indien de overeenkomst na ommekomst van de in artikel 2.3. bedoelde periode wordt voortgezet, geldt deze voortzetting telkens voor een aansluitende periode van vijf jaren. 3.1. Deze overeenkomst eindigt, zonder dat opzegging vereist is, van rechtswege per de datum waarop de looptijd, zoals bedoelde in de leden 3 en 4 van artikel 2, is verstreken. […] 5.2.1. TokoMC b.v. verplicht zich in het kader van de onderhavige overeenkomst een bedrag van tenminste € 170.000,- in de inventaris van de horeca ten behoeve van de Horecaruimte […] te investeren. […] 5.2.2. TokoMC b.v. verplicht zich, naast het bedrag als genoemd in artikel 5.2.1., een bedrag van € 200.000,- te investeren in het bouwkundig, elektronisch en installatiegereed maken van de Horecaruimte. MC is bereid dit bedrag voor te financieren. TokoMC b.v. verplicht in dat geval voornoemd bedrag aan MC terug te betalen gedurende een periode van 20 jaar, waarbij tevens 7% aan rente over het af te lossen bedrag gedurende de looptijd van de lening in rekening zal worden gebracht. […] De termijnen zullen maandelijks door MC bij TokoMC b.v. in rekening worden gebracht. […] 10.1.1 TokoMC b.v. betaalt aan MC een vergoeding van € 43.890 per jaar (zijnde € 190 per m2) ter zake de exploitatie van de horecavoorziening in het Productiehuis. Deze vergoeding wordt in maandelijkse termijnen door MC aan TokoMC b.v. gefactureerd. […] 10.1.2 Na het verstrijken van 12 maanden, is TokoMC b.v. voorts gehouden 2% van de door haar gerealiseerde brutowinst, een en ander met een minimum van € 5.000 (nog te vermeerderen met BTW), aan MC te betalen […]”. 2.8. Tussen Stichting MC en Toko is van begin af aan – al vóór het sluiten van de SWOK – de nodige discussie geweest over de verbouwing van de horecaruimte in Theater MC en de uitvoering daarvan. Toko heeft een bedrag van € 52.165,32 geïnvesteerd in de verbouwing van de horecaruimte en de installaties. 2.9. Theater MC is officieel op 16 oktober 2010 geopend. 2.10. Tussen Toko en Stichting MC is een geschil ontstaan over de ingangsdatum van betaling van de huurpenningen van de horecaruimte in Theater MC. Toko en Stichting MC hebben uiteindelijk op 29 maart 2011 aan de belastingdienst Amsterdam verklaard dat Toko formeel vanaf 23 december 2010 huur verschuldigd is aan Stichting MC. 2.11. Begin 2011 is bekend geworden dat door zowel de gemeente Amsterdam als de rijksoverheid vanaf 2013 bezuinigingen zouden worden doorgevoerd in de kunst- en cultuursector. Als gevolg daarvan heeft Stichting MC besloten niet een aanvraag te doen voor subsidie onder het Kunstenplan 2013-2016, maar gebruik te maken van de “uitstapregeling”. Onder die regeling wordt eenmalig een bedrag door de gemeente Amsterdam ter beschikking gesteld, waarmee Stichting MC in staat wordt gesteld voor een periode van drie jaar voort te bestaan en zich te profileren als ondernemer. 2.12. Theater MC is zich vervolgens meer gaan richten op theater- en muziekproducties, zaalverhuur en horeca. Dat is ook aanleiding voor Stichting MC en Toko om nieuwe vormen van samenwerking met verregaande integratie van theater en horeca te onderzoeken. Adviezen zijn ingewonnen bij organisatieadviseur Piet Barendse (Baker & McKenzie) en de fiscalisten van STP Advocaten. Op 7 oktober 2011 heeft STP Advocaten het advies “MC Theater – Herstructurering Horeca” opgesteld. 2.13. [B] is in de loop van 2011 theaterwerkzaamheden als programmeur voor Stichting MC gaan verrichten. Zo heeft hij de activiteit podiummuziek opgezet en de muziekprogrammering daarvan uitgevoerd. Ook heeft hij nieuwe activiteiten opgezet en grote feesten georganiseerd, zoals het Amsterdam Dance Event. 2.14. Stichting MC heeft in januari 2012 met “Ondernemingsplan MC 2013-2016” een aanvraag voor subsidie onder de uitstapregeling ingediend bij de gemeente Amsterdam. Die aanvraag is, na een positief advies van de Kunstraad in augustus, in november 2012 toegewezen. 2.15. Stichting MC heeft [D] als bedrijfsleider/hoofd horeca in dienst genomen (vanaf augustus 2012). [D] werkte voor zowel Stichting MC als Toko. 2.16. Vervolgens heeft mede door de terugloop in de zakelijke verhuur in Stichting MC een eerste reorganisatie plaatsgevonden vanaf september 2012 (“Naar een nieuw MC in 2013”), met sociaal plan. 2.17. In opdracht van Toko en Stichting MC gezamenlijk heeft [E] op 16 november 2012 een notitie opgesteld met een model voor de integratie van Stichting MC en Toko (joint-venture) en de fiscale aspecten daarvan. 2.18. Op verzoek van Toko is de waarde van haar onderneming in februari 2013 door [F] van Horeca Ondernemers Adviseurs/Koninklijke Horeca Nederland getaxeerd op € 3.105.000,=. 2.19. Bij brief van 21 maart 2013 heeft Accon AVM namens Toko aan Stichting MC laten weten dat Toko bereid is een concreet bod van Stichting MC tot overname in overweging te nemen. Om te voorkomen dat Toko en Stichting MC met onnodige kosten worden geconfronteerd is het volgens Accon AVM noodzakelijk dat van te voren een aantal kaders worden geschetst en schriftelijk vastgelegd, waarbinnen de onderhandelingen gecontinueerd zullen worden. In genoemde brief heeft Accon AVM daartoe een voorstel gedaan. 2.20. De advocaat van Stichting MC heeft op 19 april 2013 aan Accon AVM geantwoord dat van een overname geen sprake is. 2.21. Bij brief van 22 april 2013 is Toko door de advocaat van Stichting MC in gebreke gesteld en gesommeerd tot nakoming van, onder andere, de in de SWOK opgenomen verplichting van Toko tot betaling van de huurpenningen aan Stichting MC. Daarna zijn onderhandelingen tussen Stichting MC en Toko (zonder advocaten) op gang gekomen om de gerezen geschillen in onderling overleg te regelen. 2.22. Ondertussen heeft vanaf april 2013 een tweede reorganisatie in Stichting MC plaatsgevonden (“Reorganisatieplan MC Theater 2013-2014”), met sociale paragraaf. 2.23. Op 10 mei 2013 is tijdens een bijeenkomst van Stichting MC ( [gedaagde sub 1] ), de raad van toezicht ( [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] ) en Toko ( [B] en [A] ) door [gedaagde sub 2] aan Toko medegedeeld dat de SWOK per 31 januari 2015 niet zal worden verlengd. 2.24. In de maanden daaropvolgend hebben Toko en Stichting MC onderhandeld over de overname van de aandelen in Toko door Stichting MC. In het kader daarvan is een boekenonderzoek verricht. Op 23 augustus 2013 heeft Stichting MC per e-mail aan Toko bericht: “Beste [A] en [B] , Gisteren is in de Raad van Toezicht vergadering het resultaat van het boekenonderzoek door [G] van Cliac Accountants besproken. Op basis hiervan is geconcludeerd dat het niet opportuun wordt geacht om de Toko MC bv over te nemen enerzijds vanwege de omvang van de totale schulden en anderzijds de lage winstgevendheid van de bv. We zullen jullie in het kader van transparantie ook een kopie van het rapport doen toekomen en verder ben ik tot bereid tot een mondelinge toelichting op het besluit. Vriendelijke groet”. 2.25. Doordat de in april/mei 2013 ingezette onderhandelingen niet hebben geleid tot een minnelijke regeling noch overname van de aandelen in Toko door Stichting MC, heeft de advocaat van Stichting MC op 10 september 20213 aan de advocaat van Toko onder meer geschreven dat de inhoud van de brief van 22 april 2013 (zie 2.21 hiervoor) weer actueel is, zij het dat het door Toko aan Stichting MC te betalen bedrag inmiddels € 385.649,77 in hoofdsom beloopt. Daarop heeft Stichting MC in november 2013 een kort geding procedure en een procedure bij de kantonrechter jegens Toko aanhangig gemaakt. Ook heeft Stichting MC conservatoir beslag laten leggen ten laste van Toko onder haar bank. 2.26. Op 18 september 2013 heeft Toko (in de persoon van [B] ) aan de raad van toezicht (in de persoon van [gedaagde sub 2] ) een voorstel gestuurd voor een oplossing tot integratie van Toko en Stichting MC en verzocht om een afspraak met de raad van toezicht om het voorstel toe te lichten. [gedaagde sub 2] heeft daarop geantwoord: “Beste [A] en [B] , Wij hebben kennis genomen van jullie voorstel zoals gisteren door jullie gestuurd aan de RvT en we zijn uiteraard altijd bereid om snel tot een constructieve oplossing te komen. Alvorens echter verdere gesprekken over samenwerking te voeren, zouden wij graag bewerkstelligen dat er vertrouwen is om deze gesprekken in te gaan en dat vertrouwen wordt gegeven dat wij gezamenlijk goede zakelijke afspraken kunne maken. Om dit kracht bij te zetten en ons dat vertrouwen te geven, zouden wij graag, alvorens eventuele verdere gesprekken te voeren, een deel van de gelden waar wij ‘hard’ recht op hebben, zoals bijvoorbeeld de tot op heden onbetaald huur en winstaandeel, fysiek op onze rekening gestort zien. Wij denken hierbij initieel aan een bedrag van EUR 100K als eerste betaling […]”. 2.27. Betaling door Toko is hierop uitgebleven. Verdere bespreking van het voorstel heeft niet plaatsgevonden. 2.28. Tijdens de zitting in kort geding op 19 november 2013 hebben Stichting MC en Toko in een aantal van de tussen hen bestaande geschillen een minnelijke regeling getroffen. Daarbij is tussen partijen een knip gemaakt tussen de (rechts)toestand van vóór 1 oktober 2013 (onderworpen aan het oordeel van de kantonrechter) en na 1 oktober 2013, zoals opgenomen in het vonnis van 28 november 2013. In dat vonnis heeft de voorzieningen-rechter – kort gezegd – bepaald dat Toko een bedrag van € 31.548,= aan Stichting MC moet betalen, dat het met de bankgarantie gemoeide bedrag van € 17.500,= zo snel mogelijk aan Stichting MC moet worden uitbetaald (waarmee huur en servicekosten voor de maand november 2013 worden geacht te zijn betaald), dat geen nieuwe bankgarantie hoeft te worden gesteld, dat Toko van 1 oktober 2013 tot 1 februari 2014 van het loon van bedrijfsleider [D] € 2.500,= voor haar rekening zal nemen en Stichting MC € 1.000,=, dat tussen partijen vanaf 1 oktober 2013 geen verrekeningen meer zullen plaatsvinden en dat vanaf die datum onverkort onder meer alle periodieke betalingsverplichtingen uit de SWOK (huur, exploitatie en bruto winst) en exclusiviteit zullen worden nagekomen, dat het Stichting MC verboden is de door Toko geleverde horecadiensten op eigen naam te factureren en dat het aan Toko is de prijs van de te leveren horecadiensten te bepalen. 2.29. Vanaf januari 2014 zijn tussen Toko (en haar adviseur [F] van 4Ratio Horeca Advies B.V.) en Stichting MC verdere gesprekken gevoerd over de wijze van samenwerken. [gedaagde sub 3] heeft als voorzitter van de raad van toezicht aan die gesprekken deelgenomen. 2.30. Vanaf mei 2014 is [gedaagde sub 1] langdurig ziek geworden. Op 2 juni 2014 is [H] als interim-adviseur van Stichting MC aangetreden. [H] heeft op verzoek van de raad van toezicht de dagelijkse gang van zaken op zich genomen en onderzocht of en, zo ja, op welke wijzewijze de activiteitenStichtingn voortgezet. Op 1717 septemberseptember2014 heeft [H] zijn bevindingen gepresenteerd [gedaagde sub 1] een ded van toezicht, in et bijzijn van Toko,, en geadviseerd het faillissement van Stichting MC aan te vrage. 2.31. Op 30 september 2014 is Stichting MC op eigen verzoek in staat van faillissement verklaard. 3Het geschil 3.1. Toko vordert, voor zover mogelijk bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad: I. voor recht te verklaren dat gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld jegens eiseres; II. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan eiseres van de navolgende bedragen: € 52.165,31 (schade niet-verstrekken lening), vermeerderd met gederfd fiscaal voordeel nader op te maken bij staat; € 589,62 (beslagkosten); € 68.791,99 (advocaat- en proceskosten); een bedrag gelijk aan de waardevermindering van de onderneming, nader op te maken bij staat; primair € 308.282,= (verloren investeringen), subsidiair € 122.400 en meer subsidiair € 98.700,=; € 41.895,45 (kosten personeel en Accon AVM), vermeerder met eventuele toekomstige kosten; € 25.074,44 (restant lening ABN Amro/Grolsch); € 13.500,= (gederfde Grolsch bonus); € 4.260,21 (onverkoopbare voorraad); € 345.442,20 (boetes); € 41.496,33 (geïncasseerde facturen); een bedrag gelijk aan de winstderving en gemaakte kosten betreffende de vanaf mei 2014 geplande evenementen, nader op te maken bij staat; € 25.047,21 (onverschuldigd betaald); € 33.817,56 (kosten Accon AVM) en € 14.178,19 (kosten [F] ), een en ander vermeerderd met rente en kosten. 3.2. Toko heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat, kort gezegd, de schade die Toko lijdt het gevolg is van het feit dat bestuurders en de raad van toezicht hebben bewerkstelligd dan wel toegelaten dat Stichting MC haar contractuele en wettelijke verplichtingen jegens Toko niet is nagekomen. Hun handelen dan wel nalaten is jegens Toko zodanig onzorgvuldig dat hun daarvan persoonlijk een ernstig verwijt gemaakt kan worden. Zo hebben zij geprobeerd zich de horecaonderneming van Toko toe te eigenen en er met dat doel alles aan gedaan Toko “uit te roken”. Ook zijn zij namens de Stichting MC verbintenissen aangegaan waarvan zij wisten of redelijkerwijze behoorden te begrijpen dat Stichting MC die niet zou kunnen nakomen en/of geen verhaal zou bieden. 3.3. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] voeren verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. De rechtbank dient te beoordelen of [gedaagde sub 1] als bestuurder van MC, enerzijds, en [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] als leden van de raad van toezicht, anderzijds, onrechtmatig jegens Toko hebben gehandeld. 4.2. Het gaat in een geval als het onderhavige om benadeling van een schuldeiser (Toko) van een rechtspersoon (Stichting MC) door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering. Ten aanzien van [gedaagde sub 1] overweegt de rechtbank het volgende. [gedaagde sub 1] 4.3. Ter zake van deze benadeling zal naast de aansprakelijkheid van de rechtspersoon, afhankelijk van de omstandigheden van het concrete geval, grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.