vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel Zittingsplaats Den Haag zaaknummer / rolnummer: C/09/496284 / HA ZA 15-1058 Vonnis van 20 juli 2016 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TATA STEEL IJMUIDEN B.V., gevestigd te Velsen-Noord, eiseres, advocaat mr. D. Knottenbelt te Rotterdam, tegen de rechtspersoon naar vreemd recht ARCELORMITTAL FRANCE, gevestigd te Saint-Denis, Frankrijk, gedaagde, advocaat mr. L.Ph.J. baron van Utenhove te Den Haag. Partijen zullen hierna Tata Steel en Arcelormittal genoemd worden. De zaak is voor Tata Steel inhoudelijk behandeld door mr. R. Hermans en mr. H.J. Pot en voor Arcelormittal door mr. B.J. Berghuis van Woortman en mr. D.B. van Dam, allen advocaat te Amsterdam. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de beschikking van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 22 juli 2015, waarbij is toegestaan Arcelormittal te dagvaarden in een procedure volgens het versneld regime in octrooizaken; de dagvaarding van 31 juli 2015; de akte houdende overlegging producties van Tata Steel van 16 september 2015 met producties 1 tot en met 6; de conclusie van antwoord van Arcelormittal van 25 november 2015 met producties 1 tot en met 6; de akte houdende overlegging aanvullende producties van Tata Steel, ingekomen op 2 maart 2016, met producties 7 tot en met 10; de akte houdende overlegging nadere producties van Arcelormittal, ingekomen op 2 maart 2016, met producties 7 en 8; de akte houdende overlegging reactieve nadere productie van Arcelormittal, ingekomen op 1 april 2016, met productie 9; de brief van mr. Hermans van 5 april 2016, waarin hij namens Tata Steel bezwaar maakt tegen overlegging van productie 9 door Arcelormittal; de brief van mr. Van Dam van 6 april 2016 namens Arcelormittal, met een reactie op het bezwaar; het proceskostenoverzicht van Tata Steel, ingekomen op 15 april 2016; het proceskostenoverzicht van Arcelormittal, ingekomen op 15 april 2016; het aanvullende proceskostenoverzicht van Tata Steel, ingekomen op 28 april 2016; het aanvullende proceskostenoverzicht van Arcelormittal, ingekomen op 28 april 2016; de pleidooien op 29 april 2016 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde pleitnotities van beide partijen. 1.2. Ten slotte is vonnis nader bepaald op heden. 2De feiten 2.1. Tata Steel is een onderdeel van Tata Steel Europe Ltd, één van de grootste staalproducenten van Europa. Tata Steel Europe Ltd. is op haar beurt onderdeel van Tata Steel Ltd. een wereldwijd opererende staalproducent. 2.2. Arcelormittal is eveneens een wereldwijd opererende staalproducent. 2.3. Arcelormittal is houder van het Europese octrooi EP 0 971 044 B1 (hierna: ‘EP 044’ of ‘het octrooi’),voor een “Tole d’acier laminée à chaud et à froid revêtue et présentant une très haute résistance après traitement thermique” (beklede warm- en koudgewalste staalplaat die een zeer hoge sterkte heeft na thermische behandeling). EP 044 is verleend op 14 mei 2003 op basis van een aanvraag van 7 juli 1999, met inroeping van prioriteit vanaf 9 juli 1998. Het octrooi is van kracht in Nederland (hierna ook: “EP (NL) 044”) en in andere bij het Europees Octrooiverdrag aangesloten staten. 2.4. De oorspronkelijke Franse tekst van de conclusies luidt als volgt: 2.5. In de onbestreden Nederlandse vertaling van het octrooi luiden de conclusies als volgt: 2.6. In de beschrijving van het octrooi is onder meer het volgende opgenomen: 2.7. In de Nederlandse vertaling van het octrooi luiden deze onderdelen van de beschrijving als volgt: Paragrafen [0004] tot en met [0006]: paragraaf [0025] en [0026]: paragraaf [0028]: 2.8. De Nederlandse norm NEN-EN 10083-3, uitgegeven in augustus 2006, die betrekking heeft op gelegeerd staal, bevat de volgende tabellen: 2.9. Op 14 juli 2015 heeft Tata Steel Arcelormittal aangeschreven, met de mededeling dat zij voornemens is een staalproduct op de Europese markt te brengen en van mening is dat: “a steel product would not be within the scope of protection of EP 044 at least if it has the following characteristic: The steel product contains less than 0.00045% boron.” Verder verzoekt zij Arcelormittal om haar binnen twee weken te bevestigen dat: “a product having the above characteristic is indeed not within the scope of protection of EP 044 and that you will therefore refrain from invoking EP 044 against such a product.” Arcelormittal heeft niet aan dat verzoek voldaan. 3Het geschil 3.1. Tata Steel vordert samengevat - dat de rechtbank, voor zover mogelijk bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, voor recht verklaart: a. dat een staalproduct dat minder dan 0,00045% boor bevat niet onder de beschermingsomvang van EP (NL) 044 valt; b. dat een staalproduct dat minder dan 0,00045% boor bevat niet onder de beschermingsomvang van de overige nationale delen van EP 044 valt; c. dat geen inbreuk gemaakt wordt op EP (NL) 044 met het in Nederland vervaardigen, gebruiken, in het verkeer brengen of verder verkopen, verhuren, afleveren of anderszins verhandelen, dan wel met het voor een of ander aanbieden, invoeren of in voorraad hebben van een staalproduct dat minder dan 0,00045% boor bevat; d. dat niet onrechtmatig gehandeld wordt met het in Nederland vervaardigen, gebruiken, in het verkeer brengen of verder verkopen, verhuren, afleveren of anderszins verhandelen, dan wel met het voor een of ander aanbieden, invoeren of in voorraad hebben van een staalproduct dat minder dan 0,00045% boor bevat, ook niet voor zover men weet of behoort te weten dat dit product bestemd is om in andere landen waar EP 044 van kracht is op de markt gebracht te worden, om aldaar verder te worden verhandeld, of om aldaar gebruikt te worden; met veroordeling van Arcelormittal in de redelijke en evenredige kosten van deze procedure te begroten ex art. 1019h Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv). 3.2. Tata Steel legt aan haar vorderingen (in hoofdlijnen) het volgende ten grondslag. 3.2.1. Eén van de kenmerken van de zelfstandige conclusie 1 van het octrooi is de hoeveelheid boor die als gewichtspercentage aan de staallegering wordt toegevoegd. Volgens deze conclusie gaat het om een gewichtspercentage tussen de 0,0005% en 0,08%, ook wel aangeduid als 5 ppm tot 80 ppm. De vakman die het octrooi leest, weet dat metingen altijd een zekere onnauwkeurigheid kennen. Hij zal aannemen dat de in het octrooi gegeven grenswaarden niet wiskundig exact zijn weergegeven. Hij is volgens Tata Steel bekend met het concept van significante cijfers en zal op basis van dat concept de ondergrens van het bereik niet lezen als precies 5 ppm, maar zo dat, indien nauwkeuriger wordt gemeten, met gebruikmaking van de gebruikelijke afrondingsregels, een waarde tussen 4,5 ppm en 5,4 ppm daaraan gelijk dient te worden gesteld. De vakman zal het octrooi daarom zo lezen dat, indien nauwkeuriger wordt gemeten, een gemeten waarde van 4,5 ppm nog binnen het in het octrooi gespecificeerde bereik voor boor kan vallen, maar iedere waarde daaronder niet. Daarom dient het octrooi volgens Tata Steel zo te worden uitgelegd, dat iedere waarde onder de 4,5 ppm boor buiten de beschermingsomvang van conclusie 1 en de volgconclusies van het octrooi valt. Hetzelfde geldt voor de buitenlandse delen van EP 044, die op dezelfde wijze uitgelegd moeten worden. Uit die beschermingsomvang volgt daarnaast dat Tata Steel geen inbreuk zou maken op EP 044 als zij een staalproduct zou maken dat minder dan 4,5 ppm boor zou bevatten en niet onrechtmatig zou handelen als zij in Nederland een zodanig product zou produceren en/of verhandelen, terwijl zij weet of behoort te weten dat dat product bestemd is om in andere landen waar EP 044 van kracht is op de markt te worden gebracht. 3.2.2. Omdat Arcelormittal niet wil bevestigen dat Tata Steel met die handelingen geen inbreuk op EP 044 zou maken, heeft Tata Steel belang bij de door haar gevorderde verklaringen voor recht, voordat zij aanzienlijke investeringen in de productie van een zodanig product gaat doen. 3.2.3. Deze rechtbank is bevoegd van de vorderingen kennis te nemen op grond van artikel 7 lid 2 van Verordening (EU) 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (hierna: EEX II-Vo), omdat ook negatieve verklaringen voor recht onder het bereik van die bepaling vallen. 3.3. Arcelormittal voert (in hoofdlijnen) het volgende verweer. 3.3.1. Zij bestrijdt in de eerste plaats dat de rechtbank internationaal bevoegd is van alle vorderingen kennis te nemen, omdat artikel 24 lid 4 EEX II-Vo daaraan in de weg staat. Voor zover dat anders zou zijn, biedt artikel 7 lid 2 EEX II-Vo geen grondslag omdat er geen sprake is van een inbreuk of een dreigende inbreuk, laat staan dat duidelijk is om welke (dreigende) inbreuk het concreet zou gaan. Ook biedt artikel 7 lid 2 EEX II-Vo geen grond voor de gevorderde grensoverschrijdende verklaringen voor recht (onderdelen b. en d. van de vordering). 3.3.2. Ten tweede bestrijdt Arcelormittal dat Tata Steel belang heeft bij de door haar gevorderde verklaringen voor recht in de zin van artikel 3:303 Burgerlijk Wetboek (BW). Tata Steel vordert volgens Arcelormittal een verklaring voor recht voor hypothetische situaties. Van een concrete voorgenomen handeling is geen sprake. Tata Steel is daarom niet-ontvankelijk in haar vorderingen. 3.3.3. Ten derde bestrijdt Arcelormittal dat een staalproduct dat minder dan 4,5 ppm boor bevat in geen enkel geval onder de beschermingsomvang van EP 044 kan vallen. Zij betoogt dat de vakman die het octrooi op de prioriteitsdatum leest, begrijpt dat de toe te voegen hoeveelheid boor niet essentieel is voor de uitvinding. De kern van de uitvinding is namelijk gelegen in het aanbrengen van de bekleding vóórdat de thermische behandeling plaatsvindt voor het verkrijgen van de gewenste sterkte van het staal. Ook weet die vakman dat boor vervangen kan worden door andere stoffen zoals mangaan of chroom. Voorts weet de vakman dat de werkzaamheid van het boor afhankelijk is van de toegevoegde hoeveelheid aluminium en titanium. Die elementen binden zuurstof en stikstof, zodat de toegevoegde boor dat niet doet en als ‘vrij boor’ kan bijdragen aan de hardheid van het staal. Daarom begrijpt de vakman die het octrooi leest dat de hoeveelheid boor lager kan zijn dan 5 ppm en ook lager dan 4,5 ppm, als er relatief meer aluminium en/of titanium wordt toegevoegd. De vakman weet daardoor dat 5 ppm geen absolute ondergrens is. De vakman weet bovendien dat de ondergrens voor boor een zekere onnauwkeurigheid heeft. Hij zou rekening houden met een afwijking van 3 ppm bij de ondergrens van de hoeveelheid boor in conclusie 1 en die waarde daarom opvatten als een waarde tussen de 8 ppm en 2 ppm. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling Bezwaar tegen productie 9 4.1. Op het door Tata Steel opgeworpen bezwaar tegen overlegging van productie 9 van Arcelormittal, wordt als volgt beslist. Tata Steel meent dat de door Arcelormittal overgelegde productie 9, een verklaring van haar medewerker [medewerker] , geen reactie is op de door Tata Steel overgelegde nadere producties en dat deze verklaring derhalve al eerder in de procedure had kunnen worden overgelegd. Tata Steel meent dat deze gang van zaken in strijd is met de eisen van een goede procesorde en met het recht op hoor en wederhoor. 4.2. De rechtbank wijst het bezwaar van de hand, omdat de deskundige in de verklaring die als productie 9 is overgelegd, ingaat op de geschilpunten waarop de aanvullende producties van Tata Steel (producties 7 en 8) betrekking hebben. De deskundige bespreekt daarbij ook dat zijn visie wordt bevestigd door productie 8 van Tata Steel. Productie 9 van Arcelormittal kan daarom als een reactieve nadere productie in de zin van het versneld regime in octrooizaken worden aangemerkt, zodat zij overeenkomstig het in deze zaak bepaalde tijdschema en dus tijdig is ingediend. Productie 9 maakt dan ook onderdeel uit van het procesdossier. Bevoegdheid 4.3. De onderhavige procedure betreft negatieve verklaringen voor recht die zijn gericht op vaststelling van de beschermingsomvang van het Nederlandse deel en de buitenlandse delen van EP 044, vaststelling van geen inbreuk door Tata Steel in Nederland en vaststelling van afwezigheid van onrechtmatig handelen door Tata Steel in Nederland door mee te werken aan een octrooi-inbreuk in een ander land. 4.4. De rechtbank stelt voorop dat artikel 7 lid 2 EEX II-Vo ook van toepassing is op een verklaring voor recht die ertoe strekt het bestaan van aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad te ontkennen. Ook bij een negatieve verklaring voor recht is er derhalve een grondslag voor bevoegdheid als het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of kan voordoen in Nederland. De rechtbank zal derhalve nagaan of daarvan sprake is. 4.5. Daarbij gaat de rechtbank voorbij aan het beroep van Arcelormittal op de exclusieve bevoegdheidsregeling van artikel 24 lid 4 EEX II-Vo voor geschillen over geldigheid van een octrooi. Anders dan Arcelormittal betoogt, hebben de gevorderde verklaringen voor recht geen betrekking op de geldigheid van EP 044. Tata Steel stelt de geldigheid van EP 044 ook niet ter discussie ter onderbouwing van haar stellingen. Dat aan de gevraagde uitleg van de beschermingsomvang van EP 044 argumenten ontleend kunnen worden die gebruikt kunnen worden in een nietigheidsprocedure, is onvoldoende om de vorderingen onder de werkingssfeer van artikel 24 lid 4 EEX II-Vo te brengen. 4.6. Ook het feit dat er geen concrete dreiging van inbreukmakende of anderszins onrechtmatige handelingen door Tata Steel lijkt te zijn, staat niet in de weg aan toepassing van artikel 7 lid 2 EEX II-Vo. Een negatieve verklaring voor recht ten aanzien van toekomstig onrechtmatig handelen impliceert, dat de eiser de beslissing tot uitvoering van dat handelen afhankelijk maakt van verkrijging van die verklaring. Bij het instellen van zo’n vordering zal van een concrete dreiging van inbreuk daarom meestal geen sprake zijn. Uit het hiervoor al aangehaalde Folien Fisher arrest van het Europese Hof van Justitie volgt dat artikel 7 lid 2 EEX II-Vo ook bij een negatieve verklaring voor recht die ziet op een toekomstige onrechtmatige daad bevoegdheid schept, zodat een concrete dreiging van inbreuk geen vereiste is voor bevoegdheid op die grondslag. 4.7. Het betoog van Arcelormittal dat de rechtbank geen bevoegdheid aan artikel 7 lid 2 EEX II-Vo kan ontlenen, omdat er geen concreet product in de vordering is omschreven, slaagt evenmin. De vordering is voldoende concreet voor de rechtbank om haar bevoegdheid te kunnen beoordelen. Voor het overige kan dit verweer slechts in de weg staan aan de ontvankelijkheid van Tata Steel of de toewijzing van de vordering en zal het bij de beoordeling daarvan nader worden besproken. 4.8. Tata Steel heeft gesteld dat zij het voornemen heeft een product dat beantwoordt aan de kenmerken in de gevraagde verklaringen voor recht in heel Europa te gaan verhandelen. Gelet op de aard van het product (een staalproduct voor de auto-industrie) en de vestigingsplaats van Tata Steel ligt het daarbij voor de hand dat zich in dat geval ook in Nederland (vermeend) schadebrengende feiten zullen voordoen. 4.9. Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank zich bevoegd kennis te nemen van de in 3.1 onder a, c en d gevorderde verklaringen voor recht. Immers, die verklaringen hebben allemaal betrekking op (vermeend) schadebrengende feiten in Nederland. Artikel 7 lid 2 EEX II-Vo schept voor die verklaringen voor recht derhalve een bevoegdheidsgrondslag. Voor wat betreft het gevorderde onder d. doet daarbij niet ter zake dat de (vermeende) onrechtmatige daad in Nederland bestaat uit het faciliteren van inbreuk in andere landen. De verklaring voor recht onder d. ziet op (de afwezigheid van) een onrechtmatige daad in Nederland. 4.10. Voor de in 3.1 onder b. gevorderde verklaring voor recht ligt dat anders. Die verklaring voor recht heeft betrekking op onrechtmatige daden in andere landen, namelijk inbreuk op de buitenlandse delen van EP 044. Dat Nederland daarbij aangemerkt kan worden als ‘de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of kan voordoen’ is niet in te zien. In dit opzicht is de onder b. gevorderde verklaring voor recht geen sequeel van de onder a. en d. gevorderde verklaringen voor recht. 4.11. De slotsom is derhalve dat de rechtbank bevoegd is kennis te nemen van alle vorderingen, met uitzondering van de in 3.1 onder b. gevorderde verklaring voor recht. Ontvankelijkheid Tata Steel 4.12. Ten aanzien van het verweer van Arcelormittal dat Tata Steel geen belang heeft, overweegt de rechtbank als volgt. Het feit dat een verklaring voor recht, ook een negatieve verklaring voor recht, een toekomstige situatie betreft, betekent op zich niet dat een eiser daarbij geen belang heeft. Vereist is wel dat een concreet belang bestaat, in die zin dat er een reële dreiging is dat de handelingen van Tata Steel waarop de verklaringen voor recht betrekking hebben en de handhaving van het octrooi daartegen door Arcelormittal, uitgevoerd zullen worden. 4.13. Ter zitting heeft Tata Steel toegelicht dat zij nu al voorbereidingen treft om de markt te betreden met een staalproduct voor de auto-industrie dat minder dan 4,5 ppm boor bevat, maar overigens aan alle kenmerken van het octrooi voldoet. Zij heeft daarbij verklaard dat zij reeds testproducten heeft vervaardigd. Voorts heeft Tata Steel betoogd dat zij, vanwege de grote investeringen die gemoeid zijn met het in productie nemen van een dergelijk staalproduct, belang heeft bij duidelijkheid in een vroeg stadium over de vraag of zij daarmee inbreuk zou maken op het octrooi. Daarmee heeft zij voldoende gemotiveerd wat haar concrete belang is bij de gevraagde verklaringen voor recht. Dat Arcelormittal Tata Steel nog niet aansprakelijk heeft gesteld voor octrooi-inbreuk, doet niet af aan dat belang. Partijen zijn elkaars directe concurrent op een markt met grote commerciële belangen, zodat er een reële dreiging is dat Arcelormittal het octrooi jegens Tata Steel zal handhaven en/of Tata Steel aansprakelijk zal stellen voor octrooi-inbreuk, indien Tata Steel met haar staalproduct de markt zou betreden. 4.14. Tata Steel heeft in deze procedure niet duidelijk gemaakt wat het exacte boorgehalte wordt van het staalproduct dat zij wil gaan produceren, noch wat de gewichtspercentages van de overige elementen in de legering zullen zijn. De rechtbank is van oordeel dat de onder a),
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.