RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 15/19918 V-nummer: [nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 7 juli 2016 in de zaak tussen [naam], eiser, gemachtigde: mr. F.A. van den Berg, en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder, gemachtigde: mr. L. Verheijen. Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 20 oktober 2015 (het bestreden besluit). De behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 25 mei 2016. Eiser is ter zitting verschenen bij zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig [naam referente] (hierna: referente) en A. Idris, tolk in de Tigrinya taal. Ter zitting is het onderzoek gesloten. Overwegingen 1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Eritrese nationaliteit. Referente, die eveneens de Eritrese nationaliteit heeft, is bij besluit van 10 september 2014 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 28 oktober 2014 heeft referente ten behoeve van eiser een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd in het kader van nareis asiel. Referente heeft gesteld dat eiser haar verloofde is. Op 10 juni 2015 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. 2. Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiser tegen het besluit van 10 juni 2015 ongegrond verklaard. Verweerder heeft overwogen dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden die gelden voor nareis. Daartoe voert verweerder aan dat de gestelde verloving niet aannemelijk is en dat niet is aangetoond dat eiser een feitelijke gezinsband heeft met referente. 3. Eiser heeft aangevoerd dat de verloving ten onrechte niet aannemelijk wordt geacht en dat er wel sprake is van een duurzame en exclusieve relatie. Eiser en referente kennen elkaar van kinds af aan, zij woonden in hetzelfde dorp en zijn aan elkaar uitgehuwelijkt. Zij gingen samen naar de kerk, naar feesten en familie. Na de vlucht van eiser in 2011 naar Israël hebben zij telefonisch contact met elkaar onderhouden, ook na de vlucht van referente in 2013. Zij hebben wekelijks contact met elkaar via telefoon en internet. Verder stelt eiser zich op het standpunt dat verweerder hem en referente ten onrechte niet heeft gehoord in bezwaar. De rechtbank overweegt als volgt. 4. In geschil is de gestelde verloving en of tussen eiser en referente reeds in het land van herkomst sprake was van een feitelijke gezinsband. 5. Op grond van artikel 29, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), voor zover van belang, kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 worden verleend aan de hierna te noemen gezinsleden, indien deze op het tijdstip van binnenkomst van de in het eerste lid bedoelde vreemdeling behoorden tot diens gezin en gelijktijdig met de vreemdeling Nederland zijn ingereisd dan wel zijn nagereisd binnen drie maanden nadat aan die vreemdeling de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28, is verleend: a. (…); b. de vreemdeling die als partner of meerderjarig kind van de in het eerste lid bedoelde vreemdeling zodanig afhankelijk is van die vreemdeling, dat hij om die reden behoort tot diens gezin; c. (…). 6. Uit paragraaf C2/4 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc), voor zover van belang, blijkt dat de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, tweede lid, van de Vw 2000 verleent, als is aangetoond dat de echtgeno(ot)t(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.