beslissing WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG Meervoudige wrakingskamer Wrakingnummer 2016/36 zaak-/rekestnummer: C/09/514485 KG RK 16/1242 parketnummer: 09/837070-15 datum beschikking: 25 juli 2016 BESLISSING op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 513 van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak van: [verzoeker], wonende te [plaats], verzoeker, raadsman: mr. G.L.A.M. van Doveren; strekkende tot wraking van: mr. E.C.M. Bouman, voorzitter van de meervoudige strafkamer in de rechtbank Den Haag. Belanghebbende is de officier van justitie, mr. J. Barensen. 1De voorgeschiedenis en het procesverloop Op 7 juli 2016 heeft een zitting van een tegen verzoeker gerichte strafzaak bij de meervoudige strafkamer in de rechtbank Den Haag plaatsgevonden. Van deze zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat zich in het wrakingsdossier bevindt. Tijdens deze zitting heeft mr. Bouman een beslissing medegedeeld, inhoudend dat op grond van artikel 269 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering aan de curator die is aangesteld in het faillissement van verzoeker bijzondere toegang zal worden verleend bij de behandeling van de strafzaak tegen verzoeker met gesloten deuren. Zij heeft die beslissing volgens het proces-verbaal gemotiveerd door te wijzen op het uitgangspunt van openbaarheid van een strafzitting en de redenen die hebben geleid tot de beslissing de inhoudelijke behandeling (deels) met gesloten deuren te laten plaatsvinden, alsmede op de bijzondere positie van de curator, zijn geheimhoudingsplicht in die hoedanigheid en de toelichting van de curator met betrekking tot de wijze waarop hij vanuit zijn wettelijke taak als curator zal omgaan met vertrouwelijke informatie en met betrekking tot de wijze waarop het faillissementsverslag zal worden opgemaakt. De zitting is vervolgens tijdelijk onderbroken, waarna de raadsman van verzoeker heeft meegedeeld dat hij in deze beslissing aanleiding ziet om mr. Bouman te wraken. Van dit wrakingsverzoek is eveneens een proces-verbaal opgemaakt. Per brief van 12 juli 2016 heeft mr. Bouman op het wrakingsverzoek gereageerd. 2De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek Op 18 juli 2016 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoeker, bijgestaan door zijn raadsman mr. Van Doveren, is verschenen. Tevens is verschenen mr. J. Barensen, officier van justitie. Mr. Bouman is met bericht van verhindering bij brief van 12 juli 2016 niet ter zitting van de wrakingskamer verschenen. Het wrakingsverzoek is door de raadsman toegelicht. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt. 3Het standpunt van verzoeker Aan het wrakingsverzoek is - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd. Verzoeker stelt zich op het standpunt dat de schijn van vooringenomenheid ten aanzien van de positie van de voorzitter is gewekt, omdat verzoeker geen ‘fair trial’ zal krijgen op het moment dat de curator bijzondere toegang zal worden verleend tot het bijwonen van de behandeling van de strafzaak tegen verzoeker met gesloten deuren. Door de bijzondere toegang van de curator is het verschoningsrecht volledig illusoir geworden. Een curator heeft immers de verplichting om alles wat hij van belang vindt voor het faillissement op te nemen in een openbaar faillissementsverslag. De curator moet volledig zelfstandig beoordelen wat van belang is voor het faillissement. Dat betekent dat bepaalde stukken in het dossier, zoals correspondentie tussen verzoeker in zijn voormalige hoedanigheid als advocaat en zijn toenmalige cliënten, ten aanzien waarvan verzoeker een geheimhoudingsplicht heeft en die ontlastend bewijs opleveren voor het verwijt dat verzoeker wordt gemaakt, niet door de raadsman kunnen worden gepresenteerd. De raadsman van verzoeker stelt dat hij dan geen verdediging kan voeren en gedwongen wordt de verdediging neer te leggen ten aanzien van de tenlastegelegde feiten 1, 3, 4 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.