Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: AWB 17/5005 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 september 2017 in de zaak tussen [eiser], eiser, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: mr. A.W.J. van der Meer), en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: mr. I. Boon). Procesverloop Bij besluit van 24 mei 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek om hem krachtens artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) uitstel van vertrek te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij besluit van 5 juli 2016 heeft verweerder het hiertegen door eiser ingediende bezwaar van 25 mei 2016 ongegrond verklaard. Bij uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 24 januari 2017 is het tegen bovengenoemd besluit ingestelde beroep gegrond verklaard. Verweerder is daarbij opgedragen om opnieuw op de aanvraag te beslissen. Bij besluit van 2 maart 2017 (het bestreden besluit) is het bezwaar van eiser van 25 mei 2016 wederom ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft op 14 juni 2017 een verweerschrift ingediend. Eiser heeft bij brief van 21 juli 2017 gereageerd op het ingediende verweerschrift. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. M.S. Polet, kantoorgenoot van gemachtigde mr. A.W.J. van der Meer. Tevens is ter zitting verschenen A.M. Kurdyan, als tolk. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1975 en heeft de Armeense nationaliteit. Bij besluit van 14 oktober 2015 is aan eiser uitstel van vertrek verleend voor de duur van zijn opname in een psychiatrische kliniek. Nadat de klinische opname van eiser was afgerond, maar de behandeling nog niet was afgesloten heeft eiser op 20 april 2016 een aanvraag tot het verlenen/verlengen van uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw ingediend. 2. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen en de beslissing op bezwaar van 2 maart 2017 gehandhaafd. Volgens verweerder heeft eiser, kort samengevat, niet (tijdig) de benodigde en bij brief van 10 februari 2017 gevraagde medische informatie aangeleverd. Met name ontbrak het medische rapport van [persoon A] met antwoorden op de vragen van het Bureau Medische Advisering (BMA). Hierdoor kon geen medisch advies worden gevraagd bij het BMA. Daarnaast ontbrak de geboortedatum van eiser op het formulier 'Bijlage Toestemmingsverklaring medische gegevens' van [persoon A]. 3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert, kort samengevat, aan dat het besluit van verweerder getuigt van extreem formalisme. Eiser heeft bij brief van 24 februari 2017, binnen de in de brief van 10 februari 2017 gestelde twee weken, de gevraagde documenten 'Bijlage Toestemmingsverklaring medische gegevens' van [persoon A] en het formulier 'Bijlage Bewijs omtrent medische situatie vreemdeling' overgelegd. In die begeleidende brief is ook aangegeven dat het medische rapport later nog zou volgen. Gelet hierop had verweerder aan eiser nader uitstel moeten geven om het medische rapport na te zenden. Daarnaast is het ontbreken van de geboortedatum een kleine omissie en had verweerder daar gemakkelijk achter kunnen komen, nu dit in de begeleidende brief van 24 februari 2017 stond. Bovendien heeft verweerder ten onrechte geen gehoor gegeven aan de hoorplicht in de bezwaarfase. 4. In beroep stelt verweerder zich op het standpunt dat hij eiser in de brief van 10 februari 2017 erop heeft gewezen dat verder uitstel van de hersteltermijn van twee weken niet zou worden verleend. Gelet hierop had het op de weg van eiser gelegen om verweerder expliciet te verzoeken om een nadere termijn en daarbij concreet aan te geven wanneer de nog ontbrekende stukken zouden worden overgelegd. De ontbrekende stukken zijn eerst bij de beroepsgronden op 28 maart 2017 overgelegd. Verweerder merkt op dat het medische rapport van [persoon A] echter al op 22 februari 2017 was opgesteld. Verweerder ziet niet in waarom eiser deze stukken niet direct heeft nagestuurd. Van excessief formalisme is geen sprake. Eiser heeft de benodigde gegevens immers niet tijdig ingediend, waardoor het bezwaarschrift terecht kennelijk ongegrond is verklaard en er dientengevolge ook afgezien kon worden van het horen. 5. De rechtbank overweegt het volgende. 5.1 Op grond van hoofdstuk A3/7.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 dient de vreemdeling die een aanvraag voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw indient de volgende bewijsmiddelen over te leggen: 1. een ingevulde en ondertekende toestemmingsverklaring, niet ouder dan zes maanden, met vermelding van behandelaar(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.