← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2017:1213

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummers: AWB 17/1363 en AWB 17/1366 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 februari 2017 in de zaken tussen [eiser], eiser, [eiseres], eiseres, gezamenlijk te noemen: eisers, gemachtigde mr. H. van der Wal, en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder, gemachtigde mr. A. Hadfy-Kovacs. Procesverloop Bij twee afzonderlijke besluiten van 13 januari 2017 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. De beroepen zijn - tezamen met de ingediende verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (AWB 17/1364 en AWB 17/1367) - op zitting behandeld op 2 februari

  1. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is het onderzoek gesloten. Overwegingen
  2. Eiser, geboren op [geboortedatum] en eiseres, geboren op [geboortedatum], hebben mede namens hun op [geboortedatum] geboren kind, [kind], een aanvraag ingediend om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Allen zijn van Georgische nationaliteit.
  3. Uit Eurodac is gebleken dat eisers op 27 maart 2013 asielaanvragen in Polen hebben ingediend. Ook hebben eisers op 11 april 2013, 2 mei 2014 en 23/24 november 2015 asielaanvragen ingediend in respectievelijk Duitsland, Tsjechië en Oostenrijk.
  4. Het verzoek van verweerder van 1 december 2016 aan Polen om eisers terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van Verordening 604/2013 (Dublinverordening), is op 13 december 2016 op grond van artikel 18, eerste lid aanhef en onder c, van de Dublinverordening geaccepteerd.
  5. Bij de bestreden besluiten zijn de door eisers ingediende asielaanvragen niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
  6. Eisers hebben in beroep aangevoerd dat verweerder in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld door de afwijzing van het verzoek om uitstel voor het indienen van de zienswijze vanwege het opvragen van medische stukken, niet aan eisers kenbaar te maken. Er is in strijd met het geldende beleid direct op de aanvraag beslist. Voorts is de gezondheid van eiser in gevaar bij terugkeer naar Polen. Eiser heeft hepatitis C en zal in de Polen niet de voor hem noodzakelijke medische behandeling kunnen krijgen. De rechtbank oordeelt als volgt.
  7. Ingevolge artikel 3.115, eerste lid, aanhef en onder b, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb), voor zover thans van belang, kan de termijn voor het onderzoek naar de aanvraag tot verlening van een asielvergunning worden verlengd na een met redenen omkleed verzoek om verlenging. Op grond van artikel 3.115, vierde lid van het Vb brengt de vreemdeling zijn zienswijze uiterlijk op de dag na de uitreiking of toezending van het voornemen naar voren, tenzij een met redenen omkleed verzoek om verlenging van deze termijn wordt ingewilligd. Ingevolge hoofdstuk C1/2.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000, voor zover thans van belang, krijgt de vreemdeling mondeling bericht van de Immigratie en naturalisatiedienst indien wordt besloten het verzoek om uitstel niet te honoreren.
  8. De eerste beroepsgrond houdt in de kern in dat verweerder in strijd met het geldende beleid en het zorgvuldigheidsbeginsel heeft gehandeld door de afwijzing van het verzoek om uitstel voor het indienen van de zienswijze niet aan eisers mee te delen en direct op de aanvraag te beslissen. De rechtbank overweegt dat verweerder niet overeenkomstig het toepasselijke (onder 6 vermelde) beleid heeft gehandeld door te beslissen zonder op het verzoek om uitstel voor het indienen van de zienswijze te reageren. Ook brengen de eisen van zorgvuldigheid met zich mee dat verweerder (al dan niet mondeling) op een dergelijk verzoek dient te reageren alvorens te beslissen. De zienswijze vormt immers een essentieel onderdeel van de procedure die voorafgaat aan de totstandkoming van het besluit op de aanvraag. Derhalve is sprake van een gebrek. De rechtbank ziet echter aanleiding dit gebrek te passeren op grond van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht, nu niet aannemelijk is dat eisers hierdoor in hun belangen zijn geschaad. Het uitstel is gevraagd voor het opvragen van medische stukken. In beroep en ter zitting is niet gebleken dat nieuwe (relevante) gegevens zijn opgevraagd en zullen worden overgelegd.
  9. Ten aanzien van de beroepsgrond dat de gezondheidssituatie van eiser aan overdracht in de weg staat, overweegt de rechtbank als volgt. Niet in geschil is dat eiser (al geruime tijd) medische problemen heeft en onder meer behandeld wordt wegens hepatitis C. Uitgangspunt is dat ten aanzien van Polen van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan en dat Polen wordt geacht nagenoeg dezelfde medische voorzieningen te hebben als Nederland. Gesteld noch gebleken is dat Nederland het meest aangewezen land is om eiser te behandelen. Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat voormeld uitgangspunt in dit geval niet geldt. Deze grond faalt dan ook.
  10. De beroepen zijn ongegrond.
  11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 februari
  12. Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.