Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/539862 / KG ZA 17-1262 Vonnis in kort geding van 3 november 2017 in de zaak van [eiser] , thans verblijvende in Penitentiaire Inrichting [plaats] , eiser, advocaat mr. F. Bogaerts te Amsterdam, tegen: DE STAAT DER NEDERLANDEN, (ministerie van Veiligheid en Justitie), zetelend te Den Haag, gedaagde, advocaat mr. F.B. Lekkerkerker te Den Haag. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ' [eiser] ' en 'de Staat'. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding, met producties; - de brieven van de Staat van 12 en 19 oktober 2017, met producties; - de op 27 oktober 2017 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd. 1.2. Ter zitting is vonnis bepaald op heden. 2De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. Bij onherroepelijk vonnis van de politierechter van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 28 mei 2015 is [eiser] veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uur, subsidiair 20 dagen hechtenis, wegens valsheid in geschrift en diefstal. Daarnaast is aan [eiser] een schadevergoedingsmaatregel opgelegd van € 66.605,01, bij niet-betaling te vervangen door 340 dagen hechtenis. 2.2. De tenuitvoerlegging van de schadevergoedingsmaatregel is overgedragen aan het Centraal Justitieel Incassobureau ('CJIB'). 2.3. [eiser] heeft tot op heden niet voldaan aan de schadevergoedingsmaatregel. In dat verband staat thans - inclusief wettelijke verhogingen - een bedrag van € 92.522,81 open. 2.4. Het CJIB heeft [eiser] verschillende keren aangeschreven en aangemaand om tot betaling over te gaan. 2.5. Op 8 mei 2017 heeft [eiser] verzocht om een betalingsregeling van € 50,-- per maand. Het CJIB heeft dat verzoek op 22 mei 2017 afgewezen, omdat het volledige bedrag binnen 36 maanden moet zijn voldaan, wat niet realiseerbaar is voor [eiser] . 2.6. Op 10 augustus 2017 is jegens [eiser] een arrestatiebevel uitgevaardigd met het oog op de tenuitvoerlegging van de aan de schadevergoedingsmaatregel verbonden vervangende hechtenis. 2.7. Op 11 augustus 2017 heeft de financieel begeleider van [eiser] aan het CJIB gevraagd om een oplossing voor de situatie ten aanzien van [eiser] . Hierop heeft het CJIB - op 17 augustus 2017 - aangegeven dat geen betalingsregeling meer kan worden getroffen omdat inmiddels een arrestatiebevel is uitgevaardigd. Daaraan voegt het CJIB nog toe dat [eiser] - voor zover een betalingsregeling zou worden toegestaan die loopt tot aan het einde van de van toepassing zijnde executieverjaringstermijn - een bedrag van € 551,-- per maand zou moeten worden voldaan, wat voor [eiser] niet haalbaar is. 2.8. [eiser] is vanaf 17 augustus 2017 gedetineerd in verband met de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert de Staat - op straffe van verbeurte van een dwangsom - te veroordelen hem in vrijheid te stellen en de executie van de vervangende hechtenis te staken en gestaakt te houden, onder de voorwaarde dat hij voldoet aan een betalingsregeling van € 160,-- per maand gedurende 36 maanden, waarna hij een nieuw betalingsvoorstel zal doen. 3.2. Daartoe voert [eiser] - samengevat - het volgende aan. Ten tijde van het plegen van de delicten ter zake waarvan het onder 2.1 vermelde strafvonnis is gewezen, was ten aanzien van [eiser] sprake van een drank- en gokverslaving. Nadien is hij dakloos geraakt en failliet verklaard, welk faillissement inmiddels is opgeheven wegens gebrek aan baten. [eiser] heeft hulp gezocht voor de begeleiding voor het oplossen van zijn problemen en heeft die ook gevonden bij verschillende instanties. Op dit moment heeft [eiser] zijn leven weer op de rit. De tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis heeft daarop echter een ontwrichtend effect. De Staat handelt onrechtmatig door over te gaan tot de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis en had [eiser] een betalingsregeling moeten toestaan, waarbij - rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van [eiser] - maatwerk had moeten worden geleverd. Het CJIB heeft dit nagelaten. [eiser] is op dit moment bereid en in staat om maximaal € 160,-- per maand te voldoen. Hem moet dan ook een regeling worden aangeboden waarbij hij dat bedrag gedurende 36 maanden betaalt. Daarna zal moeten worden bekeken of een ander/hoger bedrag mogelijk is. 3.3. De Staat voert gemotiveerd verweer, dat - voor zover nodig - hierna zal worden besproken. 4De beoordeling van het geschil 4.1. [eiser] grondt zijn vordering op onrechtmatig handelen van de Staat (lees: het CJIB). Daarmee is in zoverre de bevoegdheid van de burgerlijke rechter - in dit spoedeisende geval de voorzieningenrechter in kort geding - gegeven. 4.2. In het wettelijke stelsel ligt besloten dat een onherroepelijke, veroordelende beslissing van de strafrechter niet alleen mag, maar ook moet worden ten uitvoer gelegd en wel zo spoedig mogelijk. Dat geldt ook voor de executie van een opgelegde schadevergoedingsmaatregel, met dien verstande dat uitstel van betaling kan worden verleend, dan wel betaling in termijnen kan worden toegestaan. 4.3. In opdracht van het Openbaar Ministerie is het CJIB belast met de executie van een schadevergoedingsmaatregel. De wijze waarop het CJIB dat tot 1 september 2017 deed is neergelegd in de zogenoemde "Aanwijzing executie" (hierna 'de Aanwijzing'), die kan worden aangemerkt als recht in de zin van artikel 79 van de Wet op de rechterlijke organisatie. In de Aanwijzing is opgenomen dat het CJIB in beginsel geen betalingsregeling treft en dat alleen op grond van bijzondere omstandigheden een verzoek daartoe kan worden gehonoreerd. De termijn waarbinnen volledige betaling moet zijn gerealiseerd is in beginsel maximaal 12 maanden. In bijzondere gevallen kan de termijn worden verlengd tot hoogstens 36 maanden, doch alleen indien binnen de afgesproken termijn betaling van de gehele vordering aannemelijk is. Slechts in uitzonderingsgevallen kan van de maximale termijn van 36 maanden worden afgeweken. In dat geval wordt maatwerk toegepast in het individuele geval, maar ook dan moet de regeling er wel toe leiden dat het (totaal) verschuldigde bedrag binnen een redelijke termijn volledig wordt voldaan. Verder is van belang dat een verzoek tot het treffen van een betalingsregeling in beginsel niet in behandeling wordt genomen indien reeds een (waarschuwing) arrestatiebevel is uitgevaardigd. Aan het CJIB is een ruime beleidsvrijheid toegekend, wat meebrengt dat de beslissingen van het CJIB in beginsel slechts marginaal kunnen worden getoetst in een procedure als de onderhavige. 4.4. Voor betalingsregelingen die vanaf 1 september 2017 worden afgesproken is - ingevolge de (thans geldende) Aanwijzing - het beleid vastgelegd in een bij het CJIB ondergebracht beleidskader (hierna 'het Beleidskader'). Op grond hiervan moet onder andere worden voldaan aan onderstaande voorwaarden om voor een betalingsregeling in aanmerking te komen: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.