Rechtbank DEN HAag Strafrecht Parketnummer: 09/857469-14 Kenmerk RK: 17/34 Beslissing van 14 februari 2017 Beslissing van de rechtbank Den Haag, raadkamer in strafzaken, op het bezwaar tegen de beschikking van de rechter-commissaris van 23 december 2016, betreffende de afwijzing van het verzoek tot het horen van getuigen (in de ontnemingsprocedure), ex artikel 182 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) in de zaak tegen: [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] te dezer zake domicilie kiezende ten kantore van mr. E.J. van Gils, adres: De Lairessestraat 121, 1075 HH Amsterdam, hierna te noemen: bezwaarde. De procesgang Bij vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank van 18 april 2016 is bezwaarde (rijschoolhouder en rijinstructeur) veroordeeld voor omkoping van een CBR-examinator tot een taakstraf (werkstraf) van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht en tot een ontzetting van het recht tot uitoefening van het beroep van rijschoolhouder voor de duur van 5 jaar. De bezwaarde heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. In deze strafzaak heeft de officier van justitie een ontnemingsvordering aangekondigd en aanhangig gemaakt. Naar aanleiding van een brief van de Verkeerstoren van 27 september 2016 (met daarin als de geplande behandeldatum 13 december 2016), heeft de raadsman op 24 oktober 2016 zijn onderzoekswensen (het horen van achtenveertig getuigen) ingediend bij de Verkeerstoren, met het verzoek om doorgeleiding naar de voorzitter van de kamer die de ontnemingsprocedure zal gaan behandelen en met afschrift aan de officier van justitie. Op 24 oktober 2016 heeft de raadsman van het kabinet rechter-commissaris een ontvangstbevestiging ontvangen, met daarin de mededeling dat de officier van justitie om een standpunt is gevraagd. Vervolgens zijn bij beschikking van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, van 23 december 2016 alle verzoeken tot het horen van getuigen afgewezen. De rechter-commissaris zag af van het horen van verzoeker, nu er geen onduidelijkheid bestond omtrent de doelstelling van het verzoek. De bezwaarde heeft tegen deze beslissing bezwaar ingediend. Het bezwaarschrift van 4 januari 2017 is blijkens een stempel dezelfde dag ingekomen bij de griffie van deze rechtbank, op welke datum de akte van indiening is opgemaakt. De rechtbank heeft kennis genomen van het ontnemingsdossier met bovengenoemd parketnummer. De rechtbank heeft het bezwaar op 31 januari 2017 in raadkamer behandeld. De bezwaarde en zijn raadsman zijn verschenen en gehoord. Daarnaast is de officier van justitie mr. N.J.P. Coenen gehoord. De beoordeling van het bezwaar De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het bezwaar. Het bezwaarschrift is tijdig ingediend. De raadsman heeft zich in raadkamer primair op het standpunt gesteld dat de rechter-commissaris niet bevoegd was te beslissen op het verzoek tot het horen van getuigen nu, zo begrijpt de rechtbank, reeds namens de officier van justitie mededeling was gedaan van het voornemen tot oproepen voor de behandeling van de ontnemingsvordering op 13 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.