RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 16/28759 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 augustus 2017 in de zaak tussen [naam 1], eiser, mede namens zijn minderjarige zoon [naam 2], gemachtigde mr. E. de Geus, en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder, gemachtigde mr. J.A.C.M. Prins. Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 27 oktober 2016 (het bestreden besluit). De behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden op 9 februari 2017, gezamenlijk met de behandeling van het beroep van eisers zoon [naam 3] (AWB 16/25099). Eiser is ter zitting verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen C. Atrushi. Ter zitting is de behandeling van het beroep aangehouden, zodat bij het Bureau Medische Advisering (BMA) een medisch advies kan worden opgevraagd. Bij brief van 6 juni 2017 heeft verweerder het BMA-advies van 31 mei 2017 overgelegd. Bij brief van 4 juli 2017 heeft eiser gereageerd op het BMA-advies en aanvullende medische stukken overgelegd. Bij brief van 7 augustus 2017 heeft verweerder het aanvullend BMA-advies van 1 augustus 2017 overgelegd. Met toestemming van partijen is een nadere zitting achterwege gebleven. Op 9 augustus 2017 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten. Overwegingen Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Iraakse nationaliteit. Op 5 september 2015 heeft eiser een aanvraag ingediend tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag gelegd. Eiser is in 2010 naar Bulgarije gevlucht, maar binnen een jaar weer teruggekeerd naar Irak. In 2012 is hij drie keer opgepakt door leden van het Mahdi leger die hem wilden dwingen mee te vechten. Eiser heeft telkens geweigerd, werd geslagen en vervolgens vrijgelaten. Ook is hij onder druk gezet door de sjiitische militie Asa’ib Ahl al-Haqq (AAH) om mee te vechten tegen IS. In 2014 is eisers zoon [naam 3] ook tot drie keer toe meegenomen door leden van het Mahdi leger. Nadat hij de laatste keer vrij is gekomen, heeft eiser ervoor gezorgd dat zijn zoon naar Turkije kon vluchten. In de periode daarna, tot aan eisers vertrek uit Irak in augustus 2015, werd hij regelmatig lastiggevallen door leden van het Mahdi leger omdat hij als soenniet nog steeds in de sjiitische wijk Bayaa verbleef. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de aanvraag afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder acht eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Eisers verklaringen over de problemen met het Mahdi leger en de AAH acht verweerder niet geloofwaardig. Op wat eiser daartegen heeft aangevoerd, wordt hierna ingegaan. De rechtbank oordeelt als volgt. Aan het standpunt dat eisers verklaringen over de problemen met het Mahdi leger niet geloofwaardig zijn, heeft verweerder onder meer het volgende ten grondslag gelegd. Niet valt in te zien dat het Mahdi leger, een sjiitische groepering, een soenniet zou benaderen om met hen mee te vechten. Bovendien heeft eiser zelf verklaard dat hij in die periode veel alcohol dronk. Gelet daarop was hij niet een aangewezen persoon om zich actief in te zetten. Voorts is het ongerijmd dat eiser tot 3 maal toe zou zijn benaderd en meegenomen door het Mahdi leger, maar vervolgens op geen enkele wijze meer door hen zou zijn benaderd. Tot slot heeft eiser geen documenten overgelegd van het gestelde ziekenhuisbezoek nadat hij zou zijn mishandeld. Aan het standpunt dat eisers verklaringen over de problemen met de AAH niet geloofwaardig zijn, heeft verweerder onder meer het volgende ten grondslag gelegd. Uit onder meer het Ambtsbericht Veiligheidssituatie Irak van het ministerie van Buitenlandse Zaken van oktober 2015 blijkt dat gedwongen rekrutering door sjiitische milities in principe niet voorkomt, omdat voldoende vrijwilligers zich aanmelden. Verder heeft eiser tegenstrijdig verklaard over de benaderingen door de AAH. Tijdens het nader gehoor heeft hij verklaard dat hij in 2012 door deze militie is benaderd en dat hij daarna geen problemen meer heeft ondervonden totdat zijn zoon problemen kreeg in
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.