← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2017:12848

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL17.4218 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juli 2017 in de zaak tussen [naam 1], eiseres, mede namens haar minderjarige kinderen [naam 2] en [naam 3], (gemachtigde: mr. N. Wouters), en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder, (gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs). Procesverloop Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 30 juni 2017 (het bestreden besluit). Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 juli 2017, waar het beroep samen met het door eiseres ingestelde verzoek om een voorlopige voorziening (NL17.4219) is behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Eiseres is van Sierra Leoonse nationaliteit. Zij is geboren op [geboortedatum]. Op 26 april 2017 heeft eiseres mede namens haar kinderen een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Uit onderzoek in EU-Vis is gebleken dat eiseres door de buitenlandse vertegenwoordiging van Frankrijk in Sierra Leone in het bezit is gesteld van een visum, geldig van 11 april 2017 tot 25 april

  1. Op basis van dit onderzoek heeft verweerder bij Frankrijk een verzoek om overname gedaan op grond van artikel 12, vierde lid, van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening). Frankrijk heeft dit verzoek aanvaard. Vervolgens heeft verweerder bij het bestreden besluit de aanvraag van eiseres niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat verweerder haar asielverzoek aan zich had moeten trekken op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Overdracht aan Frankrijk getuigt in haar geval van onevenredige hardheid, gelet op de volgende omstandigheden. Eiseres heeft in Frankrijk drie dagen in vreemdelingendetentie gezeten en is daarbij slecht behandeld, eiseres en haar dochter zijn in Frankrijk seksueel misbruikt en er is sprake van medische problemen. Subsidiair heeft eiseres betoogd dat verweerder, gelet op deze bijzondere omstandigheden, voorafgaand aan de overdracht aanvullende garanties moet vragen aan de Franse autoriteiten met betrekking tot de opvanglocatie en medische behandeling. Ter onderbouwing verwijst eiseres naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Utrecht, van 25 juli 2016 (AWB 16/14849 en 16/14850). De rechtbank oordeelt als volgt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat overdracht aan Frankrijk van onevenredige hardheid getuigt. Daarbij heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiseres zich bij voorkomende problemen kan wenden tot de (hogere) autoriteiten van Frankrijk. Gesteld noch gebleken is dat deze haar niet zouden kunnen of willen helpen. Met betrekking tot de gestelde medische problemen heeft eiseres een verklaring van een gynaecoloog van 30 mei 2017 overgelegd, waarin is vermeld dat na onderzoek op 15 mei 2017 geen verdere behandeling nodig werd geacht. De gestelde psychische problemen van eiseres zijn niet onderbouwd met medische stukken. Ter zitting is verklaard dat eiseres hiervoor thans niet onder behandeling is. Er is dan ook niet gebleken van medische problemen op grond waarvan verweerder de aanvraag aan zich had moeten trekken. De beroepsgrond faalt. Voorts is de rechtbank van oordeel dat geen nadere garanties vereist zijn voor wat betreft de opvanglocatie en medische behandeling. Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag ervan worden uitgegaan dat eiseres en haar kinderen opvang en - indien nodig - medische behandeling zullen krijgen. In geval van problemen wordt van eiseres verwacht dat zij daarover in Frankrijk klaagt. Zoals hiervoor is overwogen staat eiseres niet onder medische behandeling, zodat ook daarvoor geen aanvullende garanties nodig zijn. De verwijzing naar de onder 3 genoemde uitspraak kan niet tot een ander oordeel leiden, nu geen sprake is van een vergelijkbaar geval. Deze uitspraak ziet op een vreemdeling met ernstige psychische problemen, waarbij met stukken is onderbouwd dat sprake was van een grote kans op suïcide in geval van overdracht. Daarvan is in dit geval niet gebleken. Ook deze beroepsgrond faalt.
  2. Het beroep is ongegrond.
  3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 juli
  4. griffier rechter Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: RechtsmiddelTegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending daarvan of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.