← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2017:13285

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: NL17.10180 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 19 oktober 2017 in de zaak tussen [eiser], eiser (gemachtigde: mr. S. Zwiers), en de minister van Veiligheid en Justitie (en diens rechtsvoorgangers), verweerder, (gemachtigde: mr. drs. S.F.E. Verdonck). Procesverloop Bij besluit van 5 oktober 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet

  1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit. Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL17.10181, plaatsgevonden op 19 oktober
  2. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.M. Walls, kantoorgenoot van zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
  3. De rechtbank doet na afloop van het onderzoek ter zitting onmiddellijk uitspraak en overweegt het volgende.
  4. Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Somalische nationaliteit. Op 18 juli 2017 heeft hij een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Op 29 augustus 2017 heeft verweerder een overnameverzoek ingediend bij Frankrijk op grond van artikel 12, tweede lid, van Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening). Frankrijk heeft met de claim ingestemd op 30 augustus
  5. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor eisers asielverzoek.
  6. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat hij [leeftijd] jaar oud is en verzorging behoeft van zijn in Nederland woonachtige zoon. Eiser lijdt aan verschillende ziekten waaronder suikerziekte en heeft een hoge bloeddruk. Eiser heeft een beroep gedaan op artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Verweerder heeft volgens eiser ondeugdelijk gemotiveerd waarom de door hem aangedragen humanitaire aspecten geen aanleiding geven de asielaanvraag van eiser in behandeling te nemen.
  7. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat gesteld noch gebleken is van bijzondere, individuele omstandigheden die maken dat de overdracht van eiser aan Frankrijk getuigt van onevenredige hardheid. Eiser heeft zijn medische problemen niet nader onderbouwd. Verweerder heeft geen aanleiding hoeven zien de behandeling van de asielaanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening.
  8. Het beroep is ongegrond.
  9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier, op 19 oktober
  10. griffier rechter Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen een week na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.