RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats 's-Gravenhage Bestuursrecht zaaknummer: NL17.3245 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 november 2017 in de zaak tussen [eiser], eiser (gemachtigde: mr. R.G. Jagesar), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.J. Hakvoort). Procesverloop Bij besluit van 24 mei 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 november 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser is van Afghaanse nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] 2006. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij buiten aan het spelen was en toen werd benaderd door een aantal mannen met baarden en zwarte ogen. Deze mannen vroegen eiser met hun te komen voetballen in ruil voor snoep en geld. Eiser is hier niet op in gegaan maar is naar binnen gegaan en heeft zijn vader verteld wat er was voorgevallen. De vader van eiser heeft hem gezegd dat hij nergens op in mag gaan en dat hij voortaan binnen moest spelen. Vervolgens heeft de vader van eiser geregeld dat eiser met zijn oom Afghanistan kon verlaten. 2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen: - de identiteit, nationaliteit, hazara etniciteit en herkomst; - eiser heeft Afghanistan verlaten omdat hij is benaderd door mannen met baarden die hem probeerden mee te lokken. Verweerder heeft zich over deze elementen op het standpunt gesteld dat deze geloofwaardig zijn. Hij concludeert evenwel dat de asielaanvraag ongegrond is omdat eiser geen gronden voor vervolging van wel van een dreigende schending van artikel 3 van het Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) aannemelijk heeft gemaakt. 3. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder tijdens de gehoren onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn minderjarige leeftijd. Eiser voert voorts aan dat hij bij terugkeer naar Afghanistan wel degelijk een reëel risico loopt op vervolging dan wel schending van artikel 3 van het EVRM, omdat de mannen met baarden waarschijnlijk van de Taliban waren die eiser wilden dwingen mee te doen aan de gewapende strijd. Daarnaast is het algemeen bekend dat jonge jongens in Afghanistan kunnen worden gedwongen voor volwassen mannen te dansen om vervolgens seksueel misbruikt te worden. Dit is een wijdverbreid gebruik, heet in Afghanistan bacha bazi en gebeurt ook bij de Taliban. Tot slot stelt eiser zich op het standpunt dat hij geen bescherming bij de autoriteiten kan inroepen tegen deze dreigende schendingen van artikel 3 van het EVRM. 4. Verweerder heeft ter zitting gemotiveerd verweer gevoerd. 5.1. Ingevolge artikel 29 van de Vw 2000 kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 worden verleend aan de vreemdeling: a. die verdragsvluchteling is; of b. die aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt op ernstige schade, bestaande uit: 1°. doodstraf of executie; 2°. folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen; of 3°. ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. 5.2. Volgens paragraaf C1/4.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) beoordeelt de IND de geloofwaardigheid van de relevante elementen. Relevante elementen zijn feiten en omstandigheden die in de volgende twee categorieën worden onderscheiden:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.