← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2017:14538

Rechtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: NL17.13685 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 december 2017 in de zaak tussen [eiser], eiser, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: mr. N. Brands), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. E.P.C. van der Weijden). Zitting Datum: 4 december 2017. Zitting hebben: mr. M. Soffers, rechter, mr. D.D. van Loopik, griffier. Eiser is verschenen. De gemachtigde van eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder is verschenen bij gemachtigde. Tevens verschenen is P. van Nieuwenhuizen, tolk Spaans. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en vervolgens onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. Overwegingen Op 27 november 2017 is beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 25 november 2017 waarbij aan eiser, naar gesteld geboren op [geboortedatum] 1995 en van Cubaanse nationaliteit, de vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 is opgelegd. De gemachtigde van eiser heeft het beroep bij schriftelijke gronden van 4 december 2017 toegelicht. Hoewel de gemachtigde van eiser begrip heeft voor het feit dat er op het Aanmeldcentrum Schiphol momenteel veel asielaanvragen door Cubanen worden ingediend en zij van de Raad voor Rechtsbijstand heeft vernomen dat asielaanvragen van Cubanen verder worden behandeld in de verlengde asielprocedure nadat zij een nader gehoor hebben gehad, stelt zij ook dat de vrijheidsontnemende maatregel gelet op eisers Cubaanse nationaliteit hierdoor van meet af aan, en in ieder geval vanaf het moment dat vast is komen te staan dat zijn Cubaanse paspoort authentiek is, onrechtmatig was. De gemachtigde van eiser verzoekt om opheffing van de maatregel en schadevergoeding. De rechtbank is van oordeel dat verweerder aan eiser de vrijheidsontnemende maatregel heeft mogen opleggen. Hoewel de rechtbank begrijpt wat eiser ter zitting heeft aangevoerd, namelijk dat hij niet vast wil zitten, om hulp vraagt en niet zal weglopen, acht de rechtbank eisers beroep ongegrond. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder bevoegd om na eisers asielverzoek op Schiphol een eerste screening te doen, voordat eiser tot Nederland wordt toegelaten. Eiser heeft een eerste gehoor gehad en zal nog een nader gehoor krijgen waarin hij kan vertellen waarom hij bescherming wil in Nederland. Afhankelijk van wat eiser dan vertelt zal verweerder beslissen of hij de beslissing op zijn asielverzoek in vrijheid mag afwachten. Verweerder heeft daarvoor vier weken de tijd en werkt voortvarend aan de zaak. Het nader gehoor zal spoedig plaatsvinden. Het enkele feit dat eiser een asielverzoek heeft ingediend maakt niet dat hij meteen in vrijheid moet worden gesteld. Dat eiser een paspoort heeft maakt evenmin dat hij meteen toegelaten moet worden. Eiser heeft desgevraagd ter zitting medegedeeld dat het in detentie wel gaat, dat hij medicijnen bij zich heeft tegen de gevolgen van stress maar dat hij deze in Cuba vaker moest gebruiken dat in Nederland. Gelet hierop ziet de rechtbank geen reden om te concluderen dat eiser vanwege zijn gezondheid niet gedetineerd kan worden . Het beroep is derhalve ongegrond. Er is geen grond voor het toekennen van schadevergoeding. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep ongegrond; - wijst het verzoek om schadevergoeding af. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.