← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2017:14707

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL17.12776 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 december 2017 in de zaak tussen [eiseres] , eiseres, mede namens haar minderjarige kind [kind] (gemachtigde: mr. M.C.M.E. Schijvenaars), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen). Procesverloop Bij besluit van 8 november 2017 (bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL17.12777, plaatsgevonden op 30 november 2017 te Breda. Eiseres en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Overwegingen

  1. Eiseres is geboren op [geboortedatum] en bezit de Eritrese nationaliteit. Op 22 december 2016 heeft zij een aanvraag ingediend om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daaraan heeft zij ten grondslag gelegd dat zij werd lastiggevallen door soldaten van het Eritrese leger vanwege de desertie van haar echtgenoot. Deze soldaten hebben haar gedurende drie dagen gedetineerd en ondervraagd. Na te zijn vrijgelaten hoorde zij dat ook haar schoonfamilie werd lastiggevallen. Toen haar schoonmoeder haar duidelijk maakte dat zij verantwoordelijk kon worden gehouden voor het handelen van haar echtgenoot, is eiseres gevlucht.
  2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verweerder stelt dat eiseres internationale bescherming geniet in Italië. Daarbij baseert verweerder zich op informatie van de Italiaanse autoriteiten waaruit blijkt dat eiseres daar in het bezit is gesteld van een visum voor gezinshereniging, geldig tot 19 december
  3. Eiseres voert aan dat zij door terugkeer naar Italië terecht zou komen in een situatie in strijd met artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), omdat zij daar geen toegang heeft tot adequate huisvesting en medische zorg. Daarnaast voert eiseres aan dat zij als alleenstaande, zwangere vrouw met een minderjarig kind is aan te merken als bijzonder kwetsbaar zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 november 2014 inzake Tarakhel tegen Zwitserland, ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD
  4. Verweerder had daarom volgens eiseres ten minste aanvullende garanties moeten bedingen bij de Italiaanse autoriteiten om te garanderen dat zij goed zal worden opgevangen.
  5. De rechtbank stelt allereerst het volgende vast. Niet in geschil is dat eiseres door de Italiaanse autoriteiten in het bezit is gesteld van een visum voor gezinshereniging, geldig tot 19 december
  6. Evenmin is in geschil dat de echtgenoot van eiseres in Italië verblijft en daar de vluchtelingenstatus heeft. Ter zitting is duidelijk geworden dat aan eiseres momenteel vanwege haar zwangerschap uitstel van vertrek als bedoeld in artikel 64 van de Vw is verleend tot zes weken na haar bevalling.
  7. Eiseres beroept zich ter onderbouwing van haar beroep op artikel 3 van het EVRM allereerst op een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 28 augustus 2017, ECLI:NL:RBMNE:2017:
  8. In die uitspraak ging het om vreemdelingen die met stukken hadden onderbouwd dat zij ondanks herhaalde aanvragen daartoe geen huisvesting of opvang konden krijgen in Italië. Eiseres heeft echter verklaard dat zij bij haar echtgenoot kan verblijven, die geen eigen woning heeft en met vier mannen samen in een woning verblijft, maar dat zij is doorgereisd naar Nederland omdat zij dit niet zag zitten. Dit heeft zij gedaan binnen twee weken en zonder eerst te proberen om in Italië andere huisvesting te verkrijgen. Omdat de situatie van eiseres onvoldoende vergelijkbaar is met die in de uitspraak, is de rechtbank van oordeel dat het beroep van eisers op deze uitspraak niet slaagt.
  9. Eiseres heeft verder een beroep gedaan op de rapporten van het US Department of State van 3 maart 2017, Asylum Information Database van 28 februari 2017 en Schweizerische Flüchtlingshilfe van 15 augustus 2016, waaruit volgens haar blijkt dat er in Italië een tekort is aan voorzieningen voor mensen met een verblijfsstatus. Eiseres heeft echter niet onderbouwd wat deze rapporten betekenen voor haar eigen situatie zoals in de vorige overweging omschreven. Daarom is de rechtbank van oordeel dat ook het beroep van eiseres op deze rapporten niet slaagt.
  10. Eiseres beroept zich ter onderbouwing van haar stelling dat verweerder aanvullende garanties had moeten bedingen bij de Italiaanse autoriteiten op de views van het mensenrechtencomité van de Verenigde Naties van 10 april 2017, CCPR /C/119/D/2512/2014 en van 21 april 2017, CCPR /C/119/D/2681/
  11. De rechtbank stelt vast dat het hierin ging om vreemdelingen die gedurende een eerder verblijf in Italië slecht zijn behandeld. Nu dit voor eiseres niet geldt, slaagt haar beroep op deze views niet.
  12. Eiseres beroept zich verder op de pagina’s 18 en 19 van het document ‘Veelgestelde vragen Italië – Dublin-terugkeerders’ van Vluchtelingenwerk Nederland van augustus 2017 en op het rapport van Artsen Zonder Grenzen van 12 april
  13. Daaruit blijkt volgens haar dat de Italiaanse autoriteiten de eerste vijf jaar geen huisvesting ter beschikking stellen aan statushouders terwijl een formele woonplaats vereist is om toegang te krijgen tot medische zorg. De rechtbank stelt echter vast dat uit deze informatie blijkt dat asielzoekers zich kunnen registreren bij de nationale gezondheidsdienst zodra zij een verblijfsstatus krijgen en dat aan deze registratie dezelfde rechten en verplichtingen verbonden zijn als aan registraties van Italiaanse staatsburgers. Problemen treden pas op als de gezondheidskaart moet worden verlengd en de statushouder niet kan verblijven in de woonplaats die hij bij de verlenging van zijn verblijfsvergunning heeft opgegeven.
  14. In algemene zin overweegt de rechtbank verder nog dat het Tarakhel-arrest betrekking had op vreemdelingen wiens recht op internationale bescherming nog moest worden vastgesteld, terwijl de Italiaanse autoriteiten ten aanzien van eiseres al hebben toegezegd haar bescherming te verlenen.
  15. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de asielaanvraag van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw en terecht geen aanleiding heeft gezien om aanvullende garanties te bedingen bij de Italiaanse autoriteiten.
  16. Het beroep is ongegrond. Om die reden bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.Z.B. Sterk, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 december
  17. griffier rechter Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: RechtsmiddelTegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.