Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige strafkamer Parketnummer: 09/767062-17 Datum uitspraak: 6 maart 2020 Tegenspraak (Promisvonnis) De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] , BRP-adres: [adres] te [plaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 9 augustus 2017 (pro forma), 20 oktober 2017 (pro forma), 10, 11 en 13 februari 2020 (inhoudelijk) en 21 februari 2020 (sluiting). De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. F.A. Kuipers en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. B.Th. Nooitgedagt naar voren is gebracht. De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 11 februari 2020 medegedeeld dat zij voornemens is een ontnemingsvordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht aanhangig te maken. 2De tenlastelegging Verdachte wordt – na nadere omschrijving van de tenlastelegging- , kort samengevat, verweten dat hij zich schuldig heeft maakt aan: onder feit 1: het medeplegen van identiteitsfraude door gebruik te maken van identiteitsbewijzen van 22 personen in de periode van 19 juni 2016 tot en met 25 april 2017; onder feit 2: het medeplegen van oplichting van 253 personen in de periode van 19 juni 2016 tot en met 25 april 2017; onder feit 3: het medeplegen van gewoontewitwassen althans witwassen althans schuldwitwassen van € 193.428,21 in de periode van 19 juni 2016 tot en met 25 april 2017; onder feit 4: het deelnemen aan een criminele organisatie in de periode van 19 juni 2016 tot en met 25 april 2017; De volledige tenlastelegging is integraal aangehecht als bijlage A en maakt onderdeel uit van dit vonnis. 3Bewijsoverwegingen 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten. 3.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht de verdachte vrij te spreken van alle feiten bij gebreke van wettig, overtuigend en redengevend bewijs. In het navolgende zal op specifieke verweren nader worden ingegaan. 3.3 De beoordeling van de tenlastelegging 3.3.1 Inleiding 3.3.1.1 Aanvang van het onderzoek Op 27 oktober 2016 heeft [aangever] aangifte gedaan van oplichting en identiteitsfraude. Hij had op Marktplaats.nl gereageerd op een advertentie waarbij een iPhone werd aangeboden. Hij heeft het overeengekomen bedrag betaald maar de iPhone niet ontvangen. Teneinde zijn betrouwbaarheid aan te tonen heeft [aangever] een foto van zijn rijbewijs en zijn politielegitimatiebewijs via WhatsApp naar de verkoper gestuurd. Kort daarna werd hij zelf benaderd door mensen die dachten dat zij via Marktplaats.nl bij hem goederen hadden gekocht. Die goederen waren wel betaald maar niet geleverd. Uiteindelijk blijken achtenvijftig personen aangifte te hebben gedaan van oplichting, door iemand die de naam en de identiteitsbewijzen van [aangever] gebruikte. 3.3.1.2 Advertenties op Marktplaats.nl De advertenties op Marktplaats.nl in deze zaak komen overeen voor wat betreft het (beperkte) aanbod van goederen (Playstation 4, iPhone 6, Samsung Galaxy, Apple Watch, Sonos Play 5, Go Pro), de gebruikte adressen van de verkoper (onder meer Breskens, Eede, Cadzand; steeds in een uithoek van het land, nagenoeg altijd Zeeuws-Vlaanderen) en het gegeven dat in de advertenties staat aangegeven dat geïnteresseerden (de latere slachtoffers) via sms of “liefst even appen” contact kunnen opnemen met het opgegeven 06-nummer van de verkoper. Een aantal maal wordt in de advertentie met betrekking tot het te koop aangeboden apparaat aangegeven: “gekregen” “gekregen als cadeau”, “ontvangen na het verlengen van zakelijk abonnement” of “het geluk gehad om te mogen winnen”. In de WhatsApp gesprekken tussen de verkoper en de koper werden door de verkoper daarnaast vaak de navolgende teksten gebruikt: “waar woon je? (…) oei dat is aan de andere kant/best ver (…)wil hem vanmiddag ophalen hals u het goed vind (…) indien akkoord, kan ik vertrekken (…) ik ga zo de deur uit en u bent hier pas om 5 uur, kunt u morgenochtend? (…) ik zal hem zo aangetekend opsturen (…) ik kan je garanderen dat zodra het geld is overgeboekt ik het produkt op stuur met track en trace zodat u het kunt volgen op internet (….)” vaak gevolgd door “Verder ben ik bereid een foto van mijn rijbewijs te sturen. Zodat je zeker weet dat ik het ben” danwel “verder ben ik bereid een foto van mijn paspoort te sturen. Dat niet alleen. Ben ook bereid een foto te maken van mezelf (selfie) met mijn paspoort in de hand, zodat je zeker weet dat ik het ben” en Ook komen mijn bankgegevens/id-gegevens overeen en weet je zeker dat het goed zit” en “we hebben ze gekregen als kado maar hoeven ze niet” en “hey, ben er weer. Het duurde even maar het is me gelukt. (…) Ik moest plotseling een dubbele dienst draaien (…) Heb mijn manlief even aangesproken (…) dit is de track en trace code. Post is al opgehaald bij het postkantoor helaas. Hij is pas na 5 uur verstuurd dus hou er rekening mee dat het even duurt voor postNL de code herkent en registreert” en “hallo ik heb helaas slecht nieuws. Ik was na het werken bij het postkantoor aangekomen, bleken ze al om 17:00u dicht te zijn. Het wordt morgen ruim voor 17:00u verzonden. Het spijt mij heel erg” en “ik heb het mijn zoon/dochter laten versturen omdat ik het niet zou redden ivm werk” en “we hebben hem kado gekregen”. Kopers hebben tevens verklaard dat de profielfoto van Whatsapp, die de verkoper gebruikte, overeenkwam met de foto op het rijbewijs dan wel met de profielfoto van het account op Facebook op naam van de betreffende verkoper. Als kopers vroegen waarom niet gebeld kon worden werd vaak geantwoord met de tekst: “Ik kan helaas nog niet bellen, heb een nieuwe abonnement. Had daarbij een nieuwe simkaart bij gekregen, maar die is nog niet geactiveerd, vandaar dat ik nog geen gebruik kan maken van mijn mobiel netwerk.” Uit het voorgaande leidt de rechtbank het volgende af: De verkoper/oplichter reageerde altijd via WhatsApp als de koper contact zocht met het in de advertentie opgegeven mobiele nummer. In eerste instantie was ophalen en opsturen van het apparaat mogelijk. Echter als de koper koos voor ophalen werd het door de verkoper zo gedraaid dat het wel heel ver weg was en/of dat een afspraak niet mogelijk was. Vervolgens werd het vertrouwen van de koper gewonnen door het sturen van een (selfie met een) identiteitsbewijs en door het gebruik van een gelijkende profielfoto op WhatsApp. Na ontvangst van de betaling bleef de verkoper enige tijd bereikbaar voor de koper en kreeg de koper een valse track en trace code. Vervolgens was de verkoper niet meer bereikbaar. Geen van de kopers ontving het gekochte product. 3.3.1.3 Identiteitsfraude Bij alle oplichtingen werd door de verkoper gebruik gemaakt van de identiteit van kopers die in nagenoeg alle gevallen, net als [aangever] , vlak daarvoor bij een aankoop via Marktplaats.nl zelf waren opgelicht en die toen – om hun betrouwbaarheid aan te tonen – aan de verkoper via WhatsApp een (selfie met) hun identiteitsbewijs hadden gestuurd. Van deze (selfies met) identiteitsbewijzen maakte de verkoper vervolgens gebruik om het vertrouwen van een volgende koper te winnen, zodat die koper wist met wie hij te doen had. In het onderzoek van de politie is de identiteit van meer dan twintig personen op deze manier misbruikt. 3.3.1.4 Bankrekeningen Alle kopers hebben geld overgemaakt naar een bankrekening die door de verkoper werd opgegeven. Uit onderzoek blijkt dat bij de oplichtingen gebruik is gemaakt van vierenveertig verschillende bankrekeningnummers. Eenenveertig van deze rekeningen werden aangehouden bij de ING, twee bij de ABN Amro en één bij de SNS Bank. Deze rekeningnummers werden korte tijd gebruikt en de daarop gestorte gelden werden gedurende de dagen dat de rekeningen actief waren, op een enkele uitzondering na, contant opgenomen bij geldautomaten en casino’s in Amsterdam. De bankrekeningen stonden, voor zover deze door de politie zijn onderzocht, op naam van personen geboren in verschillende Oostbloklanden. Uit de verhoren van een aantal van hen als getuige, blijkt dat zij korte tijd in Nederland zijn geweest en toen bankrekeningen hebben geopend en de daarbij behorende pasjes en pincode hebben afgestaan aan een in dit onderzoek verder onbekend gebleven man. 3.3.1.5 IMEI-nummers [aangever] heeft met de verkoper contact gehad via het telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit de historische gegevens blijkt dat de simkaart met dit nummer heeft gezeten in een telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] . Uit onderzoek blijkt verder dat door de verkoper in het contact met aangevers die dachten zaken te doen met [aangever] , gebruik werd gemaakt van negen verschillende telefoonnummers. Gebleken is verder dat in de telefoon met genoemd IMEI-nummer in totaal 18 nummers voor een korte periode hebben gezeten. Voorts heeft [aangever] het aankoopbedrag gestort op een ING-bankrekening. Hetzelfde geldt voor de aangevers die dachten met hem zaken te doen. In totaal gaat het hierbij om dertien verschillende ING-bankrekeningen. Een van deze rekeningnummers betreft rekeningnummer [rekeningnummer] . In het politieregistratiesysteem BlueView zijn nog een aantal aangiften naar voren gekomen van benadeelden die naar hetzelfde rekeningnummer geld hebben overgemaakt. Deze benadeelden hadden echter contact met het telefoonnummer [telefoonnummer] . Ook van dit telefoonnummer heeft de politie de historische gegevens opgevraagd. De simkaart van dit nummer bleek te hebben gezeten in een telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] . Volgens de historische gegevens hebben in de periode 12 juni 2016 tot en met 19 november 2016 in de telefoon met dit IMEI-nummer vierentwintig verschillende simkaarten/telefoonnummers gezeten. Ook hier blijkt dat de mobiele telefoon om de paar dagen werd voorzien van een nieuwe simkaart. Negentien van deze telefoonnummers worden door honderdzevenentwintig aangevers genoemd als het nummer waarmee zij WhatsApp contact hadden met de verkoper. Vanaf 28 november 2016 zijn de gesprekken via de telefoon met dit IMEI nummer opgenomen. Vanaf die datum tot en met 17 januari 2017 hebben zeven verschillende simkaarten in dit toestel gezeten. Een van deze telefoonnummers is het nummer [telefoonnummer] . Uit onderzoek blijkt dat dat acht personen die aangifte hebben gedaan van oplichting via dit nummer contact hebben gehad met de verkoper. Naar aanleiding van dat contact hebben zij geld overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer] . Uit onderzoek blijkt verder dat zes andere personen die ook aangifte van oplichting hebben gedaan, voor de betaling van de niet geleverde goederen naar dit rekeningnummer geld hebben overgemaakt. Twee van hen hebben daaraan voorafgaand echter via het telefoonnummer [telefoonnummer] contact gehad met de verkoper. Ook van dit telefoonnummer zijn de historische gegevens opgevraagd. Het blijkt dat de simkaart van dit telefoonnummer heeft gezeten in een telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] . De vier overige aangevers hebben voorafgaand aan het overmaken contact gehad met nummer [telefoonnummer] . Dit nummer heeft gezeten in de telefoon met het IMEI-nummer [IMEI-nummer] . Uit de historische gegevens blijkt dat in de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] in de periode van 28 augustus 2016 tot en met 17 januari 2016 zestien verschillende telefoonnummers gezeten hebben, steeds voor korte perioden. Vijftien daarvan worden genoemd in de aangiftes van Marktplaatsfraude. Op 17 januari 2017 worden [medeverdachte] en [medeverdachte] aangehouden. Door Marktplaats.nl worden in eerste instantie na 17 januari 2107 geen advertenties meer aangetroffen die qua tekst en verder opbouw overeenkomsten vertonen met op de advertenties die in deze strafzaak in de aangiften worden genoemd. Op 20 april 2017 meldt de Afdeling Trust & Safety van Marktplaats.nl echter een nieuwe fraudemelding te hebben gevonden waarvan wordt vermoed dat die bij dezelfde dadergroep thuishoort, omdat de advertenties qua tekst en werkwijze overeenkomen met de eerdere oplichtingen in het onderzoek. De rekening waar het aankoopbedrag naar wordt overgemaakt is [rekeningnummer] . Op 24 april blijkt dat negen aangiftes zijn binnengekomen van mensen die zijn opgelicht en geld naar dat rekeningnummer hebben overgemaakt. Vijf van deze aangevers hebben met de verkoper contact gehad via telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit de historische gegevens van dit nummer blijkt dat de simkaart in een telefoon met IMEI nummer [IMEI-nummer] heeft gezeten. Twee aangevers hebben met de verkoper contact gehad via het telefoonnummer [telefoonnummer] . De simkaart van dit telefoonnummer heeft gezeten in een telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] . Nader onderzoek wijst uit dat drie aangevers contact hebben gehad met telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit de historische gegeven blijkt dat de simkaart met dit nummer in een telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] heeft gezeten. Op 25 april 2017 worden de verdachte en [medeverdachte] aangehouden. 3.3.2 Betrokkenheid van de verdachte De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de verdachte bij deze internetfraude in al zijn facetten betrokken is geweest en zo ja, in welke mate en waar dat strafrechtelijk gezien toe leidt. In het navolgende zal de rechtbank de verdachte [medeverdachte] aanduiden als [medeverdachte] , de verdachte [medeverdachte] als [medeverdachte] en de verdachte [medeverdachte] als [medeverdachte] . Met betrekking tot feit 1 en 2 (identiteitsfraude en oplichting) 3.3.2.1 de periode van 10 april tot en met 25 april 2017 Op 25 april 2017 treedt de politie de woning van de verdachte aan de [adres] te [plaats] binnen ter aanhouding van de verdachte. [medeverdachte] wordt aangetroffen achter de deur van een slaapkamer. De verdachte is met een ander in een afgesloten badkamer bezig laptops en telefoons te vernietigen. Eén van die telefoons betreft een Alcateltoestel dat is voorzien van IMEI-nummer [IMEI-nummer] . Zoals hiervoor al besproken heeft in deze telefoon de simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer] gezeten en ook de simkaart met telefoonnummer [telefoonnummer] . Dertien personen die aangifte hebben gedaan van oplichting, hebben contact gehad met [telefoonnummer] en dachten te maken te hebben gehad met [aangever] . [aangever] heeft aangifte gedaan van identiteitsfraude waarbij zijn identiteitskaart werd misbruikt. Er is onderzoek gedaan naar de historische verkeersgegevens van deze telefoon. In dit verband heeft de raadsman aangevoerd dat het bewijs van de zendmastgegevens is neergeslagen in documenten die dienen te worden gekwalificeerd als een geschrift als bedoeld in artikel 344 sub 5 van het Wetboek van Strafvordering en dat deze alleen kunnen gelden in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Dergelijke bewijsmiddelen ontbreken, aldus de raadsman. De rechtbank volgt de raadsman hier niet in. De historische verkeersgegevens van de telefoons zijn beoordeeld en verwerkt in ambtsedige processen-verbaal door een buitengewoon opsporingsambtenaar, Senior Intelligence bij de Eenheid Den Haag, en als zodanig gekwalificeerd. De rechtbank zal deze processen-verbaal dan ook gebruiken voor het bewijs. Uit dat onderzoek naar de historische verkeersgegevens blijkt dat er in de periode dat dit telefoonnummer in gebruik is geweest (15 tot en met 24 april 2017) 78 sms berichten zijn binnengekomen. In 39 gevallen wordt de zendmast aan de [adres] in [plaats] aangestraald. De [adres] te [plaats] , waar [medeverdachte] woont, valt binnen het bereik van deze zendmast. Twee aangevers die dachten te maken te hebben met [aangever] hebben bij hun aankoop contact gehad met telefoonnummer [telefoonnummer] . Dit nummer is alleen actief geweest op 24 april 2017. Daarop zijn 109 sms-berichten binnengekomen en bij vrijwel alle contacten straalt de mast aan het [adres] aan. De [adres] waar de verdachte woont, valt binnen het bereik van deze mast. Bij deze identiteitsfraude is gebruik gemaakt van de identiteitskaart van [aangever] . Een tweede Alcateltoestel dat in de badkamer is aangetroffen, was voorzien van IMEI-nummer [IMEI-nummer] . In deze telefoon heeft van 16 tot en met 24 april 2017 een simkaart met het telefoonnummer [telefoonnummer] gezeten. Met dit toestel hebben vier aangevers, waaronder [aangever] , contact gehad. [aangever] zelf had op 10 april 2017 contact met een zekere [naam] uit Terneuzen en de andere drie aangevers dachten dat zij contact hadden met [aangever] . [aangever] heeft ook aangifte gedaan van identiteitsfraude, waarbij zijn identiteitskaart werd misbruikt. De telefoon heeft in de periode dat hij actief is geweest, alleen maar masten in [plaats] aangestraald, te weten de [adres] , [adres] en de [adres] . Zoals al vastgesteld valt het woonadres van [medeverdachte] , [adres] te [plaats] , binnen het bereik van de mast aan de [adres] . Bij een iets verder bereik valt dit woonadres ook onder de masten aan de [adres] en de [adres] . In een emmer water in de badkamer werd ook een blauwe iPhone aangetroffen. In deze iPhone zat een simkaart met IMSI-nummer [IMSI-nummer] . Dit IMSI-nummer is gelijk aan het IMSI-nummer weergegeven in de historische verkeersgegevens van het hiervoor al genoemde telefoonnummer [telefoonnummer] . Zoals hiervoor ook al vastgesteld blijkt de simkaart met dit nummer in een telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] te hebben gezeten. Dit IMEI-nummer hoort bij een blauwe iPhone 5C. Met het telefoonnummer in deze iPhone hebben drie aangevers contact gehad en zij dachten contact te hebben met [aangever] . [aangever] zelf heeft aangifte gedaan van misbruik van haar identiteit waarbij haar rijbewijs werd misbruikt. Verder is in de slaapkamer op de [adres] , waar [medeverdachte] zich bevond, een iPhone 4 aangetroffen met daarin foto’s van onder meer de identiteitsbewijzen van zestien personen, waaronder [aangever] , [aangever] en [aangever] . In die iPhone zijn foto’s van telefoons, Playstations en verpakkingen daarvan aangetroffen en ook de navolgende “notes”: “ik ben bereid een foto van m’n id te maken en of een selfie zodat je ook weet met wie je zaken doet. Dan weet je dat het goed zit” en “verzenden is mogelijk. Er komt wel 8,60 aan verzendkosten bij. Dan zorg ik ervoor dat het verzekerd wordt via PostNL” en “Hallo u heeft zojuist gebeld. Helaas had ik niet kunnen opnemen omdat ik nu op me werk zit” en “Hallo niet zo goed nieuws het blijkt dat het postkantoor om 17:00u al sluit helaas was ik daar niet van op de hoogte. Mijn excuses hiervoor! Morgen wordt alles netjes op tijd verstuurd” en “De reden dat ik verwijderd ben is dat ik vaak mijn advertenties opnieuw adverteer zodat ze hoog op de pagina komen staan, wat normaal gesproken geld kost” en “Hai ik heb het mijn zoon laten versturen omdat ik het niet zou redden met mijn werk….Gr [naam]” en “Kan je vanavond langskomen? Woon je in de buurt? Jeetje niet echt in de buurt. Ik kan het onder veilige voorwaarden versturen, mits je de verzendkosten overneemt”. De rechtbank constateert dat deze “notes” grote overeenkomsten vertonen met de hiervoor onder 3.3.1.2 weergegeven teksten die de verkoper/oplichter in de WhatsApp gesprekken met de aangevers gebruikte. Voorts constateert de rechtbank dat de note “je kunt het overmaken naar: [rekeningnummer] ter name van [aangever] . Kan je svp een een screenshot van de betaling sturen. Dan weet ik zeker dat het is overgeboekt” dateert van 9 april 2017 en dat deze letterlijke tekst is gebruikt bij de oplichting van de heer [aangever] op 23 april 2017. Ten slotte stonden in de contactenlijst van deze telefoon vijf telefoonnummers opgeslagen waarvan verschillende aangevers hebben verklaard dat zij daar contact mee hebben gehad. De rechtbank concludeert dat deze zwarte iPhone een centrale opslagfunctie heeft gehad ter voorbereiding van oplichtingen. De daarop opgeslagen afbeeldingen, teksten en contacten zijn gebruikt bij de identiteitsfraude en oplichtingen die zijn gepleegd met de twee Alcatel telefoons en de blauwe iPhone 5c. Deze laatstgenoemde drie telefoons stralen voornamelijk masten aan in de buurt van de woning van [medeverdachte] en bij gelegenheid in de buurt van de woning van de verdachte. Deze telefoons worden aangetroffen in de woning van de verdachte terwijl hij op dat moment bezig is om deze telefoons te vernietigen en terwijl [medeverdachte] zich met de zwarte iPhone in een andere ruimte bevond. Conclusie Dit alles schreeuwt om een verklaring maar de verdachte heeft ervoor gekozen te zwijgen, evenals [medeverdachte] . Dat is zijn goed recht maar bij gebreke van enige andere logische verklaring, is naar het oordeel van de rechtbank de enige reden waarom verdachte bij de inval door de politie bezig was met het vernietigen van de apparaten, het voorkomen dat deze apparaten gelinkt konden worden aan de daarmee gepleegde oplichtingen en identiteitsfraude. Onder deze omstandigheden staat voor de rechtbank buiten redelijke twijfel vast dat de verdachte en [medeverdachte] de beschikking hebben gehad over deze telefoons en dat hij zich daarmee samen met hem schuldig heeft gemaakt aan oplichting waarbij zij zich tegenover de benadeelden hebben voorgedaan als [aangever] , [aangever] , [aangever] en [aangever] . 3.3.2.2 De periode vóór 10 april 2017 [adres] Na de aanhouding van [medeverdachte] op 17 januari 2017 heeft de politie een onder [medeverdachte] in beslag genomen telefoon uitgelezen. Deze telefoon bleek regelmatig contact te hebben gehad met telefoonnummer [telefoonnummer] . Als de politie dit nummer in politieregistratiesysteem BlueView invoert komt er één registratie naar voren. Die registratie betreft een melding van het aantreffen door een voorbijganger van drie Blackberry telefoons en twee laptops (een Asus en een HP) in en rond een beekje in het park [adres] in [plaats] op 18 januari 2017. Op de Asus laptop zat een sticker met daarop voornoemd telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit de historische verkeersgegevens van genoemd nummer [telefoonnummer] blijkt dat dit telefoonnummer van 16 oktober 2016 tot en met 4 februari 2017 is gebruikt en dat de meest gebruikte zendmast de mast aan het [adres] in [plaats] is. De woning van [medeverdachte] ligt binnen het bereik van deze zendmast. Ook blijkt dat dit nummer contact heeft gehad met een aantal telefoonnummers die volgens de tenaamstelling toebehoren aan [naam] , [naam] , [naam] en [naam] . [naam] en [naam] en zij hebben als adresvermelding het adres waar ook [medeverdachte] staat ingeschreven en zijn waarschijnlijk de zus, respectievelijk moeder van [medeverdachte] . [naam] is waarschijnlijk de broer van zijn vader en [naam] is waarschijnlijk de moeder van de verdachte. Uit deze omstandigheden trekt de rechtbank met de politie de conclusie dat telefoonnummer [telefoonnummer] zeer waarschijnlijk in gebruik is geweest bij de [medeverdachte] . Van één van de in het water aangetroffen Blackberry telefoons zijn de historische gegevens ontvangen. Hieruit blijkt dat het eerste contact dat wordt weergegeven is op 21-08-2016 om 00:07:27 uur. Het laatste contact is op 17-01-2017 om 15:25:42 uur. In deze hele periode zit het nummer [telefoonnummer] in dit toestel. De meest gebruikte mast is weer gelegen aan het [adres] in [plaats] . Tussen 27-11-2016 04:01:20 uur en 28-11-2016 19:24:09 uur straalt het toestel palen aan de [adres] in [plaats] aan binnen welk zendgebied de woning van [medeverdachte] gelegen is. Er vinden geen uitgaande gesprekken plaats. In de hele periode wordt er slechts 15 keer geprobeerd in te bellen en komen er 2 sms’jes binnen, in totaal vanaf 12 verschillende 06-nummers. Deze nummers worden bevraagd in het politiesysteem. Eén van de inbellende nummers is het nummer van aangever [aangever] . Zij heeft verklaard dat zij via WhatsApp contact heeft gehad met de verkoper/oplichter met een telefoonnummer dat heeft gezeten in de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] . Dit is één van de telefoons die bij [medeverdachte] is aangetroffen. Van de in het park in [plaats] aangetroffen laptop HP 15-R085ND is data veiliggesteld. Deze laptop blijkt verbinding te hebben gemaakt met verschillende netwerken. Voor het laatst is dat gebeurd op 17 januari 2017, de dag van de aanhouding van [medeverdachte] en [medeverdachte] . Twee van die netwerken waarmee verbinding is gemaakt, zijn WIFI netwerken die een uniek MAC-adres hadden. Onderzoek in openbare bronnen wees vervolgens uit dat deze MAC-adressen behoorden bij twee Blackberry telefoons. De historische locatiegegevens van deze MAC-adressen gaven GPS locatiecoördinaten 51.983747, 5.9391027 die, met een nauwkeurigheid van 150 meter, de [adres] in [plaats] – de straat waar [medeverdachte] woont – aanwijzen als de plek waar deze netwerken zijn gebruikt. Ook is uit de veiliggestelde data van de harde schijf van deze laptop gebleken dat deze laptop is gebruikt voor internetoplichting. De politie treft twee bestanden aan met daarin verzamelingen van teksten die lijken op advertentieteksten. Onder meer staat vermeld: “Ik verkoop hierbij een nieuwe Sonos Play 5. Ik heb hem deze week gewonnen op mijn werk (…) ik heb er zelf niks voor betaald dus ik ga er ook geen hoofdprijs voor vragen” en “mijn man heeft een Playstation 4 gewonnen (…) aangezien mijn man de console gewonnen heeft willen wij er niet de hoofdprijs voor vragen” en “ik wil hierbij mijn spiksplinternieuwe iPhone 6s verkopen. De reden voor de verkoop is dat ik het toestel heb gewonnen bij een Apple meeting (…) ik ga er natuurlijk niet de hoofdprijs voor vragen aangezien ik het toestel heb gewonnen” en “Samsung Galaxy S6 Edge 64 gb te koop! Aangeboden doordat ik mijn abonnement heb verlengd (…) ik ga er niet de hoofdprijs voor vragen aangezien ik er niks voor heb moeten betalen”. Ook hier constateert de rechtbank tekstuele overeenkomsten met de hiervoor onder 3.3.1.2 besproken advertentieteksten. Onderaan deze teksten staan twee telefoonnummers vermeld om contact mee op te nemen: [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Deze twee telefoonnummers komen in meerdere aangiften van oplichting voor als nummer waarmee de aangever contact heeft gehad met de verkoper. Ook blijkt dat met de laptop in kwestie 68 marktplaatsadvertenties zijn aangemaakt. Eén van de aangevers die contact heeft gehad via een van die advertenties, heeft verklaard geld te hebben overgemaakt op rekening [rekeningnummer] . Nader onderzoek wijst vervolgens uit dat in totaal 16 aangevers hebben verklaard geld op deze bankrekening te hebben overgemaakt. Zoals hiervoor onder 3.3.1.5 al is vastgesteld hebben deze aangevers voorafgaand aan het overmaken contact met nummers die hebben gezeten in telefoons met IMEI-nummers [IMEI-nummer] , [IMEI-nummer] en [IMEI-nummer] . Voorts staan op de harde schijf van voornoemde HP laptop mailcontacten over advertenties van Marktplaats. Aan deze advertenties is het emailadres [e-mailadres] gekoppeld. Een aantal e-mails hebben de tekst “ik heb interesse in ‘PS4 Playstation’ (….) Ik heb interesse in ‘ongeopende Sonos Play 5’ (….) Ik heb interesse in ‘Apple Iphone 6’ (….)” [aangever] heeft op 23 december 2016 zelf aangifte gedaan van oplichting via Marktplaats. Voorts blijken zeven mensen aangifte van oplichting te hebben gedaan die dachten dat zij van [aangever] goederen hadden gekocht. Zij hebben voor deze goederen betaald maar deze goederen nooit ontvangen. Aan een van hen werd door de verkoper een selfie met het rijbewijs van [aangever] gestuurd. Deze aangevers hebben allemaal contact gehad met het nummer [telefoonnummer] . De simkaart van dit nummer zat in die periode dat de aangevers met dit nummer contact hadden in de telefoon met het onderhavige IMEI-nummer [IMEI-nummer] . De iPhone die in het park [adres] in het water lag, is te linken aan een zekere [naam] . Verder blijkt dat met deze telefoon steeds gebruik werd gemaakt van Wifi op of nabij de [adres] in [plaats] . Op het adres [adres] staat [naam] ingeschreven. Dit is het adres van de moeder van de verdachte en vanaf 2 februari 2017 staat hij daar ook ingeschreven. Op dit adres zijn de verdachte en [medeverdachte] op 25 april 2017 aangehouden. 1e tussenconclusie De rechtbank concludeert uit dit alles dat de apparatuur die op 18 januari 2017 is aangetroffen in [adres] onder meer gebruikt is bij de oplichtingen via Marktplaats met behulp van de telefoons met IMEI-nummers [IMEI-nummer] , [IMEI-nummer] en [IMEI-nummer] . Verder is een deel van deze apparatuur nadrukkelijk in verband te brengen met gebruik op de [adres] in [plaats] en een ander deel juist met gebruik op de [adres] in [plaats] . Nu de daar aangetroffen Blackberry en HP Laptop voor het laatst zijn gebruikt op 17 januari 2017 en op 18 januari 2017 zijn gevonden, lijdt het voor de rechtbank geen twijfel dat deze apparatuur vernietigd moest worden omdat het te linken was aan de oplichtingen via Marktplaats waar [medeverdachte] en [medeverdachte] op 17 januari 2017 voor zijn aangehouden. Met betrekking tot IMEI-nummer [IMEI-nummer] Zoals hiervoor onder 3.3.1.5 al vermeld had [aangever] met de verkoper/oplichter contact via het telefoonnummer [telefoonnummer] en zat dit nummer in een telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] . Dit IMEI-nummer is hiervoor al een aantal keer vermeld. Via een op deze telefoon aangesloten tap komt de politie uit op een portiek in de [adres] in [plaats] . Uit contact met Marktplaats blijkt dat vanuit één van de IP-adressen in deze portiek, advertenties op Marktplaats zijn geplaatst. Dit IP-adres blijkt te linken aan de [adres] te [plaats] . Op dit adres staat [medeverdachte] ingeschreven. Op 17 januari 2017 wordt [medeverdachte] op dit adres aangehouden. Hij had een laptop op schoot met zijn handen boven het toetsenbord en op zijn bed lagen meerdere telefoons. De aangetroffen laptop Op deze laptop zijn mappen aangetroffen met foto’s van smartphones, tablets en gameconsoles en tekstbestanden die lijken op advertentieteksten voor een Playstation, iPad, iPhone en Samsung Galaxy. Het betreffen teksten als: “Hallo, ik zet hierbij mijn splinternieuwe Playstation 4 pakket met spellen, controllers en gloednieuwe headset te kook (…) ben momenteel aan het sparen voor een motor en de playstation is niet gebruikt (…) sms/bel of whatsapp naar…” “Splinternieuwe Samsung Galaxy S7 (…) Splinternieuwe Apple iPhone 6 Gold (….)” “Voor interesse(…) voor meer foto’s/vragen graag een apje sturen naar mijn whatsapp [telefoonnummer] ”. Het in deze advertenties genoemde telefoonnummer is door verschillende aangevers van oplichting opgegeven als het telefoonnummer waarmee ze via Marktplaats contact hebben gehad met de verkoper die zich [aangever] noemde. Dit nummer heeft van 31 oktober 2016 tot 16 november 2016 in het toestel met IMEI nummer [IMEI-nummer] gezeten. Verder is uit het onderzoek aan de laptop gebleken dat er een TOR-browser was geïnstalleerd en dat er een incognito-modus was geactiveerd. Uit de browsergeschiedenis is op te maken dat er met deze laptop handelingen zijn verricht op Marktplaats. Er zijn advertenties gewijzigd en accounts aangemaakt. Op 17 januari 2017, vlak voor de aanhouding van [medeverdachte] , is het laatste account aangemaakt. De aangetroffen Blackberry Bold Eén van de bij [medeverdachte] aangetroffen telefoons is een Blackberry Bold en deze is voorzien van het IMEI nummer met het betreffende IMEI nummer [IMEI-nummer] . In totaal hebben drieëntachtig aangevers van Marktplaatsoplichting met deze telefoon contact gehad. Deze aangevers dachten contact te hebben met respectievelijk [benadeelde], [benadeelde], [benadeelde], [benadeelde], [benadeelde], [benadeelde], en [aangever] . Zij hebben verklaard dat zij van de betreffende personen/verkopers een legitimatiebewijs aangeboden hebben gekregen. [aangever] , [aangever] , [aangever] , [aangever] en [aangever] hebben aangifte gedaan van identiteitsfraude. [aangever] en [aangever] hebben verklaard dat zij een foto van hun identiteitskaart hebben gestuurd aan de verkoper/oplichter. [aangever] heeft een foto van zijn paspoort gestuurd en [aangever] en [aangever] hebben een foto van hun rijbewijs gestuurd. Voor [aangever] geldt daarnaast dat hij ook een foto van zijn politielegitimatiebewijs heeft meegestuurd. Aangetroffen notitie met nummers In de slaapkamer van [medeverdachte] is onder zijn bed een briefje aangetroffen en in beslag genomen. Op dit briefje staan delen van rekeningnummers met daarbij steeds een code van vier cijfers. Het gaat om [deel rekeningnummer] , [deel rekeningnummer] , [deel rekeningnummer] en [deel rekeningnummer] . Bij gebreke van enige andere logische verklaring, gaat de rechtbank ervan uit dat het aangetroffen briefje ziet op bankrekeningnummers en dat de viercijferige codes zeer waarschijnlijk de bijbehorende pincodes zijn. Deze gedeeltelijke (bankrekening)nummers komen immers overeen met bankrekeningnummers die door verschillende aangevers zijn genoemd in de periode van 19 augustus 2016 tot en met 12 september 2016. Zo hebben drie aangevers geld overgemaakt naar het nummer [rekeningnummer] . Zes aangevers hebben geld overgemaakt naar het nummer [rekeningnummer] . Tien aangevers hebben geld overgemaakt naar het nummer [rekeningnummer] . Drie aangevers hebben geld overgemaakt naar het nummer [rekeningnummer] . Al deze aangevers hebben daaraan voorafgaand contact gehad met telefoonnummers die in een telefoon hebben gezeten met IMEI- [IMEI-nummer] , welke in beslag is genomen bij [medeverdachte] , of in een telefoon met IMEI- [IMEI-nummer] . Overige bankrekeningnummers De 83 aangevers die contact hebben gehad met telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] hebben geld overgemaakt naar 22 verschillende ING-bankrekeningen. Uit het dossier blijkt dat 19 van deze rekeningen tevens voorkomen in aangiften waarbij aangevers contact hebben gehad met telefoonnummers die zitten in telefoons met respectievelijk IMEI-nummer [IMEI-nummer] en IMEI-nummer [IMEI-nummer]. 2e tussenconclusie De rechtbank stelt vast dat er in de periode vóór 10 april 2017 grote overeenkomsten zijn in de aangiftes die zien op de verschillende IMEI-nummers. Voorts met betrekking tot de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] Zoals hiervoor al weergegeven hebben in deze telefoon vierentwintig verschillende simkaarten/telefoonnummers gezeten in de periode 12 juni 2016 tot en met 19 november 2016. Negentien van deze telefoonnummers worden door honderdzevenentwintig aangevers genoemd als het nummer waarmee zij via WhatsApp contact hadden met de verkoper/oplichter. Ook daarna is de telefoon gebruikt voor oplichtingspraktijken en wel tot en met 17 januari 2017, de datum waarop [medeverdachte] en [medeverdachte] zijn opgepakt. Achttien aangevers die contact hadden met zes verschillende telefoonnummers in deze telefoon, dachten contact te hebben met [aangever] . [aangever] heeft zelf aangifte gedaan van identiteitsfraude waarbij zijn paspoort werd misbruikt. Vier aangevers die contact hadden met [telefoonnummer] , dachten contact te hebben met [aangever] . [aangever] heeft zelf aangifte gedaan van identiteitsfraude waarbij zijn rijbewijs is misbruikt. Negen aangevers die contact hadden met [telefoonnummer] en dachten contact te hebben met [aangever] en kregen van hem een rijbewijs toegestuurd. Zestien aangevers die contact hadden met respectievelijk [telefoonnummer] en [telefoonnummer] , dachten contact te hebben met [aangever] , [aangever] zelf heeft aangifte gedaan van identiteitsfraude waarbij haar identiteitskaart werd misbruikt. Negenentwintig aangevers die met zes verschillende telefoonnummers waaronder het hiervoor genoemde nummer [telefoonnummer] contact hadden, dachten contact te hebben met [aangever] . Zelf heeft [aangever] aangifte gedaan van identiteitsfraude waarbij haar rijbewijs is misbruikt. Achttien aangevers die contact hebben gehad met nummer [telefoonnummer] , dachten contact te hebben met [aangever] . Zelf heeft zij aangifte gedaan van identiteitsfraude waarbij haar rijbewijs is misbruikt. Vier aangevers die contact hebben gehad van nummer [telefoonnummer] , dachten contact te hebben met [aangever] . [aangever] zelf heeft aangifte gedaan van identiteitsfraude waarbij zijn rijbewijs is misbruikt. Daarnaast dachten zeven aangevers die contact hebben gehad met [telefoonnummer] , dat zij contact hadden met de hiervoor al genoemde [aangever] . Hen werd een foto van het rijbewijs van [aangever] toegestuurd. Uit de historische verkeersgegevens en de telefoontap die op dit toestel is aangesloten blijkt dat het toestel vooral gebruik maakt van zendmasten in [plaats] aan het [adres] en de [adres] . De [adres] te [plaats] valt onder het bereik van deze zendmasten. Zoals al vastgesteld is dit is het adres van de moeder van de verdachte en staat de verdachte daar vanaf 3 februari 2017 zelf ingeschreven. Voorts met betrekking tot de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] Deze telefoon is op 28 augustus 2016 voor het eerst gebruikt en voor het laatst op 17 januari 2017. In deze periode hebben zestien verschillende 06-nummers in deze telefoon gezeten, die op één na allemaal voorkomen in aangiften van marktplaatsoplichting. Voor zover met het oog op de tenlastelegging relevant, hebben de navolgende telefoonnummers in de navolgende periodes in deze telefoon gezeten: [telefoonnummer] van 15-10-2016 t/m 20-10-2016; van 29-10-2016 t/m 11-11-2016; van 12-11-2016 t/m 18-11-2016; van 3-12-2016 t/m 7-12-2016; [telefoonnummer] van 10-12-2016 t/m 14-12-2016; [telefoonnummer] van 17-12-2016 t/m 21-12-2016. Voor [telefoonnummer] geldt dat drie aangevers hebben verklaard met dit telefoonnummer contact te hebben gehad en dat zij in de veronderstelling waren dat zij te maken hadden met [aangever] en/of [aangever] . Volgens één van de aangevers had “ [aangever] ” een WhatsApp profielfoto met haar twee dochtertjes waardoor de aangever het wel vertrouwde. Voor [telefoonnummer] geldt dat negen aangevers hebben verklaard met dit telefoonnummer contact te hebben gehad en dat zij in de veronderstelling waren dat zij te maken hadden met [aangever] en/of [aangever] . [aangever] heeft op 13 oktober 2016 aangifte gedaan van identiteitsfraude. Voor [telefoonnummer] geldt dat vier aangevers hebben verklaard met dit telefoonnummer contact te hebben gehad en dat zij in de veronderstelling waren dat zij te maken hadden met [aangever] en/of [aangever] . Eén van hen heeft daarbij van de verkoper een foto van de identiteitskaart van Vosters toegestuurd gekregen. [aangever] heeft op 8 oktober 2016 aangifte gedaan van identiteitsfraude. Voor [telefoonnummer] geldt dat acht aangevers hebben verklaard met dit telefoonnummer contact te hebben gehad en dat zij in de veronderstelling waren dat zij te maken hadden met [aangever] . Voor [telefoonnummer] geldt dat vijf aangevers hebben verklaard met dit telefoonnummer contact te hebben gehad en dat ook zij in de veronderstelling waren dat zij te maken hadden met [aangever] . Voor [telefoonnummer] geldt dat zeven aangevers hebben verklaard met dit telefoonnummer contact te hebben gehad en dat zij in de veronderstelling waren dat zij te maken hadden met [aangever] . [aangever] heeft aangifte gedaan van identiteitsfraude waarbij zijn identiteitskaart werd misbruikt. De telefoon met IMEI [IMEI-nummer] maakte voornamelijk gebruik van zendmasten gelegen aan de [adres] en [adres] in [plaats] en [adres] in [plaats] . Zoals al vastgesteld ligt de woning van [medeverdachte] aan de [adres] binnen het standaardbereik van de masten aan de [adres] . Dat geldt ook voor de mast aan de [adres] . Daarnaast valt de woning net buiten het standaardbereik van de zendmast aan de [adres] . Omdat de hoek van die zendmast wel richting de [adres] gericht is, is het volgens de politie niet uit te sluiten dat vanuit de [adres] gebruik kan worden gemaakt van die zendmast. 3e tussenconclusie De combinatie van omstandigheden wijst in de richting de verdachte als degene die gebruik maakte van de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] en in de richting van [medeverdachte] als degene die bij de oplichting gebruik maakte van de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] . De verdediging merkt terecht op dat betrokkenheid baseren op louter mastgegevens niet voldoende is, te meer nu de telefoons met deze IMEI nummers niet bij de verdachte en [medeverdachte] zijn aangetroffen en de betreffende zendmasten een ruim bereik hebben. Het is juist dat behoedzaam met zendmastgegevens moet worden omgegaan bij het bepalen van de exacte locatie van een telefoon. Uit het voorgaande volgt echter dat er veel meer is dat duidt op betrokkenheid van de verdachte en [medeverdachte] , dan alleen de zendmastgegevens. In het bijzonder doelt de rechtbank dan op de hierboven al vastgestelde betrokkenheid van de verdachte en [medeverdachte] als plegers van de oplichtingen en identificatiefraude in april 2017, waarbij exact dezelfde modus operandi en teksten werden gebruikt en waarbij dezelfde zendmasten aanstraalden. Tevens komen de gebruikte bankrekeningnummers voor in dezelfde periodes bij aangiftes die te linken zijn aan zowel deze IMEI-nummers als ook aan het IMEI-nummer van de telefoon die bij [medeverdachte] is aangetroffen. In ieder geval bestaan er dermate veel en sterke aanwijzingen in de richting van de verdachte dat het, bij gebreke van een verklaring die een ander beeld oplevert en die op basis van het dossier niet op voorhand onaannemelijk is, voor de rechtbank buiten redelijke twijfel vast staat dat de verdachte de gebruiker is geweest van de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] en [medeverdachte] de gebruiker van de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] . Eindconclusie met betrekking tot feit 1 en feit 2 Uit al hetgeen hiervoor is overwogen en geconcludeerd volgt dat: de advertentieteksten voor wat betreft tekst en aanbod in alle aangiften sterk op elkaar leken; de telefoonnummers die in de aangiften genoemd werden gezeten hebben in de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] , de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] en de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] ; in deze telefoontoestellen steeds na een korte periode van telefoonnummer werd gewisseld; met de verkoper alleen via Whatsapp contact mogelijk was; in de Whatsapp gesprekken met deze telefoons door de verkoper vaak dezelfde teksten werden gebruikt; de verkoper steeds (selfies met) identiteitsbewijzen van anderen gebruikte om zo bij de koper het vertrouwen te wekken dat het wel goed zat; de bankrekeningnummers die de verkoper aan de aangevers gaf om het aankoopbedrag op te storten, in werkelijkheid veelal op naam stonden van mensen uit Oost Europa en maar een beperkte periode actief waren; de gelden op die rekeningnummers door de aangevers werden gestort, bijna direct in Amsterdam contant werden opgenomen; bij [medeverdachte] rekeningnummers en pincodes zijn aangetroffen van bankrekeningen waarop aangevers hebben betaald die contact hebben gehad met de telefoonnummer dat zat in de telefoon met IMEI nummer [IMEI-nummer] of een telefoonnummer dat zat in de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] ; 19 dezelfde bankrekeningen in aangiften staan vermeld terwijl de aangevers contact hebben gehad met een telefoonnummer dat of zat in een telefoon met IMEI- [IMEI-nummer] of een telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] of een telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] ; de verdachte de gebruiker was van de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] en [medeverdachte] de gebruiker van de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] ; [medeverdachte] de gebruiker was van de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] ; de spullen die zijn aangetroffen in [adres] , in de nabijheid van de woning van [medeverdachte] , zowel te koppelen zijn aan de oplichtingen die zijn verricht door [medeverdachte] als aan verdachte en [medeverdachte] . Voor dit alles heeft de verdachte, zoals al overwogen, geen enkele verklaring gegeven. Bij gebreke daarvan is de rechtbank, gelet op al deze feiten en omstandigheden, van oordeel dat de verdachte, [medeverdachte] en [medeverdachte] bij de oplichting en identiteitsfraude zodanig nauw en bewust met elkaar hebben samengewerkt dat sprake is van medeplegen van alle aan hem tenlastegelegde feiten in de periode tot aan 17 januari 2017. Na de aanhouding van [medeverdachte] hebben de verdachte en [medeverdachte] de apparaten die gekoppeld konden worden aan deze samenwerking, in [adres] in het water gedumpt. Vervolgens hebben zij vanaf 10 april 2017 de draad weer opgepakt en zijn zij met nieuwe telefoons op dezelfde wijze verder gegaan. Zoals geconcludeerd in overweging 3.3.2.1 is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich ook in deze periode in vereniging schuldig heeft gemaakt aan oplichting en identiteitsfraude. De rechtbank acht daarom de hem ten laste gelegde oplichtingen en identiteitsfraudes tezamen en in vereniging wettig en overtuigend bewezen en wel vanaf 19 juni 2016, de datum waarop de eerste keer sprake is van oplichting met de telefoon met IMEI nummer IMEI [IMEI-nummer] . Met betrekking tot feit 3 (gewoontewitwassen) Zoals hiervoor overwogen werden de uit oplichting afkomstige bedragen – de gelden die door de kopers aan de ‘verkopers’ werden betaald - op verzoek van de verdachte en zijn medeplegers zonder uitzondering overgemaakt op bankrekeningnummers die op naam van derden uit Oost-Europa stonden. Deze derden hadden zelf niet de beschikking over het geld op die bankrekeningen. Zij hadden de daarbij behorende bankpas immers afgegeven aan iemand anders. De bankrekeningen werden korte tijd gebruikt. Binnen die korte tijd kwamen de bedragen uit oplichting op de rekening binnen en vervolgens werd de rekening zo snel mogelijk leeggehaald door middel van contante opnames of pinbetalingen. Ten slotte blijkt, zoals hierboven reeds overwogen, dat in veel gevallen de verdachte het geld uit oplichting liet overmaken op dezelfde bankrekening als waar zijn medeverdachten ‘hun’ geld op lieten overmaken. De rechtbank is van oordeel dat de verdachte zich op deze manier heeft schuldig gemaakt aan witwassen. Vanaf het moment dat kopers hun aankoopbedrag hadden overgemaakt op een rekening die op naam stond van een derde die zelf niet bij dat geld kon komen, is verhuld wie de uit oplichting afkomstige bedragen vanaf dat moment voorhanden had. Op deze manier bleef het immers voor zowel de benadeelden als voor de politie onduidelijk bij wie het ‘aankoopbedrag’ terecht was gekomen. Vervolgens werd vanaf het moment dat het geld contant werd opgenomen of via een betaalautomaat werd besteed ook nog eens verhuld wie er van die bedragen gebruik had gemaakt. Zoals hiervoor al overwogen is naar het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de oplichtingen tussen de verdachte, [medeverdachte] en [medeverdachte] sprake van medeplegen. Voorts zijn, zoals hiervoor al overwogen, de bedragen van de verschillende bankrekeningen steeds opgenomen in Amsterdam. Bij een aantal van deze transacties is [medeverdachte] herkend als de pinner. Hij kreeg daartoe van [medeverdachte] de benodigde pasjes en pincodes. De rechtbank constateert dat deze gang van zaken veel overleg tussen de verdachten met zich moest brengen. Niet alleen moesten zij van elkaar weten welke bankrekening zou worden gebruikt maar ook wanneer en hoeveel geld daarop gestort werd, zodat het vervolgens snel gepind kon worden. Ook ten aanzien van het witwassen is daarom naar het oordeel van de rechtbank tussen de verdachten en [medeverdachte] en andere – onbekend – gebleven pinners, sprake van een nauwe en bewuste samenwerking en daarmee van medeplegen. Dat brengt met zich dat de verdachte niet alleen schuldig is aan het witwassen van de bedragen afkomstig uit de met zijn telefoons gepleegde oplichtingen, maar ook aan witwassen van alle bedragen die zijn verkregen door de oplichtingen van de twee anderen. Ten slotte maken de veelvoud aan witwashandelingen en de duur van de periode waarin de verdachte zich aan witwassen heeft schuldig gemaakt zonder meer dat de verdachte van witwassen een gewoonte heeft gemaakt. Witwasbedrag Om het door de verdachte witgewassen bedrag vast te stellen heeft de rechtbank hieronder voor iedere door de verdachte of door één van zijn medeverdachten in de aan de verdachte ten laste gelegde periode gebruikte bankrekening het bedrag vastgesteld dat uit oplichting afkomstig was. Indien in het overzicht hieronder geen voetnoot bij een bankrekening is opgenomen, heeft de rechtbank voor die rekening gebruik gemaakt van een uitgeprint excel-bestand van de politie. Daarin staat per gebruikte bankrekening opgenomen welke slachtoffers geld op die rekeningen hebben overgemaakt en om welke bedragen dat gaat. Indien bij een bankrekening wel een voetnoot is opgenomen, heeft de rechtbank gebruik gemaakt van door de politie opgestelde ambtshandelingen. In die gevallen is door de politie onderzoek naar die bankrekening gedaan en is onder meer beschreven welke bedragen op deze rekeningen zijn overgemaakt en bij welke bedragen uit de betalingsomschrijving kan worden afgeleid dat dat om ‘aankopen’ ging. Niet al die aankopen zijn echter te relateren aan specifieke aangiftes. Nu aan de ene kant niet van elke oplichting aangifte is gedaan en aan de andere kant geen aanleiding bestaat om te veronderstellen dat de verdachte en zijn medeverdachte ook producten op een eerlijke manier hebben verkocht, staat voor de rechtbank ook voor die bedragen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vast dat die afkomstig zijn uit oplichting. [rekeningnummer] € 4.950,95 [rekeningnummer] € 3.394,15 [rekeningnummer] € 3.196,45 [rekeningnummer] € 1.028,95 [rekeningnummer] € 3.320,50 [rekeningnummer] € 3.311,60 [rekeningnummer] € 3.830,70 [rekeningnummer] € 1.292,30 [rekeningnummer] € 3.265,70 [rekeningnummer] € 7.426,25 [rekeningnummer] € 5.365,70 [rekeningnummer] € 2.499,20 [rekeningnummer] € 1.659,95 [rekeningnummer] € 1.910,00 [rekeningnummer] € 2.031,00 [rekeningnummer] € 200,00 [rekeningnummer] € 6.020,15 [rekeningnummer] € 12.124,96 [rekeningnummer] € 200,00 [rekeningnummer] € 14.885,26 [rekeningnummer] € 13.660,50 [rekeningnummer] € 5.589,90 [rekeningnummer] € 1.046,46 [rekeningnummer] € 3.382,45 [rekeningnummer] € 3.428,60 [rekeningnummer] € 206,50 [rekeningnummer] € 5.498,10 [rekeningnummer] € 5.334,17 [rekeningnummer] € 10.465,02 [rekeningnummer] € 1.323,55 [rekeningnummer] € 10.078,38 [rekeningnummer] € 3.717,26 + Totaal: € 145.644,66 Het totaal door de verdachte, tezamen en in vereniging witgewassen bedrag wordt door de rechtbank gesteld op een bedrag van € 145.644,66. Met betrekking tot feit 4 (criminele organisatie) Voor het aannemen van een criminele organisatie is vereist dat sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband tussen twee of meer personen met een bepaalde organisatiegraad. Om te kunnen spreken van deelneming in een criminele organisatie is nodig dat verdachte tot het samenwerkingsverband behoort én een aandeel heeft in gedragingen, dan wel die gedragingen ondersteunt, die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie (het naaste doel van de organisatie). Het is voldoende dat verdachte in zijn algemeenheid weet dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Verdachte hoeft geen wetenschap te hebben van één of meer concrete misdrijven. Hiervoor is al geoordeeld dat de verdachte in de periode 19 juni 2016 tot en met 24 april 2017 met [medeverdachte] , [medeverdachte] en anderen en na de aanhouding van [medeverdachte] en [medeverdachte] op 17 januari 2017 met [medeverdachte] en anderen heeft samengewerkt bij het op grote schaal plegen van identiteitsfraude en oplichtingen via Marktplaats.nl en dat hij met anderen, waaronder [medeverdachte] , [medeverdachte] en [medeverdachte] , heeft samengewerkt bij het gewoontewitwassen. Door de verdachte, [medeverdachte] en [medeverdachte] werden vele advertenties op Marktplaats.nl geplaatst met snel wisselende telefoonnummers. Het waren altijd prepaid nummers, waar geen identiteit aan te koppelen is. Met deze telefoonnummers hebben zij in de korte tijd dat deze nummers in gebruik waren, veel sms en WhatsApp contact gehad met potentiële kopers/slachtoffers. Daarbij maakten zij misbruik van selfies met een identiteitsbewijs van eerdere slachtoffers. Ook dit misbruik was relatief kort. Met name het misbruik van de identiteit van [aangever] heeft hen veel geld opgeleverd. Ongetwijfeld omdat diens politielegitimatie veel vertrouwen wekte bij potentiële kopers/slachtoffers. De bankrekeningnummers waarop de aankoopbedragen door de kopers werden gestort waren eveneens maar een beperkte periode actief. Het gaat hierbij om bankrekeningen die veelal op naam stonden van personen uit Oost-Europa. Deze personen hadden in Nederland een rekening op hun naam geopend en vervolgens hun pasje en pincode afgegeven aan personen die in dit onderzoek verder onbekend zijn gebleven. Het geld dat door de kopers op deze rekeningen gestort was, werd vervolgens vrijwel direct contant opgenomen in Amsterdam, door andere personen waaronder [medeverdachte] die daartoe van [medeverdachte] de benodigde pasjes en pincodes kreeg. Uit deze wijze van handelen blijkt dat de verdachten er alles aan deden om er voor te zorgen dat de fraude en oplichting ongestoord kon voort gaan en dat potentiële slachtoffers niet werden afgeschrikt door waarschuwingen op Marktplaats.nl of sociale media. Steeds werd aan kopers gevraagd een selfie met een identiteitsbewijs te appen om het vertrouwen bij de verkoper te wekken. Op die manier konden de verdachten snel schakelen en bijvoorbeeld, voordat algemeen bekend werd dat de verkoper met de naam [aangever] de boel oplichtte, de identiteit van [aangever] gebruiken, die zelf dacht dat hij van [aangever] een Playstation had gekocht. Ook hier geldt dat het volstrekt duidelijk is dat deze gang van zaken een goede organisatie en veel overleg vereist. Zo moest tussen de verdachten afgestemd worden van wie zij de selfies hadden ontvangen, welke identiteit vervolgens in de advertentie opgevoerd zou worden, welk telefoonnummer daarbij gezet zou worden en, zoals al overwogen, op welke bankrekening betaald kon worden, hoeveel er daadwerkelijk betaald was, hoeveel gepind kon worden en wie dat ging doen. Voorts moesten bankrekeningen van katvangers geregeld worden, hetgeen al een organisatie op zichzelf is. In dit verband is veelzeggend dat uit het dossier blijkt dat bankrekeningen werden geopend, dat kort daarna beperkte stortingen plaatsvinden en dat deze rekeningen vervolgens pas een paar maanden later daadwerkelijk bij de oplichting werden ingezet. Gelet op dit alles maakte de verdachte samen met [medeverdachte] , [medeverdachte] , [medeverdachte] en anderen deel uit van een organisatie die tot oogmerk had identiteitsfraude en oplichting en vervolgens het witwassen van het daarmee verkregen geld. 3.4 De bewezenverklaring De rechtbank verklaart bewezen dat: 1. hij in de periode van 19 juni 2016 tot en met 25 april 2017 te Amsterdam en Arnhem tezamen en in vereniging met anderen (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk gebruik heeft gemaakt van een niet op zijn naam gesteld reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht en/of een ander identiteitsbewijs dat is afgegeven door een dienst of organisatie van vitaal of nationaal belang, te weten - een afbeelding van een Nederlands paspoort op naam van [aangever] (geb. [geboortedatum] ) en - een afbeelding van een Nederlandse identiteitskaart op naam van [aangever] (geb. [geboortedatum] ) en - een afbeelding van een Nederlands rijbewijs op naam van [aangever] (geb. [geboortedatum] ) en - een afbeelding van een Nederlands rijbewijs op naam van [aangever] (geb. [geboortedatum] ) en - een afbeelding van een Nederlands rijbewijs op naam van [aangever] e/v [aangever] (geb. [geboortedatum] ) en - een afbeelding van een Nederlands paspoort op naam van [aangever] (geb. [geboortedatum] ) en - een afbeelding van een Nederlands rijbewijs op naam van [benadeelde] en - een afbeelding van een Nederlands rijbewijs op naam van [aangever] (geb. [geboortedatum] ) en - een afbeelding van een Nederlandse identiteitskaart op naam van [aangever] (geb. [geboortedatum] ) en - een afbeelding van een Nederlands rijbewijs op naam van [aangever] (geb. [geboortedatum] ) en een afbeelding van een politielegitimatiebewijs op naam van [aangever] (Inspecteur van Politie Landelijke Eenheid) en - een afbeelding van een Nederlands paspoort op naam van [aangever] (geb. [geboortedatum] ) en - een afbeelding van een Nederlandse identiteitskaart op naam van [aangever] (geb. [geboortedatum] ) en - een afbeelding van een Nederlandse identiteitskaart op naam van [aangever] (geb. [geboortedatum] ) en - een afbeelding van een Nederlandse identiteitskaart op naam van [aangever] en - een afbeelding van een Nederlands rijbewijs op naam van [aangever] (geb. [geboortedatum] ) en - een afbeelding van een Nederlands rijbewijs op naam van [aangever] (geb. [geboortedatum] ) en - een afbeelding van een Nederlands rijbewijs op naam van [aangever] (geb. [geboortedatum] ) en - een afbeelding van een Nederlandse identiteitskaart op naam van [aangever] (geb. [geboortedatum] ) en - een afbeelding van een Nederlandse identiteitskaart op naam van [aangever] (geb. [geboortedatum] ) en - een afbeelding van een Nederlands rijbewijs op naam van [aangever] (geb. [geboortedatum] ) en - een afbeelding van een Nederlandse identiteitskaart op naam van [aangever] (geb. [geboortedatum] ), welk gebruik hierin bestond dat hij verdachte en zijn mededaders een kopie en/of foto/afbeelding van dat reisdocument en/of identiteitsbewijs hebben toegestuurd, teneinde vertrouwen te wekken bij die geïnteresseerden; 2. hij in de periode van 19 juni 2016 tot en met 25 april 2017 te Amsterdam en Arnhem tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, - ( misbruikte identiteit [benadeelde] ) 3 (drie) personen te weten [benadeelde] (LMIO p. 1002) en [benadeelde] (LMIO p. 1231) en [benadeelde] (LMIO p. 1665) en - ( misbruikte identiteit [aangever] ) 18 (achttien) personen te weten [benadeelde] (LMIO p. 1454) en [benadeelde] (LMIO p. 1779) en [benadeelde] (LMIO p. 1891) en andere personen (LMIO dossier p. 289 en p. 355 en p. 424 en p. 437 en p. 580 en p. 612 en p. 622 en p. 685 en p. 691 en p. 792 en p. 796 en p. 1287 en p. 1393 en p. 1542 en p. 1819) en - ( misbruikte identiteit [aangever] ) 5 (vijf) personen te weten [benadeelde] (LMIO p. 324) en [benadeelde] (LMIO p. 667) en andere personen (LMIO dossier p. 561 en p. 599 en p. 700) en - ( misbruikte identiteit [aangever] ) 6 (zes) personen te weten [benadeelde] (LMIO p. 636) en [benadeelde] (LMIO p. 349) en [benadeelde] (LMIO p. 592) en andere personen (LMIO dossier p. 361 en p. 370 en p. 374) en - ( misbruikte identiteit [aangever] ) 9 (negen) personen te weten [benadeelde] (LMIO p. 387) en [benadeelde] (LMIO p. 501) en andere personen (LMIO dossier p. 428 en p. 495 en p. 529 en p.584 en p. 647 en p. 652 en p. 657) en - ( misbruikte identiteit [benadeelde] ) 3 (drie) personen te weten [benadeelde] (LMIO p. 641) en [benadeelde] (LMIO p. 366) en [benadeelde] (LMIO p. 551) en - ( misbruikte identiteit [aangever] ) 16 (zestien) personen te weten [aangever] (LMIO p. 1134) en [benadeelde] (LMIO p. 867) en [benadeelde] (LMIO p. 1416) en andere personen (LMIO dossier p. 829 en p. 892 en p. 1012 en p. 1068 en p. 1164 en p. 1297 en p. 1406 en p. 1478 en p. 1499 en p. 1556 en p. 1763 en p. 1769 en p. 1974) en - ( misbruikte identiteit [benadeelde] ) 5 (vijf) personen te weten [benadeelde] (LMIO p. 1082) en [benadeelde] (LMIO p. 752) en andere personen (LMIO dossier p. 907 en p. 966 en p. 1022) en - ( misbruikte identiteit [benadeelde] ) 3 (drie) personen te weten [benadeelde] (LMIO p. 779) en [benadeelde] (LMIO p. 1669) en [benadeelde] (LMIO p. 926) en - ( misbruikte identiteit [aangever] ) 30 (dertig) personen te weten [aangever] (G/159) en [benadeelde] (LMIO p. 748) en [benadeelde] (LMIO p. 1697) en [benadeelde] (LMIO p. 1635) en andere personen (LMIO dossier p. 774 en p. 800 en p. 844 en p. 974 en p. 982 en p. 1007 en p. 1037 en p. 1105 en p. 1301 en p. 1434 en p. 1515 en p. 1525 en p. 1567 en p. 1613 en p. 1750 en p. 1833 en G/20 en G/109 en G/111 en G/115 en G/ 116 en G/124 en G/134 en G/139 en G/141 en G/144) en - ( misbruikte identiteit [benadeelde] ) 6 (zes) personen te weten [aangever] (G/01) en [benadeelde] (LMIO p. 1653) en andere personen (LMIO dossier p. 719 en p. 947 p. 1154 en p. 1808) en - ( misbruikte identiteit [aangever] en/of [aangever] ) 3 (drie) personen te weten [benadeelde] (LMIO p. 943) en [benadeelde] (LMIO p. 1283) en [benadeelde] (LMIO p. 1583) en - ( misbruikte identiteit [aangever] ) 58 (achtenvijftig) personen te weten [benadeelde] (G/02) en [benadeelde] (G/10) en [aangever] (G/25) en andere personen (G/03 en G/04 en G/05 en G/06 en G/07 en G/08 en G/09 en G/11 en G/12 en G/13 en G/14 en G/15 en G/16 en G/18 en G/19 en G/23 en G/24 en G/26 en G/27 en G/28 en G/29 en G/30 en G/31 en G/32 en G/33 en G/34 en G/35 en G/36 en G/37 en G/38 en G/39 en G/40 en G/41 en G/42 en G/43 en G/45 en G/46 en G/47 en G/48 en G/49 en G/50 en G/51 en G/52 en G/53 en G/54 en G/57 en G/58 en G/59 en G/64 en G/66 en G68 en G/80 en G/89 en G/94 en G/157) en - ( misbruikte identiteit [aangever] en/of [aangever] ) 9 (negen) personen te weten [benadeelde] (G/107) en [benadeelde] (G/112) en andere personen (G/110 en G/113 en G/118 en G/120 en G/126 en G/129 en G/130) en - ( misbruikte identiteit [aangever] en/of [aangever] ) 4 (vier) personen te weten [benadeelde] (LMIO p. 303) en [benadeelde] (G/119) en [benadeelde] (G/132) en [benadeelde] (G/142) en - ( misbruikte identiteit [aangever] en/of [aangever] ) 17 (zeventien) personen te weten [benadeelde] (G/127) en [benadeelde] (G/138) en andere personen (G/103 en G/104 en G/105 en G/106 en G/108 en G/117 en G/121 en G/122 en G/123 en G/125 en G/128 en G/133 en G/137 en G/143 en G/158) en - ( misbruikte identiteit [aangever] ) 20 (twintig) personen te weten [benadeelde] (aanvullend dossier p. 261) en [benadeelde] (aanvullend dossier p. 264) en andere personen (aanvullend dossier p. 267 en p. 270 en p. 273 en p. 276 en p. 279 en p. 282 en p. 285 en p. 288 en p. 291 en p. 294 en p. 297 en p. 300 en p. 303 en p. 306 en p. 309 en p. 312 en p. 315 en p. 319) en - ( misbruikte identiteit [aangever] ) 1 (één) persoon genaamd [benadeelde] (G/136) en - ( misbruikte identiteit [aangever] ) 7 (zeven) personen te weten [benadeelde] (LMIO p. 743) en [benadeelde] (LMIO p. 1336) en andere personen (LMIO dossier p. 816 en p. 911 en p. 1376 en p. 1463 en p. 1773) en - ( misbruikte identiteit [aangever] en/of [aangever] ) 7 (zeven) personen te weten [benadeelde] (G/65) en [benadeelde] (G/67) en andere personen (G/71 en G/72 en G/73 en G/78 en G/88) en - ( misbruikte identiteit [aangever] ) 13 (dertien) personen te weten [benadeelde] (G/82) en [benadeelde] (G/83) en [benadeelde] (G/92) en andere personen (G/91 en G/93 en G/95 en G/99 en G/101 en G/147 en G/152 en G/155 en aanvullend dossier p. 374 en p. 380) en - ( misbruikte identiteit [aangever] ) 3 (drie) personen te weten [benadeelde] (G/96) en [benadeelde] (G/102) en [benadeelde] (G/153) en - ( misbruikte identiteit [aangever] ) 4 (vier) personen te weten [benadeelde] (G/63) en [benadeelde] (G/151) en andere personen (G/149 en G/156) en - ( misbruikte identiteit [aangever] ) 2 (twee) personen te weten [benadeelde] (G/148) en [benadeelde] (aanvullend dossier p. 365), hebben bewogen tot de afgifte van geldbedragen, immers hebben verdachte en zijn mededaders toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid - zich voorgedaan als bonafide verkoper en - zich voorgedaan als [benadeelde] en [aangever] en [aangever] en [aangever] en [aangever] en [benadeelde] en [aangever] en [benadeelde] en [aangever] en [benadeelde] en [aangever] en/of [aangever] en [aangever] (inspecteur van Politie Landelijke Eenheid) en [aangever] en/of [aangever] en [aangever] en/of [aangever] en [aangever] en/of [aangever] en [aangever] en [aangever] en [aangever] en [aangever] en/of [aangever] en [aangever] en [aangever] en [aangever] en [aangever] en - zich voorgedaan als wonende in de provincie Zeeland en - advertenties op www.marktplaats.nl geplaatst voor een spelcomputer/PS4 en een iPhone en een Sonos en een Samsung telefoon en andere voorwerpen en - met geïnteresseerden contact gehad via whatsapp en - whatsapp profielfoto’s met afbeeldingen van kinderen gebruikt en whatsapp profielfoto’s gebruikt van de personen wiens identiteit is misbruikt en whatsapp profielfoto’s gebruikt passend bij de personen wiens identiteit is misbruikt en - vervolgens aangevers foto's van het identiteitsbewijs of paspoort of het rijbewijs en/of politielegitimatiebewijs en/of een (zogenaamde) selfie toegestuurd en - geïnteresseerden aangeboden om een foto van een identiteitsbewijs of paspoort of rijbewijs en/of een (zogenaamde) selfie van de (vermeende) aanbieder toe te sturen en - geïnteresseerden aangeboden om de/het voorwerp(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.