Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige strafkamer Parketnummer: 09/797335-16 Datum uitspraak: 21 december 2017 Tegenspraak (Promisvonnis) De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , BRP-adres: [adres] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 28 september 2017 (pro forma) en 7 december 2017 (inhoudelijk). De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.P. Peters en van hetgeen door de raadsvrouw van de verdachte mr. M.R.M. Schaap, advocaat te Groningen, en door W. Grootveld, namens [benadeelde partij] , naar voren is gebracht. De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het hem onder primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uur, te vervangen door 60 dagen vervangende hechtenis als deze niet naar behoren wordt verricht, alsmede tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. 2De tenlastelegging Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat: hij in of omstreeks de periode van 8 oktober 2013 tot en met 01 januari 2017 te 's-Gravenhage opzettelijk een geldbedrag van 23.212,62 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als beheerder van de tussenrekening bij de Stichting Derderngelden Buckaroo ten behoeve van www.reddingsactiedepier.nl, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; subsidiair voorzover het vorenstaande onder 1 primair niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij in of omstreeks de periode van 08 oktober 2013 tot en met 01 januari 2017 te ‘s-Gravenhage en/of Amersfoort, althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij] en/of [aangever] en/of diverse donateurs heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en/of het aangaan van een schuld, te weten, het storten van een of meer geldbedragen van € 23.212,62, door zich voor te doen als bonafide beheerder van een tussenrekening en/of heeft toegezegd dit geld te zullen benutten voor de reddingsactie van de Pier te Scheveningen en/of heeft toegezegd dit geld terug te zullen storten binnen een termijn van 2 weken indien de inzamelingsactie niet tot het gewenste resultaat zou leiden. 3Overwegingen 3.1 Inleiding Naar aanleiding van een inzamelingsactie in 2013 ten behoeve van de redding van de pier te Scheveningen, heeft een aantal donateurs, waaronder [benadeelde partij] (hierna: [benadeelde partij] ), geldbedragen op een daartoe geopende rekening gestort. Een schriftelijke overeenkomst omtrent deze donaties ontbreekt. De reddingsactie heeft uiteindelijk niet plaatsgevonden en de geldbedragen zijn tot op heden niet terugbetaald aan de donateurs. De verdachte wordt ervan verdacht dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan – kort gezegd – verduistering van deze geldbedragen (primair) dan wel aan oplichting van de donateurs (subsidiair). Gelet op de ontkennende verklaringen van de verdachte ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of de verdachte zich hieraan heeft schuldig gemaakt. 3.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte het hem primair ten laste gelegde feit (de verduistering) heeft begaan. Volgens de officier van justitie kan uit de aangifte namens de [benadeelde partij] en de getuigenverklaring van [getuige] worden opgemaakt dat was afgesproken, dat de op een tussenrekening gestorte geldbedragen ten behoeve van de reddingsactie van de pier te Scheveningen op die rekening zouden blijven staan en binnen twee weken zouden worden terugbetaald als het beoogde doel niet behaald zou worden. Dat is niet gebeurd. Volgens de officier van justitie is gebleken dat verdachte de beheerder was van die tussenrekening en dat hij de gedoneerde gelden daarvan heeft overgemaakt naar zijn eigen rekening. Daarmee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan verduistering, aldus de officier van justitie. 3.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de primair ten laste gelegde verduistering, nu niet duidelijk is geworden wat de afspraken met betrekking tot het geld waren. In de visie van de verdachte zou het geld na twee jaren met rente worden terugbetaald en mocht hij in de tussentijd over het geld beschikken. Wegens faillissement is het geld uiteindelijk niet terugbetaald kunnen worden en dat valt de verdachte niet te verwijten, aldus de verdediging. In dit verband wijst de verdediging er op dat ook de curator van het faillissement de verdachte hiervoor nooit aansprakelijk heeft gehouden. Betwist wordt dat verdachte zich het geld opzettelijk wederrechtelijk heeft toegeëigend. Ten aanzien van de subsidiair tenlastegelegde oplichting heeft de verdediging eveneens vrijspraak bepleit. Er is geen sprake geweest van een van de ten laste gelegde oplichtingsmiddelen. De verdachte heeft geen gebruik gemaakt van een valse naam, van een valse hoedanigheid, van listige kunstgrepen of van een samenweefsel van verdichtsels. Evenmin is gebleken dat verdachte hierdoor iemand heeft bewogen tot het storten van een geldbedrag, aldus de verdediging. 3.4 De beoordeling van de tenlastelegging Algemeen De rechtbank merkt op dat in deze zaak het onderzoek door de politie beperkt is gebleven. Zo heeft de politie geen nader onderzoek verricht naar aanleiding van hetgeen verdachte in zijn verhoor van 29 maart 2016 heeft aangevoerd. Aangever en getuige [getuige] zijn hiermee niet geconfronteerd. Evenmin heeft naar aanleiding daarvan nader onderzoek plaatsgevonden naar andere mogelijk relevante bronnen. Dit heeft tot gevolg dat het dossier veel vragen oproept, die nu niet kunnen worden beantwoord. Ter terechtzitting heeft de rechtbank dit aan de orde gesteld en zich hardop afgevraagd of het onderzoek wel volledig is geweest. Naar aanleiding daarvan heeft de officier van justitie, na overleg met de verschenen benadeelde partij, uitdrukkelijk verzocht om vonnis te wijzen. De rechtbank honoreert dit verzoek, mede gelet op het tijdsverloop sinds de aangifte van 22 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.