Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 17/3898 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 oktober 2017 in de zaak tussen [eiser], wonende te [woonplaats], eiser en de inspecteur van de Belastingdienst/Belastingen, kantoor [plaats], verweerder. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van verweerder van 17 mei 2017 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2015 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de bij gelijktijdige beschikking in rekening gebrachte belastingrente. Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 oktober
- Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon A] en [persoon B]. Eiser is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 12 september 2017 aan [eiser] op het adres [adres] te [plaats], onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Eiser is, zonder bericht van verhindering, niet verschenen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 13 september 2017 op genoemd adres is uitgereikt, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
- Verweerder heeft de aanslag opgelegd, waarbij hij de door eiser in de aangifte opgenomen belastbare inkomsten eigen woning, de premieaftrek voor inkomensvoorzieningen en de aftrek voor specifieke zorgkosten, heeft gecorrigeerd.
- Tussen partijen is in geschil of de aanslag tot een te hoog bedrag is vastgesteld.
- De rechtbank stelt voorop dat op eiser, in geval van betwisting door de inspecteur zoals hier het geval is, de last rust de feiten en omstandigheden aannemelijk te maken die de conclusie rechtvaardigen dat hij recht heeft op de door hem in de aangifte opgenomen aftrekposten voor de eigen woning, premies voor inkomensvoorzieningen en specifieke zorgkosten.
- Eiser is weliswaar in bezwaar en in beroep gekomen tegen de aanslag, maar heeft slechts volstaan met de enkele stelling dat er geen rekening wordt gehouden met de door hem opgevoerde aftrekposten. Deze stelling heeft eiser ook nadat daarom is gevraagd door verweerder, niet nader onderbouwd. Ook in het beroep is daarvoor geen onderbouwing gegeven. Daarvan uitgaande zijn de correcties terecht door verweerder aangebracht en is het beroep ongegrond verklaard.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C.H.M. Lips, rechter, in aanwezigheid van mr. J. van der Plas, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 oktober
- Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.