← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2017:16288

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL17.14312 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 december 2017 in de zaak tussen [eiser], eiser (gemachtigde: mr. M.C. Heijnneman), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.G.A. Wever). Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 29 november 2017 (het bestreden besluit). Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak met nummer NL17.14313, in Breda plaatsgevonden op 29 december

  1. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Nigeriaanse nationaliteit. Op 8 september 2017 heeft hij een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Niet in geschil is dat Italië in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van eisers asielaanvraag. Ter beoordeling staat of eisers medische omstandigheden maken dat hij niet kan worden overgedragen aan Italië en verweerder daarom de aanvraag aan zich moet trekken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. De rechtbank stelt vast dat uit het overgelegde patiëntendossier van 6 december 2017 niet blijkt dat eiser op dit moment onder medische behandeling staat. Er zijn daarom geen aanwijzingen dat Nederland het meest aangewezen land is om eiser te behandelen. Bovendien heeft Italië dezelfde medische verzorgingsmogelijkheden als Nederland, zodat eiser zich voor eventuele medische problemen in Italië kan laten behandelen. Eisers stelling dat hij in Italië niet adequaat geholpen werd, is op zichzelf onvoldoende om tot een ander oordeel te kunnen leiden. Nu er ook geen medische informatie is overgelegd waaruit blijkt dat de gezondheidstoestand van eiser in de weg staat aan overdracht, heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien de asielaanvraag van eiser aan zich te trekken, noch om een medisch onderzoek op te starten of aanvullende garanties te vragen. Hierbij wordt volledigheidshalve overwogen dat verweerder ter zitting heeft verklaard dat eiser kort voor de overdracht een fit-to-fly-onderzoek zal ondergaan. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Toekoen, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 december
  2. griffier rechter Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van het proces-verbaal van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.