RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL17.14268 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 december 2017 in de zaak tussen [eiser], eiser (gemachtigde: mr. H.K. Westerhof), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.G.A. Wever). Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 5 december 2017 (het bestreden besluit). Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak met nummer NL17.14269, in Breda plaatsgevonden op 29 december
- Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Algerijnse nationaliteit. Op 25 november 2017 heeft hij een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder acht eisers verklaringen geloofwaardig, maar heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat Algerije een veilig land van herkomst is. Daarbij is tevens een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. In geschil is of eiser aannemelijk heeft gemaakt dat Algerije in zijn specifieke geval niet als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt. Eiser heeft aangevoerd dat hij vanwege zijn Kabyl-afkomst wordt gediscrimineerd. Daarnaast stelt eiser dat hij geen bescherming kon krijgen van de politie, omdat zijn herkomstgebied onder controle staat van het leger. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht heeft overwogen dat niet is gebleken dat de problemen die eiser heeft gehad vanwege zijn Kabyl-afkomst een dusdanig ernstige beperking van zijn bestaansmogelijkheden opleverden dat het voor hem onmogelijk was om op maatschappelijk sociaal gebied te kunnen functioneren. Eiser had immers toegang tot onderwijs, is in de bouw werkzaam geweest en was in het bezit van identificerende documenten. Ten aanzien van de problemen met zijn ooms, is de rechtbank met verweerder van oordeel dat niet valt in te zien dat eiser zich tot geen enkele instantie in zijn land van herkomst zou kunnen wenden. Tot slot heeft verweerder terecht aan eiser tegengeworpen dat hij zich ook elders in het land kan vestigen om zich aan deze problemen te onttrekken. Eiser heeft immers zelf verklaard dat Algerije in het algemeen wel veilig is, maar dat het voor hem in zijn woonplaats niet veilig is. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond en daarom ook een inreisverbod op kunnen leggen. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Toekoen, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 december
- griffier rechter Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: RechtsmiddelTegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van verzending van deze uitspraak of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.