beslissing WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG Meervoudige wrakingskamer Wrakingnummer 2017/56 zaak-/rekestnummer: C/09/542971/ KG RK 17-1882 hoofdzaak: 6230713 CV EXPL 17-3635 datum beschikking: 11 december 2017 BESLISSING op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in de zaak van: [verzoekster], wonende te [woonplaats], verzoekster, gemachtigde: mr. drs. R. Müller; strekkende tot wraking van: mr. P.M. Frinking, kantonrechter in de rechtbank Den Haag. Belanghebbende is: YZ Content Schoonmaak B.V., gemachtigde: voorheen mr. R. Bleijendaal, thans mr. P.P. Otte. 1De voorgeschiedenis en het procesverloop In de zaak tussen verzoekster en haar werkgever, YZ Content Schoonmaak B.V. (verder: Content), heeft bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Gouda, ten overstaan van de kantonrechter een comparitie na antwoord plaatsgevonden. Ter zitting van 9 november 2017 heeft verzoekster de kantonrechter gewraakt. De kantonrechter heeft niet schriftelijk gereageerd op het wrakingsverzoek. 2De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek Op 27 november 2017 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoekster, bijgestaan door haar gemachtigde mr. R. Müller, is verschenen. 3Het standpunt van verzoekster Aan het wrakingsverzoek is – verkort en zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag gelegd. Verzoekster is voor onbepaalde tijd in dienst bij Content als schoonmaakster. Door verzoekster is loondoorbetaling geëist. Content heeft in de zomer een bedrag van € 2.500,- aan verzoekster voldaan en kort voor de zitting nog een bedrag van € 900,-. Ter zitting heeft de kantonrechter verzoekster verschillende malen gevraagd naar de onderbouwing van de vordering, maar haar onvoldoende gelegenheid gegeven om (de achtergrond van) haar vordering ten volle toe te lichten en te reageren op de wederpartij. Uit de (lichaams)taal van de kantonrechter bleek duidelijk dat hij geërgerd was dat er geen andere toelichting kwam dan de verwijzing van verzoekster naar de salarisadministratie van Content. Hierdoor is bij verzoekster de indruk ontstaan dat de kantonrechter zich afvroeg wat het belang van verzoekster nog was bij verdere behandeling van het verzoek. Gelet op dit alles is verzoekster van mening dat de kantonrechter de zaak niet onbevangen kan voortzetten. 4Het standpunt van Content Volgens Content is het wrakingsverzoek voorafgegaan door het volgende. Verzoekster heeft een loonvordering ingesteld, welke vordering in de ogen van Content bij de dagvaarding niet nader is onderbouwd. Evenmin zijn voorafgaand aan de zitting nadere stukken ingediend. Door Content is een berekening gemaakt van het achterstallige salaris en dat salaris is voorafgaande aan de zitting aan verzoekster uitbetaald. Volgens Content heeft de kantonrechter willen onderzoeken wat de hoogte en aard van de vordering was en op welke wijze deze was berekend, nu volgens de berekening van Content het achterstallig loon was voldaan. In de dagvaarding was sprake van een geschatte vordering en verzoekster was gedurende de zitting niet in staat haar vordering toe te lichten. Verzoekster erkende op de zitting dat het salaris voorafgaand aan de mondelinge behandeling was ontvangen, zodat de vraag van de kantonrechter was hoe hoog volgens verzoekster de nog openstaande vordering was. Verzoekster bleef in haar antwoord op die vraag volstaan met een verwijzing naar de salarisadministratie van Content. Daaruit bleek dat al het achterstallige salaris aan haar was betaald. Dit alles rechtvaardigt naar de mening van Content niet een wraking. 6De beoordeling 6.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.