← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2017:16353

beslissing WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG Meervoudige wrakingskamer Wrakingnummer 2017/22 zaak-/rekestnummer: C/09/530986 KG RK 17-674 zaaknummer: 5480224 EJ VERZ 16-87440 datum beschikking: 22 mei 2017 BESLISSING op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in de zaak van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker, procederend in persoon, strekkende tot wraking van: mr. G.M.A. van Zaltbommel-Uittenbogaard, kantonrechter in de rechtbank Den Haag. Belanghebbende in deze zaak is de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SOCIAAL.NL SCHULDSANERING B.V. te Purmerend. 1De voorgeschiedenis en het procesverloop Bij beschikking van 2 april 2014 is een bewind ingesteld over alle goederen die (zullen) toebehoren aan verzoeker. Daarbij is SOCIAAL.NL SCHULDSANERING B.V. benoemd tot bewindvoerder. Bij beschikking van 20 juli 2016 is een verzoek van verzoeker tot opheffing van het bewind afgewezen. Bij verzoek van 23 oktober 2016 heeft verzoeker opnieuw verzocht om opheffing van het bewind. De bewindvoerder heeft zich per brief van 7 november 2016 verzet tegen opheffing van het bewind. Het verzoek is ter zitting van 8 februari 2017 behandeld. Verzoeker is niet ter zitting verschenen; de bewindvoerder is wel verschenen. Op 6 maart 2017 is er opnieuw een zitting gehouden om het opheffingsverzoek te behandelen. Daarbij is verzoeker verschenen. De kantonrechter heeft, naar de wrakingskamer begrijpt, op de zitting van 6 maart 2017 te kennen gegeven dat verzoeker en de bewindvoerder tot 5 april 2017 in de gelegenheid worden gesteld een voorstel te doen over de benoeming van een nieuwe bewindvoerder. Per brief van 31 maart 2017, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 4 april 2017, heeft verzoeker de kantonrechter gewraakt. 2De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek Op 8 mei 2017 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoeker is verschenen en heeft zijn verzoek kort toegelicht. De kantonrechter is met bericht van verhindering niet verschenen. 3Het standpunt van verzoeker Aan het wrakingsverzoek is - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd. De kantonrechter heeft fundamentele beginselen, zoals het geen contact hebben met partijen en het beginsel van hoor en wederhoor, geschonden door haar opstelling met betrekking tot de twee apart gehouden zittingen op 8 februari 2017 en 6 maart

  1. Voorts heeft verzoeker op grond van artikel 6 EVRM verzocht om een schriftelijke procedure vanwege zijn slechthorendheid. De kantonrechter had de procedure moeten aanpassen en dat heeft ze niet gedaan. Ook heeft verzoeker – zo begrijpt de wrakingskamer – ter zitting geen gelegenheid gehad om zijn standpunt nader te onderbouwen. Tot slot heeft de kantonrechter een vreemde beslissing genomen door ook de bewindvoerder in de gelegenheid te stellen een nieuwe bewindvoerder voor te dragen ter zitting van 5 april
  2. 4Het standpunt van de kantonrechter De kantonrechter heeft in haar schriftelijke reactie toegelicht hoe de behandeling van het verzoekschrift van verzoeker is verlopen en voorts gesteld dat verzoeker ter zitting voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn standpunt te bepleiten. 5De beoordeling 5.
  3. Ter gelegenheid van de zitting van de wrakingskamer van 8 mei 2017 heeft verzoeker gezegd dat de heer [naam] per abuis als verzoeker in het verzoekschrift is opgenomen. De wrakingskamer merkt de heer [naam] om die reden niet aan als verzoeker in deze procedure. 5.
  4. Artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering schrijft voor dat een verzoek tot wraking wordt gedaan, zodra de feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden aan verzoeker bekend zijn geworden. In het onderhavige geval heeft de mondelinge behandeling van het verzoek tot opheffing van het bewind plaatsgevonden op 6 maart
  5. Het wrakingsverzoek, gedateerd 31 maart 2017, is pas op 4 april 2017 ter griffie van deze rechtbank ingekomen. Dat is te laat, nu verzoeker al op 6 maart 2017, althans kort nadien, bekend was met de feiten of omstandigheden die hij aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd. Dit brengt mee dat verzoeker niet ontvankelijk wordt verklaard in zijn wrakingsverzoek. Overigens is niet gebleken van feiten en/of omstandigheden op grond waarvan getwijfeld zou kunnen worden aan de rechterlijke onpartijdigheid. 6De beslissing De wrakingskamer: - verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek; - bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek; - beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan: • de verzoeker; • de bewindvoerder SOCIAAL.NL SCHULDSANERING B.V.; • de kantonrechter mr. G.M.A. van Zaltbommel-Uittenbogaard. Deze beslissing is gegeven door mrs. O. van der Burg, E.F. Brinkman en R. Cats, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y.F. Ritmeijer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2017.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.