vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/534566/HA ZA 17-643 Vonnis van 19 juli 2017 in de zaak van [A] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, advocaat mr. J.M. Stevers te Leiden, tegen de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid NEDERLANDS GENOOTSCHAP VAN TOLKEN EN VERTALERS (NGTV), gevestigd en kantoorhoudende te Leiden, gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 8 juni 2017, tegen de eerste rolzitting van 21 juni 2017, met producties 1 tot en met 7; het ter rolzitting van 21 juni 2017 tegen gedaagde verleende verstek. 1.
- Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- Voor de ingestelde vorderingen en de daartoe gestelde feiten verwijst de rechtbank, gelet op artikel 230 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, kortheidshalve naar de aan dit verstekvonnis gehechte en gewaarmerkte kopie van de dagvaarding. 2.
- De rechtbank zal ambtshalve bepalen dat in het petitum onder
- aan de op te leggen dwangsom een maximum wordt verbonden van € 25.000,-- en dat gedaagde pas dwangsommen verschuldigd is na betekening van het vonnis, waarbij ten aanzien van de publicatie in ‘De Linguaan’ rekening zal worden gehouden met de verwerking van de rectificatie. 2.
- De rechtbank zal de gevorderde uitvoerbaar bij voorraad verklaring ten aanzien van de gevorderde en toegewezen verklaringen voor recht afwijzen, nu een verklaring voor recht zich niet leent voor uitvoerbaar bij voorraad verklaring. 2.
- Het gevorderde komt de rechtbank voor het overige niet ongegrond of onrechtmatig voor. Derhalve wordt het gevorderde toegewezen op de wijze zoals hierna volgt. 2.
- De rechtbank zal gedaagde als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen tot betaling van de proceskosten van de eisende partij op de wijze zoals hierna volgt, nu de eisende partij op basis van een toevoeging procedeert. Wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag is een kostenveroordeling met de verplichting tot betaling van de door de griffier voorgeschoten exploot- en/of advertentiekosten niet mogelijk. 3De beslissing De rechtbank: 3.
- verklaart voor recht dat de uitspraak van de Tuchtcommissie van 7 maart 2013 in strijd is met het Tuchtreglement van het NGTV; 3.
- beveelt gedaagde onder intrekking van de uitspraak van 7 maart 2013 een nieuwe beslissing van de tegen eisende partij ingediende klacht te doen nemen, nadat daarvan een zorgvuldige behandeling heeft plaats gevonden; 3.
- beveelt gedaagde om in de eerstvolgende editie van haar verenigingsblad De Linguaan, gerekend vanaf twee weken na betekening van dit vonnis, een rectificatie te plaatsen van de publicatie over de tuchtrechtelijke uitspraak, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,--; 3.
- verbiedt gedaagde om zich, na betekening van dit vonnis, op enigerlei wijze negatief over eiser uit te laten naar aanleiding van de in deze procedure besproken tuchtrechtelijke uitspraak, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- per negatieve (schriftelijke dan wel mondelinge) uitlating, met een maximum van € 25.000,-- ; 3.
- verklaart voor recht dat gedaagde onrechtmatig heeft gehandeld door de uitspraak van de Tuchtcommissie en de publicatie daarvan, waardoor de eisende partij schade heeft geleden; 3.
- veroordeelt gedaagde tot vergoeding van de schade die door de eisende partij is geleden, nader op te maken bij staat; 3.
- veroordeelt gedaagde om voor de proceskosten van de eisende partij te betalen aan de eisende partij € 78,-- voor betaald griffierecht en € 452,-- voor forfaitair salaris advocaat; 3.
- verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen onder 3.2, 3.3, 3.4, 3.6 en 3.7 uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Bordes en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.