Rechtbank DEN HAAG Meervoudige kamer Rekestnummer: FA RK 16-7330 Zaaknummer: C/09/518850 Datum beschikking: 26 april 2017 (bij vervroeging) Verzoek tot herstel van het gezag en het vaststellen van een omgangsregeling Beschikking op het op 26 september 2016 ingekomen verzoek van: [verzoeker] , de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat: mr. I. Aardoom-Fuchs te Gouda. Als belanghebbenden wordt aangemerkt: [belanghebbende] , hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. [pleegouder] en [pleegouder] beiden wonende op een bij de rechtbank bekend adres, hierna gezamenlijk te noemen: de pleegouders. Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling. Procedure De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder: - het verzoekschrift met bijlagen; - de brief d.d. 3 februari 2017 van de zijde van de vader, met aanvullende stukken, ingekomen ter griffie d.d. 6 februari 2017; - het verweerschrift d.d. 23 maart 2017 van de zijde van de gecertificeerde instelling, ingekomen ter griffie d.d. 24 maart 2017; - de brief d.d. 29 maart 2017, van de zijde van de vader, met aanvullende stukken, ingekomen ter griffie d.d. 30 maart 2017; - de uitwerking van de Checklist Oudercontacten in de Pleegzorg (CHOP-lijst) d.d. 20 maart 2017, van de zijde van de gecertificeerde instelling, voor aanvang van de terechtzitting overgelegd; - de pleitnotities van de zijde van de vader. Op 31 maart 2017 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: - de vader, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Aardoom-Fuchs; - de moeder; - mevrouw [naam] namens de gecertificeerde instelling; - de heer [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden (verder: de Raad). Opgeroepen en niet verschenen zijn: - de pleegouders. Feiten - De vader en de moeder hebben een affectieve relatie met elkaar. - Zij zijn de biologische en juridische ouders van het volgende thans nog minderjarige kind: - [minderjarige] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , hierna ook te noemen: [roepnaam minderjarige] . - Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 26 april 2013 zijn de vader en de moeder van het ouderlijk gezag over [roepnaam minderjarige] ontheven en is de gecertificeerde instelling als voogdes over [roepnaam minderjarige] benoemd. Bij beschikking d.d. 20 november 2013 heeft het Gerechtshof Den Haag de door de ouders bestreden beschikking d.d. 26 april 2013 bekrachtigd. - [roepnaam minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de pleegouders. Verzoek en verweer Het verzoekschrift strekt tot het herstel van het gezag van de vader over [roepnaam minderjarige] en tot het vaststellen van een omgangsregeling waarbij [roepnaam minderjarige] eens per veertien dagen van vrijdag 16.00 uur tot zondag 16:00 uur alsmede de helft van de schoolvakanties en feestdagen bij de vader zal zijn. Ter terechtzitting is van de zijde van de vader mondeling verzocht om een raadsonderzoek, een proefherstel van het gezag gedurende zes maanden en de benoeming van een bijzondere curator. Blijkens het verzoekschrift, de bijlagen en het verhandelde ter terechtzitting is aan deze verzoeken het volgende ten grondslag gelegd. De vader stelt dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden waardoor de gronden die tot de gezagsbeëindigende maatregel hebben geleid, niet meer aanwezig zijn. Onlangs zou zijn gebleken dat [roepnaam minderjarige] seksueel misbruikt zou zijn terwijl zij – onder de verantwoordelijkheid van de gecertificeerde instelling – in een pleeggezin verbleef. De vader stelt dat het herstel van zijn gezag in het belang van [roepnaam minderjarige] noodzakelijk is. Hij meent [roepnaam minderjarige] een stabielere opvoedingssituatie te kunnen bieden dan het pleeggezin, waarbij ze zal opgroeien in een omgeving die aansluit bij haar eigen culturele achtergrond. De vader heeft aan zichzelf gewerkt. Er zijn sinds de uithuisplaatsing van [roepnaam minderjarige] geen incidenten meer geweest van huiselijk geweld. De vader heeft zijn reclasseringstraject met goed gevolg afgerond, heeft een agressieregulatie-training gevolgd en is van de Top60-lijst van de gemeente Gouda verwijderd. Er is geen sprake meer van psychische of financiële problematiek. De vader beschikt over zelfstandige woonruimte, volgt een opleiding en heeft een baan. Een gedragswetenschapper heeft in het verleden vastgesteld dat de vader een goede opvoeder is. Indien het gezag van de vader wordt hersteld, zal hij weer een stem hebben in de opvoeding en de keuzes die er omtrent [roepnaam minderjarige] worden gemaakt. Met betrekking tot de verzochte omgangsregeling is van de zijde van de vader het volgende aangevoerd. De rechtbank heeft in de beschikking van 26 april 2013 aangegeven het in het belang van [roepnaam minderjarige] te achten dat het contact met beide ouders wordt voortgezet en waar mogelijk uitgebreid. Er is thans een omgangsregeling van anderhalf uur per maand met beide ouders, waarbij het bezoek drie kwartier onbegeleid is en voor het overige begeleid. De toegezegde onbegeleide omgang is tot op heden niet van de grond gekomen. De gecertificeerde instelling is evenmin bereid geweest naar de uitbreiding van de omgang te kijken. De huidige omgangsregeling is voor de vader niet te combineren met zijn opleiding en baan, waardoor hij de afgelopen twee maanden niet bij de bezoeken aanwezig kon zijn. Mocht de rechtbank zich onvoldoende voorgelicht achten om een beslissing te nemen, dan verzoekt de vader om een onderzoek door de Raad en een proefherstel van het gezag gedurende zes maanden ex artikel 1:278 BW. Gezien de moeizame verhouding met de gecertificeerde instelling, waarbij de vader zich afvraagt in hoeverre de wens van [roepnaam minderjarige] wordt gehoord, verzoekt de vader tenslotte om voor [roepnaam minderjarige] een bijzondere curator te benoemen. De gecertificeerde instelling heeft verweer gevoerd middels voornoemd verweerschrift. Ten aanzien van het verzoek tot herstel van het gezag van de vader, is het volgende aangevoerd. De gecertificeerde instelling heeft destijds een verzoek tot een verderstrekkende maatregel gedaan, omdat het in het belang van [roepnaam minderjarige] is dat zij duidelijkheid heeft omtrent haar perspectief. Het verzochte herstel van het gezag van de vader is niet passend; [roepnaam minderjarige] ’s perspectief ligt in het huidige pleeggezin. [roepnaam minderjarige] is bovenal gebaat bij continuïteit, stabiliteit en duidelijkheid. De gecertificeerde instelling is van mening dat herstel van het gezag van de vader tot onrust en onduidelijkheid zal leiden bij [roepnaam minderjarige] , te meer gezien de vader niet volledig achter de plaatsing in het pleeggezin kan staan. De gecertificeerde instelling acht de vader niet in staat het ouderlijk gezag uit te oefenen en betwist dat hij [roepnaam minderjarige] een stabielere opvoedingssituatie zou kunnen bieden dan het pleeggezin. [roepnaam minderjarige] heeft zich in het pleeggezin goed gehecht en ontwikkeld, maar is erg kwetsbaar. Het is onzeker of deze ontwikkeling zich bij een terugplaatsing bij de vader zal voortzetten. Ten aanzien van de omgang met [roepnaam minderjarige] heeft de gecertificeerde instelling aangegeven alles in het werk te hebben gesteld om het contact tussen [roepnaam minderjarige] en de ouders geregeld te laten plaatsvinden. Voorts is er meerdere malen geprobeerd om stappen te zetten richting uitbreiding van de omgang. Omwille van de veiligheid van [roepnaam minderjarige] kon dit echter niet worden doorgezet toen de ouders – zonder afstemming met de hulpverlening – besloten met [roepnaam minderjarige] in gesprek te gaan over het vermeende seksuele misbruik en zij daarnaast de politie inschakelden. Er zijn voorwaarden gesteld waaraan moet zijn voldaan voordat een eventuele uitbreiding in de omgang mogelijk is. Het welzijn en het belang van [roepnaam minderjarige] staan daarbij voorop. De gecertificeerde instelling wil de bezoeken geleidelijk onbegeleid gaan laten plaatsvinden, daarvoor is het echter wel van belang dat de omgang regelmatig met de ouders wordt geëvalueerd. Het is niet gelukt hierover met de ouders in gesprek te gaan. De gecertificeerde instelling is voornemens de omgang conform de CHOP-lijst uit te voeren; één keer per vier weken gedurende anderhalf à twee uur met gedeeltelijke aanwezigheid van pleegouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.