← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2017:5607

Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige kamer Parketnummer 09/767307-15 Schorsing voorlopige hechtenis Beslissing van de rechtbank Den Haag, rechtdoende in strafzaken, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 mei 2017 in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970, BRP-adres: [adres], thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [penitentiaire inrichting] . in verzekering gesteld op : 8 november 2016, in voorlopige hechtenis gesteld op : 11 november

  1. De raadsvrouw van de verdachte, mr. S.P. Koerselman, advocaat te Zoetermeer, heeft ter zitting van 17 mei 2017 namens de verdachte schorsing van de voorlopige hechtenis verzocht. De officier van justitie mr. H.G. de Koning, is op dit verzoek gehoord. Zij heeft zich tegen toewijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis verzet. De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van het dossier zoals het thans voor de rechtbank ligt. De rechtbank heeft van de rechter-commissaris en officier van justitie vernomen, dat het voorbereidende onderzoek nog enige maanden zal duren, in ieder geval tot november
  2. Daardoor zal de inhoudelijke behandeling van deze strafzaak niet op korte termijn, maar vermoedelijk pas in 2018 kunnen plaatsvinden. Deze omstandigheden rechtvaardigen bij afweging van belangen op dit moment een schorsing van de voorlopige hechtenis. De rechtbank zal daarom de voorlopige hechtenis van verdachte schorsen tot de dag voorafgaand aan de eerstvolgende behandeling van de strafzaak, onder de hierna te vermelden voorwaarden. De verdachte heeft zich bij monde van zijn raadsvrouw bereid verklaard deze na te komen. Beslissing De rechtbank schorst de voorlopige hechtenis van de verdachte onder de navolgende voorwaarden met ingang van het moment dat verdachte voorwaarde 8 heeft nageleefd: dat verdachte zich gedurende de schorsing niet aan enig strafbaar feit zal schuldig maken dan wel zich op andere wijze zal misdragen; dat verdachte - indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen - zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis zal onttrekken; dat verdachte, in geval hij wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, mocht worden veroordeeld tot andere dan vervangende vrijheidsstraffen, zich niet aan de tenuitvoerlegging daarvan zal onttrekken; dat verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het verdere onderzoek; dat verdachte van iedere adreswijziging tevoren zal kennis geven aan de officier van justitie; dat verdachte aan iedere oproeping in deze zaak vanwege de officier van justitie of de politie gevolg zal geven; dat verdachte Nederland niet zal verlaten; dat verdachte zijn paspoort (en indien in zijn bezit ook zijn identiteitskaart) bij de officier van justitie zal inleveren; dat verdachte zich één dag voor de eerstvolgende behandeling van zijn strafzaak zal melden bij een politiebureau ter insluiting, waarbij de specifieke dag en tijdstip waarop en het politiebureau waar hij zich moet melden dient te worden afgestemd met de officier van justitie; dat verdachte op een nader te bepalen tijdstip zal verschijnen ter terechtzitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank. Aldus gedaan te 's-Gravenhage op 24 mei 2017 door mr. S.W.E. de Ruiter, voorzitter, mr. H. Steenhuis, rechter, mr. E.C. Kole, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D.L. van Lijf, griffier. De officier van justitie beveelt de tenuitvoerlegging van bovenstaande beslissing. 's-Gravenhage, de officier van justitie parket te ‘s-Gravenhage parketnummer: 09/767307-15 postbus 20302 postcode 2500 EH retour CENTRALE UNIT Akte van uitreiking Akte van uitreiking van een gerechtelijk schrijven van de officier van justitie bij bovengenoemd parket, genummerd als hieronder vermeld en bestemd voor : Schorsing voorlopige hechtenis [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970, BRP-adres: [adres] thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting [penitentiaire inrichting] . Het hierboven bedoelde gerechtelijk schrijven heb ik, ondergetekende, heden, ………………. ………………………. te ……………. uur, te ……………………………………………... ………………………………………………………………………………………… alhier, uitgereikt aan geadresseerde in persoon. Deze akte heb ik terstond op ambtseed / ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend. naam en voorletters : ………………………………………………. functie : ………………………………………………. standplaats : ………………………………………………. handtekening : ………………………………………………. De in deze akte bedoelde brief is aan mij uitgereikt. handtekening : …………………………………. zittingsdatum : 24 mei 2017

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.