RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 16/5479 uitspraak van de meervoudige kamer van 29 juni 2017 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres (gemachtigde: C.M. Becker-van Deurzen), en het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp, verweerder (gemachtigde: S. van Belzen). Procesverloop Bij besluit van 15 september 2015 (primair besluit I) heeft verweerder aan eiseres met ingang van 15 februari 2015 de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden ingevolge de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) toegekend (2,5 uur per week) in de vorm een persoonsgebonden budget (pgb) van €104,76 per maand. Bij besluit van 8 februari 2016 (primair besluit II) heeft verweerder zijn besluit van 15 september 2015 herzien, in die zin dat eiseres met ingang van 15 februari 2015 in plaats van een pgb van € 104,76 een pgb van € 223,13 per maand krijgt, en dat zij met ingang van 8 mei 2016 een bedrag krijgt van € 114,29 per maand. Bij besluit van 19 mei 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen primair besluit II ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiseres heeft sinds 15 februari 2010 een pgb voor hulp in de huishouding (einddatum: 15 februari 2015). Zij heeft tijdig verlenging van die hulp aangevraagd. Verweerder heeft haar aanvankelijk een pgb ter grootte van € 9,67 per uur (tarief voor non-professionals) toegekend. Verweerder voert in het kader van de Wmo 2015 een beleid dat bij het vaststellen van de hoogte van toe te kennen pgb's onderscheid maakt tussen tarieven voor professionele- en niet-professionele zorg. Hulpverleners uit het eigen sociaal netwerk rekent verweerder tot de categorie van de niet-professionele zorgverleners. In het geval van eiseres verzorgen een schoondochter en een kleindochter de huishouding. Daarom heeft verweerder haar een lager pgb ingevolge de Wmo 2015 toegekend dan zij onder eerdere wetgeving gewend was. Nog voordat verweerder een beslissing op bezwaar had genomen, heeft hij echter het toekenningsbesluit herzien. Daarbij is verweerder eiseres gedeeltelijk tegemoetgekomen, in die zin dat zij met ingang van 15 februari 2015 een pgb krijgt van € 233,13 in plaats van de eerder toegekende € 104,76 per maand. Met ingang van 8 mei 2016 is dat bedrag echter weer verlaagd naar € 114,29 per maand. 2. Verweerder heeft, voor zover hier van belang, het bezwaar tegen primair besluit I wat betreft de toepassing van het overgangsrecht gegrond verklaard. Hierin is geen aanleiding gezien om dat besluit te herroepen, omdat primair besluit II daarin voorzag. Verweerder heeft het bezwaar tegen primair besluit II ongegrond verklaard. 3. Eiseres komt in beroep op tegen de toekenning van een pgb overeenkomstig het lage tarief van de niet-professionele zorgverlener. Zij is van mening dat de familieband de professionaliteit van haar zorgverleners niet uitsluit. Zij heeft hen daarom de laatste vijf jaar betaald op basis van het tarief voor professionals. Zij hebben naast de nodige ervaring ook een zogeheten VAR-verklaring aan verweerder overgelegd, maar ook met toepassing van het variabele tarief voor niet-professionele zorgverleners had verweerder een hoger pgb kunnen toekennen dan nu is gebeurd. Het lage tarief kent een zekere bandbreedte (tot maximaal € 20,- per uur). Dat maakt toekenning van de gevraagde € 16,- per uur inclusief vakantietoeslag, eindejaarsuitkering, vakantiedagen en vervanging bij ziekte mogelijk. Volgens eiseres heeft verweerder niet deugdelijk gemotiveerd waarom eiseres geen € 20,- per uur krijgt. Eiseres voert ten slotte aan dat het pgb 2015 nog steeds niet betaalbaar is gesteld. De toekenning van het pgb liet meer dan een jaar op zich wachten. Eiseres heeft daarom de zorgkosten uit eigen middelen betaald. Omdat de zorgverleners het pgb over 2015 en 2016 moeten declareren bij de Sociale verzekeringsbank, zal hun belastbaar inkomen over 2016 aanmerkelijk hoger zijn dan bij een tijdige toekenning het geval zou zijn geweest. Verweerders vertraagde besluitvorming heeft volgens eiseres dus nadelige fiscale gevolgen voor haar zorgverleners. 4. De rechtbank overweegt het volgende. Het beroep omvat gezien de gronden alleen nog dat gedeelte van het bestreden besluit waarbij verweerder de toekenning van het pgb op basis van het lage tarief van een niet-professionele zorgverlener heeft gehandhaafd. Daarnaast houdt het beroepschrift een verzoek tot schadevergoeding in bestaande uit fiscaal nadeel in 2016 geleden door de zorgverleners. Het verzoek om vergoeding van vertragingsrente vanwege de langdurige besluitvorming heeft eiseres ter zitting ingetrokken. 4.1 Artikel 1.1.1 van de Wmo 2015 definieert sociaal netwerk als: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt. 4.2 Ingevolge artikel 2.1.3, eerste en tweede lid, onder b, van de Wmo 2015 stelt de gemeenteraad bij verordening de regels vast die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het in artikel 2.1.2. bedoelde plan en de door het college ter uitvoering daarvan te nemen besluiten of te verrichten handelingen. In de verordening wordt in ieder geval bepaald op welke wijze de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld waarbij geldt dat de hoogte toereikend moet zijn. 4.3 Ingevolge artikel 2.3.6, eerste en vierde lid, van de Wmo 2015, verstrekt het college, indien de cliënt dit wenst, hem een persoonsgebonden budget dat de cliënt in staat stelt de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken. Bij verordening kan worden bepaald onder welke voorwaarden betreffende het tarief, de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de mogelijkheid heeft om diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. 4.4 De gemeenteraad van Pijnacker-Nootdorp heeft ter uitvoering van onder meer artikel 2.1.3 en artikel 2.3.6, vierde lid, van de Wmo 2015 de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Pijnacker-Nootdorp 2015 (de Verordening) vastgesteld. 4.5 In artikel 5.1 van de Verordening zijn regels opgenomen voor het pgb. Ingevolge het vierde lid gelden voor het tarief voor een pgb de volgende uitgangspunten:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.