RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL17.3511 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 juli 2017 in de zaak tussen [eiser] , eiser (gemachtigde: mr. A. Jankie), en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder (gemachtigde: mr. E. de Jong). Procesverloop Bij besluit van 20 juni 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft ter zitting gemotiveerd verweer gevoerd. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL17.3512, plaatsgevonden op 29 juni
- Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Overwegingen
- Eiser is geboren op [geboortedatum] 1986 en heeft de Syrische en Braziliaanse nationaliteit. Eiser heeft op 6 juni 2017 een aanvraag tot het verlenen van een asielvergunning voor bepaalde tijd ingediend.
- Niet in geschil is dat eiser de Braziliaanse nationaliteit heeft en dat hij met zijn Braziliaanse paspoort uit Syrië is gevlucht. Eiser wil dat zijn Syrische nationaliteit leidend wordt geacht bij zijn asielverzoek. Hij is nog nooit in Brazilië geweest. Hij heeft de Braziliaanse nationaliteit via zijn grootvader verworven en de enige reden dat hij een Braziliaans paspoort heeft aangevraagd was om uit Syrië te kunnen reizen. Eiser vreest in Brazilië voor onveilige situaties voor zijn gezin, omdat de autoriteiten in Brazilië niet toegerust zijn op de opvang van (een grote stroom) van migranten en asielzoekers.
- Verweerder stelt zich op het standpunt dat nu eiser de Braziliaanse nationaliteit heeft en Brazilië als een veilig land van herkomst wordt beschouwd, hij daar naartoe dient te reizen. Eiser heeft voorts volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt dat hij, of zijn gezin, in Brazilië een reëel risico op ernstige schade loopt.
- Vastgesteld wordt dat eiser de Braziliaanse nationaliteit heeft en dat Brazilië als een veilig land van herkomst wordt beschouwd. Op grond hiervan heeft verweerder eiser terecht naar Brazilië doorverwezen. De verwijzing van eiser naar rapporten over de situatie in Brazilië treft geen doel, nu deze informatie ziet op asielzoekers en eiser in Brazilië niet aangemerkt zal worden als zodanig. Eiser heeft niet onderbouwd dat hij geen bescherming kan inroepen van de Braziliaanse autoriteiten. Ook is niet gebleken dat het op voorhand niet mogelijk zou kunnen zijn om een aanvraag in te dienen voor gezinshereniging.
- Het beroep is ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Davis, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 11 juli
- RechtsmiddelTegen deze uitspraak kan binnen één week na de dag van verzending daarvan of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.