RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL18.16054 uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: mr. Y. Tamer), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. F. Gerritsen). Procesverloop Bij besluit van 31 augustus 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijdals bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 september
- Verzoeker heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
- Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
- Bij bericht van 17 september 2018 heeft verweerder aan de voorzieningenrechter medegedeeld zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. Redengevend daarvoor is dat verweerder de door verzoeker in beroep overgelegde originele documenten van zijn oproep om voor de revolutionaire rechtbank arrondissement in Tabriz te verschijnen, wil laten onderzoeken door Bureau Documenten.
- De voorzieningenrechter overweegt dat de werking van het bestreden besluit ingevolge artikel 6:16 van de Awb in samenhang met artikel 82, eerste lid en tweede lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 niet wordt opgeschort, ook niet indien tegen dat besluit beroep is ingesteld. Tevens overweegt de voorzieningenrechter dat verweerder ingevolge de Awb noch de Vw 2000 zelf de bevoegdheid heeft de rechtsgevolgen van het bestreden besluit – met de aanzegging aan verzoeker Nederland te verlaten – op te schorten.
- Aangezien tussen partijen niet in geschil is dat van uitzetting van verzoeker vooralsnog behoort te worden afgezien, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om het verzoek om een voorlopige voorziening toe te wijzen en uitzetting te verbieden totdat op het beroepschrift is beslist.
- Nu verzoeker de desbetreffende documenten voor het eerst in de beroepsfase heeft ingebracht, verzet verweerder zich wel tegen een veroordeling in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Ter zitting heeft verzoeker aangegeven zich in dit standpunt van verweerder te kunnen vinden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter: - wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe; - verbiedt verweerder verzoeker uit Nederland te verwijderen totdat op het beroepschrift is beslist. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.J. Sleeswijk Visser-de Boer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C. de Grauw, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan, digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.