beschikking RECHTBANK DEN HAAG Team insolventies – enkelvoudige kamer rekestnummer: C/09/559304 / FT RK 18/1515 beschikking van: 2 oktober 2018 [verzoeker] verzoeker, advocaat: mr. R.R.M. van den Heuvel heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend strekkende tot faillietverklaring van: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KWEKERIJ [Z] B.V., verweerster, advocaat: mr. M.W. Renzen Het verzoekschrift is op 25 september 2018 behandeld in raadkamer. Partijen zijn daarbij gehoord. Partijen zullen hierna [verzoeker] en [Z] worden genoemd. De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken; het verzoekschrift van de zijde van [verzoeker] met 4 producties; de brief van 21 september 2018 van de zijde van [Z] met 4 producties; pleitnotities van mr. Van den Heuvel; pleitnotities van mr. Renzen. Standpunten van partijen [Verzoeker] heeft het faillissement van [Z] aangevraagd stellende dat [Z] verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen nu zij zowel de vordering van [verzoeker] als andere vorderingen onbetaald laat. Partijen zijn op 1 november 2017 een pachtovereenkomst aangegaan, waarbij [Z] twee percelen tuinland met glasopstanden heeft gepacht van [verzoeker]. [Verzoeker] stelt dat daarnaast tussen partijen mondeling is overeengekomen dat de netto verkoopopbrengst van de op de percelen geteelde producten conform een bepaalde verdeelsleutel zouden worden verdeeld tussen partijen. Partijen hebben na onderhandelingen overeenstemming bereikt inhoudende dat [Z] aan [verzoeker] € 42.500,00 zal betalen. Die overeenstemming volgt uit de e-mailcorrespondentie tussen de heer [Y] (financieel adviseur van [verzoeker]) en de heer [Z], middellijk bestuurder van [Z]. [Y] doet per e-mail het voorstel om de gehele discussie te sluiten op een bedrag van € 42.500,00 te betalen door [Z] aan [verzoeker], welk voorstel door [Z] is geaccordeerd, aldus [verzoeker]. Verwezen wordt naar de als productie 3 bij het verzoek gevoegde e-mailcorrespondentie. Voor het bestaan van steunvorderingen verwijst [verzoeker] naar de jaarstukken van [Z] waar uit af te leiden valt dat [Z] niet over liquiditeiten beschikt en er sprake is van schulden aan leveranciers en handelskredieten. [Z] betwist de vordering gemotiveerd. Zij erkent dat partijen een pachtovereenkomst hebben gesloten maar betwist dat partijen de afspraak hebben gemaakt dat de opbrengst van de geteelde producten volgens een bepaalde verdeelsleutel tussen partijen wordt verdeeld. [Z] betwist eveneens dat overeenstemming is bereikt over een door haar te betalen bedrag. Subsidiair voert [Z] aan - voor zover wordt geoordeeld dat er wel sprake is van een bindende overeenkomst, dat deze tot stand is gekomen door een wilsgebrek, te weten misbruik van omstandigheden en bedreiging. [verzoeker] ontzegde [Z] de toegang tot de kas waardoor de situatie ontstond dat een groot aantal planten kapot zou gaan, wat tot een aanmerkelijke schade zou leiden. Voorts stelt [Z] dat het geschil tussen partijen niet thuishoort in een faillissementsprocedure, maar in een door [verzoeker] te starten bodemprocedure. [Z] verkeert niet in de toestand van te hebben opgehouden te betalen, zij verwijst daarvoor naar haar jaarstukken 2017 waaruit blijkt dat [Z] een financieel gezonde onderneming is. [verzoeker] maakt misbruik van zijn bevoegdheid door deze procedure te gebruiken als incassomiddel en dient dan ook veroordeeld te worden in de proceskosten. Beoordeling De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening 1346/2000 van de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt. Ingevolge het bepaalde in artikel 1 en artikel 6 lid 3 van de Faillissementswet (Fw) is voor een faillietverklaring vereist dat summierlijk blijkt van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen. Om deze toestand te kunnen aannemen, moet volgens vaste jurisprudentie zijn voldaan aan twee voorwaarden;
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.