← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2018:12173

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: AWB 17/15909 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam 1] , eiser 1, en [naam 2] , eiser 2 hierna gezamenlijk te noemen: eisers (gemachtigde: mr. R.E. Temmen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.E.P. Pijnenburg). Procesverloop Bij besluit van 21 november 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers tegen de weigering om aan hen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis af te geven ongegrond verklaard. Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 september

  1. Eisers en hun gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
  2. Verweerder heeft de aanvraag van referente ( [naam 3] ) om afgifte van een mvv voor nareis van eisers afgewezen. Volgens verweerder hebben eisers hun identiteit en gestelde gezinsband met referente (zij zouden haar jongere broers en pleegkinderen zijn) niet aannemelijk gemaakt.
  3. Verweerder heeft terecht gesteld dat eisers geen officiële documenten hebben overgelegd ter onderbouwing van hun identiteit en gestelde gezinsband. Ook volgt de rechtbank verweerder in het standpunt dat de overlegde kopieën van twee doopaktes en een kerkelijke overlijdensakte geen substantieel bewijs opleveren omdat het geen authentieke, van overheidswege verstrekte documenten zijn.
  4. Bovendien heeft verweerder niet ten onrechte geoordeeld dat uit de verklaringen van referente tijdens het nareisgehoor van 3 februari 2016 valt af te leiden dat zij niet de rol van pleegouder heeft gehad. Referente zou op achtjarige leeftijd met eisers, na het overlijden van hun ouders, bij de familie [naam 4] zijn gaan wonen. Vier jaar later zouden zij bij een zekere [naam 5] zijn ingetrokken. Eiseres heeft verklaard over hun feitelijke verzorging door zowel [naam 4] als door [naam 5] . De enkele omstandigheid dat referente in die gezinnen werkzaamheden heeft verricht, heeft verweerder niet ten onrechte tot de conclusie geleid dat daaruit geen pleegouderschap van referente moet worden aangenomen.
  5. De in beroep overgelegde verklaring die zou zijn opgesteld door [naam 4] doet niet af aan de verklaringen van referente en geeft geen reden voor een ander oordeel.
  6. Gelet op de gronden van bezwaar heeft verweerder van het horen van eisers en referente kunnen afzien.
  7. Het beroep is ongegrond
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op 8 oktober
  9. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.