RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.670 uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 januari 2018 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoeker], verzoeker (gemachtigde: mr. A.I. Engelsman), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J. Raaijmakers). Procesverloop Bij besluit van 9 januari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijdniet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om met spoed een voorlopige voorziening te treffen in de zin dat verweerder wordt gelast om aan verzoeker opvang en verstrekkingen te bieden totdat op zijn beroep is beslist. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers heeft aan verzoeker medegedeeld dat zijn opvangvoorzieningen op 10 januari 2018 worden beëindigd. Op 12 januari 2018 hebben partijen telefonisch hun standpunten toegelicht. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om zonder zitting op het verzoek te beslissen, nu onverwijlde spoed dat vereist en de belangen van partijen hierdoor niet worden geschaad. Overwegingen
- Uit de stukken blijkt dat de asielaanvraag van verzoeker is afgewezen, omdat hij reeds bescherming geniet in Griekenland. Het bestreden besluit heeft ingevolge artikel 45 van de Vw mede tot gevolg dat de aan verzoeker geboden opvang en verstrekkingen worden beëindigd.
- Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen aanleiding is voor toewijzing van het verzoek, omdat van verzoeker mag worden verwacht dat deze in Griekenland om opvang vraagt.
- Het beroep zal op 24 januari 2018 door deze rechtbank en zittingsplaats ter zitting worden behandeld. De voorzieningenrechter acht op dit moment het belang van verzoeker bij continuering van de opvang groter dan het belang van verweerder bij het verwijderen van verzoeker uit de opvang. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding om het verzoek op na te melden wijze toe te wijzen.
- De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 501,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 501,- en een wegingsfactor 1). Beslissing De voorzieningenrechter: wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe, in die zin dat zal worden verboden verzoeker uit de opvang te verwijderen voordat de rechtbank uitspraak heeft gedaan op het beroep tegen de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvraag; veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 501,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Dijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 januari
- griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: RechtsmiddelTegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.