← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2018:12645

Rechtbank DEN HAAG Team Jeugd & Bopz Zaaksgegevens: C/09/555347 / JE RK 18-1282 Datum uitspraak: 19 juli 2018 Beschikking van de kinderrechter Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak naar aanleiding van het op 22 juni 2018 ingekomen verzoekschrift van: de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden (hierna te noemen: de Raad), betreffende: - [Minderjarige 1]geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [Minderjarige 1] . - [Minderjarige 2]geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [Minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [De moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. L. Rijsdam, te Leiden. De kinderrechter merkt als informant aan: [informant] , hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats] . Het procesverloop De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift met bijlage; - het faxbericht d.d. 17 juli 2018 van de zijde van mr. J. de Koning. Op 19 juli 2018 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen: - de heer [A] , namens de Raad; - mevrouw [B] , namens Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (hierna te noemen: de gecertificeerde instelling); - de moeder, bijgestaan door haar advocaat, mr. L. Rijsdam; - de vader, vergezeld van maar niet bijgestaan door mr. J. de Koning. Feiten - [Minderjarige 1] en [Minderjarige 2] zijn erkend door de vader. - De moeder is belast met het ouderlijk gezag. - [Minderjarige 1] en [Minderjarige 2] verblijven feitelijk bij de moeder. Bij brief d.d. 17 juli 2018 heeft mr. Koning verzocht om de vader als belanghebbende aan te merken en aangegeven dat de Raad de vader ook als belanghebbende beschouwt. De kinderrechter overweegt dat de vader niet is belast met het gezag over [Minderjarige 1] en [Minderjarige 2] . Daarnaast is de vader niet belast met de dagelijkse verzorging en opvoeding van [Minderjarige 1] en [Minderjarige 2] . De kinderrechter ziet daarom geen aanleiding om de vader aan te merken als belanghebbende in deze procedure. De kinderrechter zal de vader wel aanmerken als informant. Verzoek Het verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van [Minderjarige 1] en [Minderjarige 2] voor de periode van één jaar en tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [Minderjarige 1] en [Minderjarige 2] in een voorziening voor pleegzorg voor de periode van acht maanden. Beoordeling De kinderrechter constateert dat de vader niet voldoende blijk geeft de Nederlandse taal te verstaan en te spreken. Zij heeft dan ook onvoldoende zekerheid dat de vader de vragen van de kinderrechter zal begrijpen. Hoewel de Raad heeft aangegeven een tolk in de Engelse taal voor de zitting van heden te hebben opgeroepen, is er ter zitting geen tolk verschenen. Nu de vader is aangemerkt als informant en ook in die hoedanigheid voor de zitting is uitgenodigd, acht de kinderrechter het van belang dat de vader wordt bijgestaan door een tolk zodat hij in staat is de zaak goed te volgen en de vragen van de kinderrechter te beantwoorden. De kinderrechter zal de zaak om die reden dan ook aanhouden, opdat de vader op de hierna te noemen zitting kan worden bijgestaan door een tolk in de Engelse taal. Beslissing De kinderrechter: houdt de behandeling van het verzoek aan tot de zitting van 6 augustus 2018 te 12:00 uur; zegt de Raad, de gecertificeerde instelling, de moeder, de vader en mr. Rijsdam aan om op voormelde zitting te verschijnen. Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Borkent, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.M. Leurs als griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 juli 2018. Voor zover in deze beschikking eindbeslissingen staan, kan hoger beroep tegen deze beschikking worden ingesteld: - door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.